Gezondheid en zorg
Gezond leven en gezond oud worden is een groot goed. Een individu alleen kan het risico van ongezondheid niet dragen, daarom geloven wij in solidariteit en onderlinge zorg. De uitdaging voor de toekomst is hoe we onze gezondheidszorg toegankelijk, goed en betaalbaar houden. Zodat mensen die echt zorg nodig hebben, altijd op de juiste behandeling of ondersteuning kunnen rekenen.
In de komende jaren zal de gezondheidszorg veranderen doordat zij meer en meer gericht wordt op het helpen van mensen met langdurige aandoeningen of ouderdomsgebreken in plaats van het genezen van ziektes. D66 staat achter het uitgangspunt om geleidelijk van zorg in instellingen te komen tot meer zorg in de buurt en meer zorg op maat. Van “gestandaardiseerd” genezen naar eigen regie van personen met een eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid.
Ziekenhuiszorg
1. D66 Zoetermeer heeft mede geijverd/gepleit voor het behoud van de basisziekenhuiszorg en spoedeisende hulp in samenwerking met de huisartsenpost voor Zoetermeer, als voorportaal voor de vele
specialismen in de regio en ten behoeve van de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau in een vergrijzend en gezinsrijk Zoetermeer.
Eén beleidsnota, marktwerking en innovatie
2. Er dient sprake te zijn van een gecombineerd en samenhangend lokaal gezondheidsbeleid in één gemeentelijke nota, waarbij de drie pijlers te weten wmo, jeugdzorg en arbeidsparticipatie integraal worden uitgevoerd. Dit beleid samen met de betrokken instellingen en met andere gemeenten ontwikkelen, om het beter én goedkoper (efficiënt) te organiseren.
3. Verdere marktwerking steunen en particuliere initiatieven in de zorg die kwaliteit van zorg versterken.
De gemeentelijke overheid heeft niet per sé een verantwoordelijkheid bij het ‘redden’ van een zorginstelling, dit zijn immers private organisaties.
Preventie
4. D66 Zoetermeer vindt dat burgers een eigen verantwoordelijkheid hebben bij een gezonde levensstijl
(preventie), gezond ouder worden en het voorkomen van ziekten. Meer voorlichting over goede voeding,
bewegen en sport kan hier wel aan bijdragen. Dit uitvoeren in samenwerking met GGD, scholen en centra
voor jeugd en gezin (Meerpunt). Elke euro die geïnvesteerd wordt in preventie kan gezondheidswinst en
kostenbesparingen opleveren. Samenwerken en afstemmen met verschillende organisaties is daarbij cruciaal.
5. Regelmatig bewegen blijven bevorderen in samenwerking met scholen, welzijnsorganisaties, sportverenigingen et cetera.
6. Scholen nog meer stimuleren om gezonde voeding te verstrekken en goede voorlichting te geven over roken, drugs en alcohol.
7. Lokaal steentje bijdragen aan ontmoedigen van roken, bijvoorbeeld door strakkere afspraken met
uitbaters en met scholen.
8. Striktere handhaving rookverbod door als gemeente specifieke controle verzoeken aan de Voedsel en Waren Autoriteit te doen, zodat inspecteurs langs gaan bij gelegenheden waar overtredingen worden vermoed of geconstateerd.
Jeugdzorg
9. Vanaf 2015 zal gemeente verantwoordelijk zijn voor alle jeugdhulp, inclusief de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Deze decentralisatie biedt kansen om de jeugdzorg te verbreden, te laten “verbinden” en de zorgkwaliteit voor jongeren te borgen. Voortzetten samenwerking van organisaties binnen het CJG. Het is een netwerkorganisatie van alle partijen die samenwerken rondom het gezin in Zoetermeer, zodat kinderen niet tussen wal en schip hoeven te vallen. Hiermee een integrale aanpak bevorderen en aansturen op snelle en thuisnabije ondersteuning. Daarmee achterstanden bij peuters en kleuters vroegtijdig signaleren en passende aanpak laten toepassen. Bij het vroegtijdig signaleren (0–3 jaar) van taal– en ontwikkelingsachterstanden moeten consultatiebureaus en de jeugdgezondheidszorg een belangrijke rol vervullen.
10. Zoetermeer kan positieve rol vervullen in dit moeilijke krachtenveld, door voor inkoop en uitvoering
samen te werken met andere gemeenten.
11. De transitie vanaf de provincie en de regio Haaglanden naar de gemeente samen en intensief met de
provincie uitvoeren.
12. Vanuit gemeente nog meer inzetten op preventie en lichte jeugdzorg. Extra aandacht voor jongeren tussen 14 en 18 jaar die niet meer naar school gaan.
13. Bij ernstige en complexe vragen aan jeugdzorg, ervoor waken dat gezinnen van het kastje naar de muur
worden gestuurd. De organisaties (partners) van het Meerpunt moeten op basis van samenwerking integrale zorg aanbieden.
14. Met name de noodzaak van zware jeugdzorg terugdringen door meer in te zetten op preventie en nazorg.
15. In de jeugdzorg vooral kijken wat een gezin wel kan. Het gezin zelf zaken laten oplossen waar mogelijk
en ondersteunen waar nodig. Bij het beoordelen van plannen staat het belang van het kind voorop. Zowel
jongeren als ouders betrekken en mede verantwoordelijk laten zijn voor de toekomstplannen en de realisatie daarvan. De professional meer ruimte geven en waken voor overbodige regelgeving en teveel organisaties die zich met één gezin bemoeien. De huisarts hierin een leidende rol laten vervullen als eerste aanspreekpunt en doorverwijzer.
Wijkzorg, samenwerking en mantelzorgers
16. De eerste lijn van de gezondheidszorg is dichtbij, in de wijk en bestaat uit huisartsen, apothekers,
wijkverpleging, thuiszorg en regionale zorgcentra. Meer innovatie in de zorg (nulde lijn, eerste lijn, tweede lijn), door toetreding van nieuwe aanbieders en integrale zorgproducten. Bij aanbestedingen vanuit de
gemeente niet louter op prijs selecteren, maar een aanbod nastreven met verschillende aanbieders. Dit
bevordert gezonde concurrentieverhoudingen en innovatie van het dienstenpakket. Expliciete kwaliteitscriteria hanteren bij aanbesteding. De cliënt centraal.
17. Een laagdrempelige toegang bij en efficiënte organisatie van uitvoering van nieuwe wettelijke taak voor
gemeenten en GGD in ouderenzorg.
18. Overeenkomstig de Wmo visie, de thuiszorg, die ervoor zorgt dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen
blijven wonen en zo veel mogelijk zelfredzaam zijn of worden, maximaal faciliteren. Maar hulp van familie,
vrienden en anderen (mantelzorgers) is ook van groot belang; mantelzorgers en vrijwilligers dienen daarbij
zoveel mogelijk (maatwerk én vraaggericht) ondersteund te worden.
19. Mantelzorgers en vrijwilligers zo veel mogelijk ondersteunen en hun werkdruk verminderen, hen op
hun beurt hulp en ondersteuning aanbieden, mogelijkerwijs door andere vrijwilligers. Drempels voor
mantelzorgers en vrijwilligers wegnemen.
20. Zorgbehoevenden en ouderen kunnen er bij gebaat zijn om langer thuis te blijven wonen, hun eigen regie in de zorg te behouden en zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven. Informele zorg van familie, vrienden en buren zal steeds belangijker worden. D66 wil voorkomen dat deze verzorging ontaardt in een te zware last voor mantelzorgers. Respijtzorg biedt hen de mogelijkheid hun zorgtaken tijdelijk helemaal aan een ander over te laten, zodat men even vrijaf van de zorg heeft. Kwalitatief goede thuiszorg helpt daar waar meer deskundige hulp nodig is. Bij eigen regie hoort ook verantwoordelijkheid voor eigen budget, D66 Zoetermeer is voorstander van het verstrekken van een Persoons Gebonden Budget (PGB).
Het betrekken van cliëntenbelangenorganisaties zoals bijvoorbeeld Zorgbelang, Mezzo en de Wmo raad is
noodzakelijk bij het ontwikkelen van beleid.
21. Zorgservicepunten creëren. Een efficiënte combinatie van zorg– en dienstverleningsservicepunten in wijken waar er behoefte aan is. Met meer verpleegkundige thuiszorgmedewerkers die laagdrempelige sociaal verpleegkundige zorg bieden. Dit combineren met contact mogelijkheden met gemeentelijke diensten, woningcorporaties en zorginstellingen.
22. Ouderen moeten in staat worden gesteld invulling te geven aan die eigen regierol. Dit past bij een
sociaalliberaal gedachtengoed en voorkomt bovendien dat ouderen vroegtijdig toch op kostbare intramurale zorg terugvallen. Ouder wordende mensen worden steeds meer afhankelijk van dienstverlening door derden voor persoonlijke zorg en voor zijn of haar woonomgeving, en daarmee kwetsbaarder. Het wordt daardoor steeds lastiger geheel zelfstandig keuzes te maken, die overall leiden tot een betrouwbare en veilige leefomgeving. Met de toenemende vergrijzing wordt een publieke bijdrage aan het 'organiserend vermogen' van deze categorie burgers steeds belangrijker voor een houdbare toekomst. D66 zet zich er voor in dat de gemeente Zoetermeer in samenwerking met semi publieke en private partijen tot een samenhangende aanpak komt die hiertoe leidt. De financiering daarvan moet binnen de WMO middelen worden gevonden.
AWBZ
23. De traditionele AWBZ bevatte twee functies: 'wonen' en 'zorg'. Vanaf 2014 zijn deze functies van elkaar gescheiden. Ten aanzien van de ‘zorg(begeleiding)’ komt de uitvoering in 2014 bij de gemeente te liggen, omdat deze wordt overgeheveld van de AWBZ naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dat geldt vanaf 2013 voor nieuwe gevallen en vanaf 2014 voor alle cliënten. Vanaf 2013 voeren de zorgverzekeraars ook de AWBZ uit, in plaats van de zorgkantoren, en is de uitleen van hulpmiddelen
ondergebracht in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wmo. En uiterlijk in 2016 wordt de jeugdzorg ook
overgeheveld. Dit levert allerlei afwegingen op ten aanzien van bijvoorbeeld de kosten, de organisatiewijze
en de uit te voeren dienstverlening. Uitgangspunt van D66 (landelijk en in Zoetermeer) is hierbij om de
geboden zorg terug te brengen tot haar kerntaken, om de collectieve zorglasten betaalbaar te kunnen houden.
24. De opzet van en werkwijze met betrekking tot de AWBZ indicatie moet de gemeente ook niet één–op–
één van het rijk overnemen, vinden wij, maar deze moet de gemeente vereenvoudigen, ten behoeve van minder administratieve lasten en een betere betaalbaarheid.
25. Ten aanzien van de andere functie, het ‘wonen’, komen de bijbehorende lasten en de verantwoordelijkheid bij de mensen zelf te liggen. Dit houdt in dat cliënten zelf de betaling van hun woonlasten (huur) moeten regelen. Het wonen wordt dan niet meer vanuit het collectief gefinancierde AWBZ budget betaald, maar komt voor eigen rekening. In algemene zin vindt D66 dat een goede ontwikkeling. Met uitzondering echter van het persoonlijke vermogen, bijvoorbeeld doordat men het eigen huis niet verkocht krijgt. Mensen moeten te allen tijde kunnen beschikken over een financiële buffer met het oog op ontwikkelingen in de toekomst. Bijvoorbeeld de kosten bij een begrafenis/crematie.
26. In 2017 wordt volgens het regeerakkoord de extramurale verpleging (intensieve thuiszorg aan ouderen, veelal verleend vanuit verzorgingscentra/huizen in zogenaamde aanleunwoningen) overgeheveld van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. Gemeenten worden dan geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging, het geheel gaat vallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De aanspraken op huishoudelijke hulp worden vervangen door een maatwerkvoorziening voor degenen die het echt nodig hebben en het niet uit eigen middelen kunnen betalen. De gemeente zal zich hier terdege op moeten voorbereiden. De aanspraken zullen moeten worden beperkt, dienstverlening moet worden versoberd en meer worden gericht op waar ze het hardste nodig is.
(zoetermeer.d66.nl)
vrijdag 14 maart 2014
Verkiezingsbeloften Zorg D66: Geen zorg in zorginstelling maar thuis
vrijdag, maart 14, 2014
Moderator


