Aangepast zoeken
Posts tonen met het label Dossier Wonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dossier Wonen. Alle posts tonen

maandag 8 november 2021

Slechts 28% woningzoekenden in Zuid-Holland vindt binnen een jaar een huis

Toegang tot woningmarkt laagste in Nederland
Utrecht, 8 november 2021 - In 2020 daalde het toegankelijkheidspercentage van de woningmarkt in Nederland tot 30%. Dat betekent dat slechts een kleine drie op de tien Nederlanders binnen een jaar een woning vindt die past bij hun wensen en beschikbare financiën. De woontoegankelijkheid verschilt voor huur (44%) en koop (24%), maar is voor beide knellend laag. Opvallend is ook de lage toegankelijkheid buiten de Randstad, in Zeeland (29%), Limburg (31%) en Flevoland (31%). Deze en andere cijfers blijken uit de vandaag gelanceerde woontoegankelijkheidsmonitor van hypotheekverstrekker BLG Wonen. “We bereiken nu een historisch dieptepunt. Niet eerder was de woontoegankelijkheid zo laag. Daarmee zijn de kansen voor Nederlanders nog nooit zo ongelijk geweest”, aldus Frank Soede, directeur BLG Wonen.

Het woontoegankelijkheidspercentage laat in 2020 een scherpe daling van 17% zien. Na het omslagpunt op de koopmarkt in 2015, groeit de toestroom aan kopers. Deze groei houdt aan, terwijl het beschikbare woningaanbod rond 2019 niet meer voorziet in de behoefte. Dit verklaart de uitkomst van de daling van de woontoegankelijkheid in 2020. De lage toegankelijkheidsscores voor steden én provincies tonen aan dat de woontoegankelijkheid inmiddels een landelijk vraagstuk is.  

Groot verschil tussen toegankelijkheid huur- en koopmarkt
Uit de woontoegankelijkheidsmonitor blijkt dat de toegankelijkheid van de huurmarkt (44%) aanmerkelijk hoger ligt dan de koopmarkt (24%). Frank Soede reageert: “Helaas beperkt die hogere toegankelijkheid zich tot de vrije huursector. En alleen voor hen met budget voor huren boven de € 1.000 - €1.200, want in dit segment is vrijwel altijd een woning te vinden. Het is echter zeer de vraag in hoeverre wonen dan nog betaalbaar is. Nederland telt inmiddels vele duurhuurders, met toenemende woonlasten”.  

Landelijke woontoegankelijkheidsnorm nodig voor regie
BLG Wonen pleit voor een landelijke woontoegankelijkheidsnorm. Soede: “Iedereen wil gaan bouwen, maar als we deze en andere plannen niet toetsen op hun bijdrage aan de toegankelijkheid voor verschillende doelgroepen, dan is het maar de vraag of meer mensen een passende plek vinden op de woningmarkt”. BLG Wonen vindt dat in 2030 de woontoegankelijkheid van heel Nederland op gemiddeld 50% moet liggen. Dit houdt in dat één op de twee woningzoekenden binnen één jaar een geschikte woning vindt.

In 2022 per kwartaal nieuwe inzichten
BLG Wonen ontwikkelde de woontoegankelijkheidsmonitor samen met PWC en Companen om meer inzicht te geven in de gedifferentieerde toegankelijkheid van de Nederlandse woningmarkt. De hypotheekverstrekker zet zich al jaren in voor een woningmarkt die eerlijke en rechtvaardige kansen biedt aan iedere woningzoekende. De monitor is samengesteld op basis van data van onder andere het CBS en het Kadaster. Vanaf 2022 deelt BLG Wonen ieder kwartaal nieuwe inzichten uit de monitor.

donderdag 10 oktober 2019

Bouwmarkten en overheid ondertekenen Convenant Preventie Woninginbraken

 De afgelopen jaren daalt het aantal geregistreerde woninginbraken. Toch zijn elk jaar nog steeds zo’n 42.000 mensen slachtoffer van woninginbraak. Vooral nu. Uit cijfers van de politie blijkt dat de kans op inbraak van oktober tot en met januari 33% groter is dan in de overige maanden van het jaar. In 39% van de gevallen komen inbrekers binnen via de achterdeur, blijkt uit onderzoek1. De gevolgen van woninginbraak zijn vaak zeer ingrijpend. Daarom maken bouwmarkten, ijzerwarenspeciaalzaken, overheid en politie zich sterk om woninginbraak te voorkomen. Zij ondertekenen vandaag het Convenant Preventie Woninginbraken. Het convenant bevestigt het gemeenschappelijke doel het aantal woninginbraken verder te verminderen. Daarom komt er meer aandacht voor het belang van goede sloten en andere inbraakwerende maatregelen.

Inbrekers kijken niet naar waar je woont, maar hoe makkelijk zij binnen kunnen komen. Met name de achterdeur blijkt een zwakke plek. In bijna twee op vijf gevallen (39%) wordt via de achterdeur ingebroken. De voordeur staat met 32% op nummer twee. Vooral nu zijn inbraakwerende maatregelen belangrijk, want van oktober tot en met januari is de kans op inbraak 33% groter dan in de overige maanden van het jaar. Goed hang- en sluitwerk, anti-inbraakstrips en goede verlichting verlagen de kans op woninginbraak aanzienlijk en maken de woning daarmee minder interessant voor inbrekers.

Sybren van der Velden, landelijk projectleider Woninginbraak en Heling bij de politie zegt over het convenant: “Een inbraak in je woning heeft heel veel impact. Want wie wil er nou dat een wildvreemde je huis openbreekt, de boel overhoop haalt en je spullen steelt. Vaak ook nog dierbare spullen met een grote emotionele waarde. Je kunt zelf veel doen om een inbraak in je woning te voorkomen. Dat begint met goed hang- en sluitwerk op deuren en ramen. De samenwerking met de bouwmarkten helpt daarbij. Want veiligheid creëer je samen!”

Ook Charlie Aptroot, burgemeester Zoetermeer en landelijk ambassadeur Aanpak Woninginbraken is te spreken over de samenwerking: “Als landelijk ambassadeur Aanpak Woninginbraken pleit ik altijd voor een gezamenlijke aanpak. Alleen door goede samenwerking kun je echt een vuist maken tegen deze vorm van criminaliteit. Het aanschaffen van goed hang- en sluitwerk is hierbij cruciaal. De samenwerking tussen veiligheidspartners en de bouwmarkten juich ik daarom toe.”

Betere voorlichting
De ondertekenaars van het convenant gaan hun klanten beter voorlichten over gecertificeerde sloten en andere inbraakwerende maatregelen. Op die manier helpen zij het aantal woninginbraken terug te dringen en woningen minder aantrekkelijk te maken voor inbrekers. De belangrijkste tips om woningen beter te beveiligen, zijn:

Gebruik goedgekeurde sloten en sluitingen op (garage)deuren, ramen en lichtkoepels. Deze herken je aan het SKG®-logo met 2 of 3 sterren.

Zorg voor een anti-inbraakstrip bij je voor- en achterdeur. In bijna de helft van de inbraken (44%) wordt een koevoet of schroevendraaier gebruikt. Met anti-inbraakstrips is dat niet zomaar meer mogelijk.

Maak het makkelijk om te zien wie er voor je deur staat, met glas naast de deur of een deurspion. Dit is een klein gaatje in de deur met een lens waar je doorheen kan kijken. Er zijn ook digitale deurspionnen, waarbij je op een beeldscherm ziet wie er voor de deur staat. 

Zorg voor goede buitenverlichting. Bijvoorbeeld een lamp met schemerschakelaar of bewegingssensor. Denk ook aan het pad achter je huis.

Voor meer informatie en om te lezen wat je nog meer kunt doen om woninginbraak te voorkomen, ga je naar www.maakhetzeniettemakkelijk.nl/woninginbraak.


Ondertekenaars

Het Convenant Preventie Woninginbraken is een initiatief van het ministerie van Justitie en Veiligheid en is ondertekend door de politie, het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, Stichting Nationale Inbraakpreventie Weken, de Vereniging van Winkelketens in de Doe Het Zelf branche, DGN Retail (HUBO, Multimate), Hornbach, Praxis, DESTIL Prolians, Transferro (Probin), Nicovij (Profnorm, E-Norm en Lockmasters), Kluswijs, Intergamma, Bauhaus, Ferney en Quofi.

Prijzen nieuwbouwkoopwoningen 16 procent hoger

Nieuwbouwkoopwoningen waren in het tweede kwartaal van 2019 ongeveer 16 procent duurder dan een jaar eerder. De prijzen stegen daarmee harder dan in de rest van de Europese Unie (EU). De prijzen van bestaande koopwoningen stegen in dezelfde periode met 7,2 procent. De prijs van een koopwoning is daarmee gemiddeld gestegen met 8,3 procent. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en het Kadaster.

In de afgelopen viereneenhalf jaar waren de verkoopprijzen van koopwoningen elk kwartaal hoger dan een jaar eerder. De stijgende trend in de prijzen zet door in het tweede kwartaal van 2019. De prijzen van nieuwbouwkoopwoningen stijgen nu zeven kwartalen op rij sterker dan die van bestaande koopwoningen.

dinsdag 8 oktober 2019

Woningmarkt in grote en middelgrote steden steeds meer op slot

Sterke daling aantal gesloten hypotheken in middelgrote steden

 Zoetermeer, 8 oktober 2019 - De oververhitting van de woningmarkt in de grote steden in West-Nederland verplaatst zich naar de middelgrote steden in verschillende regio’s, zoals Haarlem, Zwolle en Eindhoven. Terwijl in het derde kwartaal het aantal gesloten hypotheken met 10 procent steeg in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, is er juist sprake van een sterke daling in veel middelgrote steden in Nederland, blijkt uit onderzoek van De Hypotheker. Zo neemt het aanbod betaalbare woningen in deze steden zienderogen af, waardoor huizenkopers nu ook hier achter het net vissen. Deze ontwikkeling wordt versterkt door dure nieuwbouwprojecten en het stikstofbesluit van de Raad van State waardoor projecten stil liggen.

 Doordat huizenprijzen minder hard stijgen dan in de afgelopen periode, heeft de afkoeling van de huizenmarkt zich op landelijk niveau ingezet. Met als resultaat dat het aantal transacties in het derde kwartaal is gestegen en het woningaanbod is toegenomen. In augustus stonden nog 98.194 woningen te koop op Funda. Sindsdien is dit aanbod met 3 procent gestegen naar 100.958 woningen. De stijging van 10 procent van het aantal gesloten hypotheken in het derde kwartaal van 2019 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar wijst er volgens De Hypotheker op dat de huizenmarkt in een aantal regio’s stabiliseert. Het tegendeel is het geval in de grote en middelgrote steden: hier is nog steeds sprake van een lichte tot sterke daling van het aantal gesloten hypotheken.

 Oververhitting op woningmarkt in middelgrote steden

De Hypotheker heeft onderzocht of sprake is van een stijging of daling van het aantal hypotheektransacties in 22 grote en middelgrote steden in Nederland. Uit deze cijfers blijkt dat de woningmarkt in een aantal grote steden in de Randstad lijkt te stabiliseren, zoals in Amsterdam en Almere. Het probleem van de oververhitte woningmarkt is echter verplaatst naar de middelgrote steden. Een goed voorbeeld is Haarlem, waarnaar veel Amsterdamse huizenkopers zijn uitgeweken, omdat betaalbare woningen in de hoofdstad steeds schaarser werden. Terwijl in Amsterdam sprake is van een lichte daling van het aantal afgesloten hypotheken (-3,0 procent), is in Haarlem sprake van een zeer sterke afname van het aantal transacties (-30,9 procent). In populaire steden buiten de Randstad is echter ook sprake van een sterke daling, zoals in Groningen (- 11,1 procent), Eindhoven (-20,5 procent), Zwolle (-22,5 procent) of Leeuwarden (-22,8 procent). In andere steden zoals Middelburg (+19,4 procent) en Deventer (+18,9 procent), is de woningmarkt gestabiliseerd of juist aangetrokken. Huizenkopers zoeken verder hun heil in (Vinex)steden als Nieuwegein (+14 procent) en Zoetermeer (+15,5 procent).

 De oplossing voor het zeer schaarse woningaanbod in de grote en middelgrote steden is nieuwbouw, maar dat is helemaal niet vanzelfsprekend. Zo is er een tekort aan betaalbare nieuwbouwwoningen, waardoor huizenkopers afhaken. In het vorige kwartaal zijn dan ook 13 procent minder nieuwbouwwoningen verkocht in vergelijking met een jaar geleden. De gemiddelde prijs voor een nieuwbouwwoning ligt op 387.000 euro. Dat is ruim 25 procent hoger dan voor een gemiddelde woning bij bestaande bouw (308.000 euro). Het kabinet wil dat er jaarlijks 75.000 woningen worden bijgebouwd, maar door het stikstofbesluit is het zeer de vraag of dit in de komende jaren mogelijk is. Vooral de nieuwbouwplannen in Zuid-Holland dreigen hierdoor in de knel te komen. In deze provincie, waar sprake is van een oververhitte woningmarkt, staan maar liefst zo’n 2.520 woningbouwprojecten op het spel.

 “De woningmarkt lijkt zich licht te herstellen, maar dit is nog niet zichtbaar in alle regio’s. Vooral in de grote en middelgrote steden stijgen huizenprijzen nog steeds en wordt het woningaanbod alsmaar schaarser. De oplossing ligt in het vergroten van het aanbod, met name in en rond stedelijke gebieden”, zegt Henk Otgaar, franchisenemer van De Hypotheker in Zoetermeer. “Nieuwbouwprojecten komen vanwege de hoge kosten echter moeilijk van de grond en door het stikstofprobleem dreigt het woningtekort zelfs nog verder op te lopen. We dringen er daarom bij het kabinet op aan op korte termijn met een oplossing voor de woningbouw te komen, omdat de gevolgen hiervan van in de komende twee tot drie jaar blijven doorwerken.”

woensdag 18 september 2019

Sneller meer betaalbare woningen voor starters en middeninkomens

Het kabinet investeert de komende jaren twee miljard euro om de woningmarkt vlot te trekken. Starters en middeninkomens kunnen profiteren van deze financiële impuls. Het kabinet gaat gemeenten en woningcorporaties stimuleren om sneller en meer betaalbare woningen te realiseren.

Prettig wonen betekent dat genoeg woningen beschikbaar zijn voor elke portemonnee en levensfase. Woningen die qua grootte, prijs, locatie en omgeving aansluiten op de woonwensen. Door een stijgende vraag naar woningen en steeds hogere huizenprijzen, raakt dit voor meer mensen buiten bereik. Daarom komt er een woningbouwimpuls beschikbaar van 1 miljard euro om het woningtekort in te lopen en de bouwproductie hoog te houden. De woningbouwimpuls moet bijdragen aan betaalbare woningbouw en het oplossen van knelpunten. Denk daarbij aan uitplaatsing van bedrijven, het direct bereikbaar maken van een nieuwe wijk of het opvangen van de gevolgen van de stikstofuitspraak. Daarnaast worden door het Rijksvastgoedbedrijf, samen met gemeenten, beschikbare rijksgronden klaargemaakt voor woningbouw. 
Verhuurderheffing

Het kabinet wil de wachtlijsten in de huursector aanpakken zodat mensen sneller aan een betaalbare woning kunnen komen. Door het aanjagen van de bouw via de verhuurderheffing met een impuls van 1 miljard euro, ontstaat er een gerichte stimulans voor woningcorporaties en andere verhuurders om meer betaalbare woningen te bouwen. Dankzij de extra middelen kunnen de verhuurders meer sociale en middenhuurwoningen gaan bouwen, zonder dat dit ten koste gaat van betaalbaarheid en duurzaamheid van de bestaande voorraad. Daarnaast komt er een vrijstelling van de verhuurderheffing voor de bouw van flexibele en tijdelijke woningen.  

Beter wonen

Door de krapte op de woningmarkt stijgen de huren, stagneert de doorstroming en zijn er excessen. Het kabinet neemt daarom maatregelen om betaalbare woningen voor starters, lage en middeninkomens beter bereikbaar te houden. Zo wordt de inkomensgrens van een meerpersoonshuishouden om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning verhoogd naar 42.000 euro (grens eenpersoonshuishoudens gaat omlaag naar 35.000 euro). De ruimte voor woningcorporaties voor lokaal maatwerk wordt vergroot waardoor ook lage middeninkomens voor een sociale huurwoning in aanmerking kunnen komen. Woningcorporaties kunnen huurders met een hoger inkomen die in een sociale huurwoning wonen een huurverhoging van 50 tot 100 euro geven. Ook kunnen woningcorporaties straks gemakkelijker een woning aan mensen met middeninkomens en zittende huurders verkopen. Door de WOZ-waarde beperkter te laten meetellen voor de huurprijs, blijven er meer sociale huurwoningen beschikbaar voor lagere inkomens.



woensdag 4 september 2019

Huren stijgen met 2,5 procent in 2019

De woninghuren waren in juli 2019 gemiddeld 2,5 procent hoger dan een jaar eerder. De huren van sociale huurwoningen bij woningcorporaties stegen met 2,0 procent. De huren van de sociale huurwoningen bij overige verhuurders en van de vrijesectorwoningen gingen met 3,3 procent omhoog. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.De gemiddelde huurstijging was wat hoger dan in juli 2018 (2,3 procent) en ligt nu bijna op de gemiddelde huurstijging van de afgelopen tien jaar (2,6 procent).

Huurstijging hangt samen met consumentenprijzen

Een belangrijke oorzaak voor de hogere huurstijging is de sterkere stijging van de consumentenprijzen in 2018. Voor gereguleerde huurwoningen is de maximale huurverhoging de stijging van de consumentenprijzen in het voorgaande jaar plus een inkomensafhankelijke toeslag. In 2019 is deze maximale huurstijging 4,1 of 5,6 procent, afhankelijk van het inkomen van de huurder. Voor woningcorporaties geldt de extra regel dat de totale huurinkomsten in een kalenderjaar gelimiteerd mogen stijgen. Voor 2019 is de maximale toename 2,6 procent.

De gemiddelde huurverhoging per 1 juli van sociale huurwoningen bij woningcorporaties is dit jaar ook hoger dan vorig jaar: 2,0 procent nu tegen 1,7 procent in 2018. Dit komt deels door de hogere maximale huurstijging, maar ook doordat er een kleiner aandeel woningen is waarbij de huren dalen of gelijk blijven. Dit jaar betreft dit 14,3 procent van de woningen van corporaties, in 2018 was dit 18,6 procent.

Ook de huurstijging van de vrijesectorwoningen is dit jaar hoger: 3,3 procent in 2019 tegen 3,1 procent in 2018. De huurstijging van sociale huurwoningen bij overige verhuurders was in beide jaren 3,3 procent.

Minder hoge huurstijging bij bewonerswisseling dan in 2018

De huren bij bewonerswisseling stegen dit jaar minder hard dan in 2018. De gemiddelde verhoging bij wisseling van huurders was dit jaar 8,2 procent. Vorig jaar was dit nog 9,6 procent. Verhuurders zijn niet gebonden aan de maximale huurverhoging als een nieuwe huurder in de woning trekt. Voor huurders die niet verhuizen was de gemiddelde huurverhoging 2,1 procent.

woensdag 10 juli 2019

Woonbond waarschuwt voor vergroten ‘woonkloof’ middeninkomens

De Woonbond waarschuwt dat, door een huidig wetsvoorstel waarin de inkomensgrens voor toegang tot een sociale huurwoning wordt verlaagd, nog meer middeninkomens tussen wal en schip gaan vallen op de woningmarkt. ‘Kopen of huren in de vrije sector is vaak te duur, en de sociale huur wordt voor middeninkomens op slot gegooid. Ze vallen in een Woonkloof,' stelt Woonbonddirecteur Paulus Jansen. Het wetsvoorstel is nu openbaar ter consultatie. De Woonbond roept huurders en huurdersorganisaties op te reageren op het wetsvoorstel.

In het voorstel komen er verschillende inkomensgrenzen voor verschillende huishoudgroottes. Nu geldt er nog één grens voor iedereen. Die ligt nu op €42.436,-. In het wetsvoorstel gaat de grens voor alleenstaanden naar €35.000 en voor meerpersoonshuishoudens naar €42.000,-. Jansen: ‘Het is logisch om te gaan differentiëren op type huishouden. Een gezin houdt minder over voor wonen, dan een eenpersoonshuishouden met hetzelfde inkomen. Maar er wordt nu niet gekeken naar wat deze mensen kunnen betalen. De doelgroep voor sociale huur wordt zo kunstmatig klein gerekend, waardoor meer mensen nergens terecht kunnen.’ 

Hogere grenzen voor gezinnen en alleenstaanden

De Woonbond en Aedes hebben eerder in een gezamenlijke reactieop het wetsvoorstel al gepleit voor een systeem met drie categorieën met hogere inkomensgrenzen voor gezinnen en eenpersoonshuishoudens. 

Inkomensafhankelijke huurverhoging

Ook gaat de inkomensafhankelijke huurverhoging op de schop. Zo kan de huur van huurders jaarlijks met ineens 50 of 100 euro in de maand worden verhoogd. De Woonbond is principieel tegen inkomensafhankelijke huurverhogingen. Jansen: ’inkomenspolitiek hoort bij de overheid thuis, niet bij de verhuurder. Als je dan toch een inkomensafhankelijke huurverhoging in stand houdt, dan is de huidige wijziging niet goed. Ook hier zijn de inkomensgrenzen te laag, wordt er geen rekening gehouden met gezinnen en de voorgestelde huursprongen zijn veel te hoog.’’ 

dinsdag 9 juli 2019

Jaarlijks 750 nieuwe sociale huurwoningen in Den Haag

Tot 2021 komen er in Den Haag jaarlijks minstens 750 sociale huurwoningen bij. Dat schrijft wethouder Boudewijn Revis (Stadsontwikkeling & Wonen) vandaag in een brief aan de Gemeenteraad. De brief geeft inzicht in de voortgang van de sociale woningbouw in de stad. Hieruit blijkt dat kan worden voldaan aan de ambitie om elk jaar 750 sociale huurwoningen bij te bouwen. Revis: “De Haagse woningmarkt staat onder druk en er zijn veel mensen die zoeken naar een betaalbare woning. Daarom maken we nu tempo en zorgen we voor veel nieuwe betaalbare woningen.”

De komende drie jaar start de bouw van 3.770 sociale huurwoningen. De nieuwe woningen worden bijvoorbeeld gebouwd aan de Waldorpstraat (623 woningen), op de Binckhorst aan de Pegasusweg (300 woningen) en het Maanplein (162 woningen) en op het Erasmusveld (124 woningen). Corporaties bouwen deze woningen. In samenhang met deze nieuwe plannen worden er ook 820 woningen vervangen. Hierdoor komt de nettogroei aan sociale huurwoningen neer op ongeveer 750 nieuwe sociale huurwoningen per jaar.

Ook wordt er al gekeken naar de plannen voor na 2021. Dan zal er vooral gebouwd worden rondom de stations, Laakhavens, de Binckhorst en Den Haag Zuidwest. De plannen voor deze gebieden worden nu voorbereid. Onderdeel van deze plannen is dat er ook na 2021 voldoende betaalbare woningen komen. 

Eerder dit jaar stemde de Haagse gemeenteraad in met de woonagenda. Een resoluut pakket aan maatregelen om de woningmarkt toegankelijk te houden. In deze woonagenda is afgesproken dat bij nieuwbouw een norm van 30% sociale huur gehanteerd wordt voor de hele stad. Daarnaast worden er elk jaar 750 sociale huurwoningen bijgebouwd. Als er sociale woningen moeten worden gesloopt, dan worden minstens hetzelfde aantal sociale huurwoningen herbouwd. Dit is vooral het geval in Den Haag Zuidwest. Uit deze brief blijkt dat de inzet van het stadsbestuur om netto 750 sociale huurwoningen te realiseren haalbaar is. 

Revis: “We staan aan de startlijn op pole position om betaalbare woningen te realiseren. Maar de race begint pas nu, dus we moeten hard blijven werken met coöperaties en marktpartijen om het voor elkaar te krijgen. Alleen zo werken we aan een stad die aantrekkelijk blijft en waar iedereen prettig kan wonen.”


Meer sociale huur behouden bij overname Vestia-bezit door andere corporaties

Overname van het Vestia-bezit door (een) andere lokale woningcorporatie(s) lijkt de meest passende oplossingsrichting voor de volkshuisvestelijke problematiek die dreigt te ontstaan in Barendrecht, Bergeijk, Brielle, Pijnacker-Nootdorp, Westland en Zuidplas. De oplossing kan doorgang vinden zonder het financiële herstel van woningcorporatie Vestia in gevaar te brengen. Dat blijkt uit het rapport dat minister Ollongren van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in ontvangst nam van Hamit Karakus, de door haar aangestelde bestuurlijk regisseur.

Begin februari 2019 startte Karakus zijn zoektocht naar het vinden van concrete én werkbare oplossingsrichtingen voor de volkshuisvestelijke opgave die is ontstaan in de gemeenten Barendrecht, Bergeijk, Brielle, Pijnacker-Nootdorp, Westland en Zuidplas. “De huidige liberalisatie van de sociale huurvoorraad door Vestia veroorzaakt vooral in deze gemeenten een fors verlies van sociale huurwoningen. Een groeiend volkshuisvestelijk tekort is onwenselijk en belemmert het recht op betaalbare huisvesting voor iedere huurder”, benadrukt Karakus.

Gedeelde urgentie

Uit de vele gesprekken die de bestuurlijk regisseur de afgelopen periode voerde met alle betrokken partijen, blijkt sterk dat de urgentie van het volkshuisvestelijk vraagstuk breed wordt (h)erkend; bij woningcorporaties, bij gemeenten, bij de provincie en bij de overige betrokken instanties. Karakus: “Hoewel er sprake lijkt te zijn van een breed gedragen en positieve grondhouding, realiseren vrijwel alle partijen zich dat de financiële problemen van Vestia een structurele oplossing in de weg zit. Veel partijen delen de wens om de patstelling die is ontstaan, te doorbreken. Dit betekent onder meer dat veel betrokken partijen bereid zijn om in beweging te komen, mits iedereen bijdraagt. Ook de huurdersvertegenwoordiging van Vestia wil zo snel mogelijk af van een onzekere situatie. Een mogelijke overname van het Vestia-bezit door lokale en/of regionale woningcorporaties met meer investeringskracht biedt duidelijkheid aan huurders en is daarom een oplossingsrichting die wordt aanbevolen.”

Kansrijke oplossing

In diverse gespreksrondes zijn ook andere oplossingsrichtingen verkend, waaronder het compenseren van de liberalisatie met nieuwbouw, minder liberaliseren in deze zes gemeenten of verkoop van het Vestia-bezit aan marktpartijen. De overname van het volledige Vestia-bezit aan (een) lokale woningcorporatie(s) wordt door de bestuurlijk regisseur als meest kansrijk beoordeeld. Dit is mede te danken aan de stap die Vestia zelf zette gedurende het traject, namelijk het aanbieden van haar woningen tegen marktwaarde-in-verhuurde-staat aan lokale en regionale woningcorporaties.

Gezamenlijk vervolg

Meerdere woningcorporaties en gemeenten hebben aangegeven een voorkeur te hebben voor een vervolgproces waarin partijen gezamenlijk op zoek gaan naar een optimale oplossing in de individuele gemeenten. De concrete uitwerking van deze mogelijke oplossingsrichting kost tijd en vergt een transparant proces. Als eerstvolgende stap stelt de bestuurlijk regisseur voor om het initiatief te nemen om per gemeente een ‘tafel’ te organiseren. Hiervoor worden lokale corporaties uitgenodigd die het bezit van Vestia in de betreffende maatwerkgemeente over willen nemen tegen minimaal marktwaarde-verhuurde-staat. Karakus: “De bestuurlijk regisseur van deze tafels zal vooral moeten toezien op een optimale invulling van de volkshuisvestelijke opgave na overname. De inzet zou daarnaast gericht moeten zijn op het zo snel mogelijk ontzorgen en bemiddelen bij belemmeringen die de overname in de weg kunnen staan. Vestia blijft zelf integraal verantwoordelijk voor het verkoopproces en heeft hier de regie over.”

woensdag 19 december 2018

Sociaal Huurakkoord legt huurstijging verder aan banden

Het bestuur van de Woonbond en dat van corporatiekoepel Aedes zijn het eens geworden over een Sociaal Huurakkoord. De huurprijzen voor sociale huurders bij corporaties zullen daardoor de komende jaren minder hard stijgen, en lagere inkomens kunnen huurbevriezing of huurverlaging krijgen.

Dat maken de Woonbond en Aedes vandaag bekend. Het was moeilijk tot een akkoord te komen, omdat het huidige kabinet de belastingdruk voor corporaties op laat lopen en er veel woningen bijgebouwd moeten worden én veel bestaande woningen verduurzaamd moeten worden. Betaalbare huren hebben zowel voor de Woonbond als Aedes prioriteit, en de partijen zijn daarom blij dat ze er uit gekomen zijn.

Trend keren

Paulus Jansen: ‘Er zijn nog steeds te veel huurders die maandelijks moeite hebben de huur te betalen. De trend dat de huren harder stijgen dan de inflatie en de inkomensontwikkeling van het grootste deel van de huurders moet worden gekeerd. Dat doen we door de huurstijgingen te beperken en in te zetten op het verlagen van woonlasten bij verduurzaming van huurwoningen én door de huurprijzen voor sommige huurders met een laag inkomen te bevriezen of te verlagen’.

Huren stijgen maximaal met inflatie

De huurprijzen van sociale huurwoningen van een corporatie kunnen gemiddeld maximaal met inflatie stijgen.  Dat is een procent lager dan nu het geval is. De huurstijgingen worden hierdoor verder afgeremd. Het gaat hier om de stijging van de huurprijzen van een corporatie bij elkaar (de huursom). Corporaties hebben ook de mogelijkheid bij sommige huizen de huur iets meer of minder te verhogen, bijvoorbeeld als die huur relatief laag of hoog is voor de kwaliteit van het huis.

Huurbevriezing of huurverlaging

Huurders met een relatief hoge huur voor hun inkomen, kunnen huurbevriezing aanvragen. Het gaat om huurders die qua inkomen in de huurtoeslagdoelgroep vallen, en een huurprijs hebben boven de voor hun geldende aftoppingsgrens (afhankelijk van huishoudgrootte net onder of net boven de €600,-). Huurders met een huurprijs boven de liberalisatiegrens die een inkomensdaling hebben gehad, waardoor ze in de huurtoeslagdoelgroep vallen, kunnen huurverlaging krijgen. Niet alleen betalen ze dan minder huur, ze komen met een huur onder de liberalisatiegrens ook in aanmerking voor huurtoeslag.

Woonlasten omlaag door verduurzaming

De komende jaren moeten er miljoenen huurwoningen worden verduurzaamd. Bij verduurzamende renovaties spreken Woonbond en Aedes af dat de gemiddelde reële besparing op de energierekening hoger is dan de stijging in huur of servicekosten bij renovatie. Zo verwachten we dat huurders er bij verduurzaming op vooruit gaan, doordat de woonlasten dalen.

Achterban

Zowel Aedes als Woonbond leggen het Huurakkoord op korte termijn voor aan de achterban.(woonbond)

dinsdag 18 december 2018

Meer dan de helft van de huurders komt met moeite rond

Huurders hebben bovengemiddeld veel moeite om rond te komen. Dat blijkt uit recent onderzoek van het NIBUD.


Vergeleken met voorgaande jaren komen  minder mensen met moeite rond. In 2015 was dit 45% van de mensen, nu nog 38% van de mensen. Huurders springen daar bovenuit. Maar liefst 53% van de huurders heeft moeite rond te komen. Bij huiseigenaren ligt dit percentage beduidend lager, op 26%. De Woonbond pleit dan ook al enige tijd voor het verlagen van woonlasten van huurders.
Stijgende lasten
Als reden voor de financiële problemen geven de meeste mensen (40%) aan dat het inkomen gelijk is gebleven terwijl de uitgaven zijn gestegen. Ook wijzen veel mensen (37%) op te hoge vaste lasten. 

Rekeningen niet op tijd kunnen betalen

Van de respondenten kan 32% rekeningen niet altijd op tijd betalen. De groep huishoudens die de huur of hypotheek wel eens te laat betaalt groeide van 12 procent in 2012 naar 19 procent in 2018. Het deel dat wel eens te laat is met het betalen van de energierekening steeg in dezelfde periode van 17% naar 19%. (Woonbond)


donderdag 6 december 2018

Dalende waterprijs, iets hogere drinkwaterrekening

Drinkwaterbedrijf en natuurbeheerder Dunea heeft haar tarieven voor 2019 bekendgemaakt. De prijs per 1000 liter drinkwater daalt licht, evenals de afgelopen jaren. Door verhoging van de btw zal de waterrekening voor de meeste huishoudens in 2019 toch iets hoger uitvallen. De tarieven zijn te vinden op de website van Dunea.

Drinkwaterbedrijf Dunea investeert structureel in het zo efficiënt mogelijk produceren van drinkwater om daarmee tegen zo laag mogelijke kosten lekker en betrouwbaar drinkwater te kunnen aanbieden aan haar consumenten. De afgelopen decennia heeft dit geresulteerd in dalende tarieven voor drinkwater. Zo ook in 2019. Per 1 januari 2019 kost duizend liter drinkwater € 0,98 exclusief btw. De nieuwe tarieven van Dunea zijn tijdens de aandeelhoudersvergadering op 22 november vastgesteld door de aandeelhoudende gemeenten.

Vastrecht
Naast de kosten voor het waterverbruik brengt Dunea haar klanten ook vastrecht in rekening, onder meer voor het onderhoud van het leidingnet en de zuiveringsinstallaties. Het vastrechttarief voor een basisaansluiting stijgt per 1 januari 2019 slechts met 26 cent voor een heel jaar. Het vastrecht voor de leveringscapaciteit van 2.500 liter per uur daalt. De tarieven voor grotere leveringscapaciteiten gaan omhoog.

Belastingen één derde van uw waterrekening
Huishoudens en bedrijven betalen, naast hun drinkwaterverbruik, ook een aantal overheidsheffingen via de waterrekening: precario op waterleidingen, Belasting op Leidingwater (BoL) en btw. Dit zijn kosten die Dunea aan de lokale of rijksoverheid moet betalen en daarom onderdeel uitmaken van de waterrekening.

"Vooral de voorgenomen btw-verhoging werkt het komende jaar door in de drinkwaterrekening," legt Dunea-directeur Wim Drossaert uit. "Veel klanten zullen onder de streep iets meer gaan betalen, ondanks de dalende waterprijs. Dat komt doordat btw niet alleen over het drinkwaterverbruik wordt berekend, maar over alle onderdelen van de waterrekening. Met de stijging van de btw naar 9% bestaat in ons leveringsgebied een waterrekening gemiddeld voor 33% uit belastingen."

Precario
Na 2020 zal de belastingdruk op de waterrekening dalen. Dan mogen gemeenten geen precario op kabels en leidingen in gemeentegrond meer in rekening brengen. De gemeente Hillegom is precario stapsgewijs aan het afbouwen en de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft precario in 2018 al helemaal afgeschaft.

Tarievenregeling
Voor een huishouden met een verbruik van 150 m3 per jaar betekenen de nieuwe tarieven een stijging van ongeveer 8 euro op de jaarafrekening. Op www.dunea.nl/tarieven is de complete tarievenregeling voor 2019 te vinden. Daar staan ook rekenvoorbeelden die inzicht geven in de opbouw van uw waterrekening.

dinsdag 9 januari 2018

Stijgende huizenprijzen raken nu ook de doorstromer

In grote en ook steeds meer middelgrote steden wordt het steeds lastiger een woning te kopen. Door de sterk stijgende huizenprijzen zijn ook huizenkopers in Zoetermeer gedwongen een steeds hogere hypotheek af te sluiten. Hierdoor neemt het gemiddeld hypotheekbedrag al een aantal kwartalen op rij toe, blijkt uit onderzoek van De Hypotheker. Door deze stijging dreigt vooral de woningmarkt in de Randstad op slot te gaan voor minder vermogende huizenkopers, zoals starters. Bovendien ligt de gemiddelde huizenprijs voor doorstromers in heel Nederland nu al boven de nieuwe grens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) die in 2018 van kracht is geworden. Doordat huizenkopers in (middel)grote steden uitwijken naar omliggende regio’s worden de woningprijzen in andere delen van het land ook opgedreven.

Gemiddeld hypotheekbedrag doorstromers bereikt recordhoogte
De stijgende huizenprijzen stuwen het gemiddeld hypotheekbedrag, met name in de grote steden, in het afgelopen jaar steeds verder omhoog. Amsterdam spant de kroon met een gemiddeld hypotheekbedrag van 331.331 euro, gevolgd door Utrecht en Den Haag. Bij starters is het landelijk gemiddeld hypotheekbedrag 205.089 euro: een stijging van 6,5 procent in vergelijking met een jaar geleden. Bij doorstromers is sprake van een stijging van 6,3 procent: het gemiddeld hypotheekbedrag is nu 277.016 euro.

Het landelijk gemiddeld hypotheekbedrag voor doorstromers ligt daarmee zelfs al boven de nieuwe vastgestelde NHG-grens van 265.000 euro. Deze grens is weliswaar een verhoging ten opzichte van 2017, maar door de alsmaar stijgende huizenprijzen komen vooral doorstromers niet meer in aanmerking voor een hypotheek met NHG. Zij kunnen daardoor niet meer profiteren van de garantie die deze regeling biedt. Huizenkopers in Zoetermeer zijn geen uitzondering op deze regel. Mede hierdoor worden er in het hele land minder hypotheken met een NHG gesloten ten opzichte van een jaar geleden (-7,5 procent).

Zelfs doorstromers krijgen het steeds moeilijker in Randstad en omliggende regio’s
“Door de stijgende huizenprijzen en strengere leennormen lijkt de woningmarkt steeds meer het domein van de doorstromer te zijn”, vertelt Henk Otgaar, franchisenemer van De Hypotheker in Zoetermeer. “Toch zien we nu dat ook doorstromers last hebben van de sterk stijgende huizenprijzen en het onvoldoende gevarieerde aanbod van woningen in de grote steden. Dit geeft ook gevolgen voor de huizenmarkt in andere delen van het land. Doordat doorstomers in de knel lijken te komen, wijken zij uit naar omliggende regio's, waardoor een waterbedeffect ontstaat. Met de overwaarde van hun woning drijven ze namelijk op hun beurt de prijzen in omliggende plaatsen op. Daarom pleiten we voor een betaalbaar en divers aanbod van nieuwbouwwoningen.”

maandag 29 mei 2017

SP: Vestia, behouden die sociale woningen!

Vestia wil het aantal sociale huurwoningen dat de woningbouwcorporatie in Zoetermeer heeft terugbrengen van 4576 naar 3821. Het is voor de SP duidelijk dat we van deze corporatie in Zoetermeer niets meer hoeven te verwachten. Blijkbaar weet Vestia niet wat haar taak is, het zorgen voor voldoende betaalbare woningen in Zoetermeer. Met oplopende wachtlijsten is het niet te begrijpen dat Vestia het aantal sociale huurwoningen nog verder wil terugbrengen.

Doordat voormalige bestuurders van Vestia hebben gegokt met geld van huurders zijn woningzoekenden van nu de dupe. Mensen staan jaren op een wachtlijst om uiteindelijk een sociale huurwoning te kunnen betrekken. Een echte woningbouwcorporatie zou zich dit wel aantrekken. Maar Vestia? Die heeft nog maar één doel in Zoetermeer, zo snel mogelijk het aantal sociale woningen in Zoetermeer af laten nemen.
Wat de SP betreft stellen we harde eisen aan Vestia. Het aantal sociale woningen in Zoetermeer moet stijgen. Hoe Vestia hier een bijdrage aan gaat leveren mag zij zelf weten. Als dit maar gerealiseerd gaat worden. Deze vraag hebben we immers ook gesteld aan de andere twee woningbouwcorporaties in de stad. Die hebben aangegeven graag te onderzoeken wat er mogelijk is. Dus waar blijft Vestia? De SP is dan ook blij te vernemen dat de verantwoordelijk wethouder, Taco Kuiper (PvdA), hierover nog steeds in gesprek is met Vestia.

Fractievoorzitter Daniël Westhoek: “Het is ronduit schandalig dat Vestia blijft vasthouden aan het verkleinen van het aanbod sociale woningen in Zoetermeer. De wachtlijst voor een sociale woning loopt alleen maar op. De vraag naar een betaalbare woning is groter dan ooit. Ik verwacht dan ook van de woningbouwcorporaties die in Zoetermeer actief zijn dat zij een bijdrage leveren om de wachtlijst weer te verkleinen door de realisatie van nieuwe, betaalbare woningen.”

maandag 15 mei 2017

‘Nul op de meter’ voor 120 eengezinswoningen in Palenstein

Woningcorporatie De Goede Woning wil 120 eengezinswoningen in de Zoetermeerse wijk Palenstein compleet renoveren en energieneutraal maken zodat er ‘nul op de meter’ komt. Dura Vermeer is door de corporatie geselecteerd om de renovatie uit te voeren. Beide partijen hebben hun handtekening gezet onder de overeenkomst en de voorbereidingen zijn inmiddels gestart!
Nul op de meter
Na de renovatie zijn de woningen ‘nul op de meter’. Dit betekent dat het huishoudelijke gebruik van stroom door de woning zelf wordt opgewekt, net als  de energie die nodig is voor verwarming, ventilatie en warm tapwater. Om dit te kunnen bereiken, worden de huizen onder meer voorzien van compleet nieuwe, goed geïsoleerde gevels, daken met zonnepanelen en een nieuw systeem om de woning te verwarmen en te ventileren. De renovatie start naar verwachting in oktober van dit jaar. Dura Vermeer verwacht het project in mei 2018 te kunnen opleveren.
Belangrijke stem voor bewoners
Dura Vermeer kwam na de aanbestedingsprocedure als winnaar uit de bus. De manier waarop zij bewoners bij het traject betrekken, was een belangrijk criterium voor De Goede Woning. “Het is een groot en ingrijpend project. Daarom vinden wij het belangrijk dat de bewoners een belangrijke stem hebben in de renovatie”, licht Rob Paas, teamleider Energie & Planmatig Onderhoud bij De Goede Woning, toe. “Zo hebben we de bewonerscommissie mee laten beslissen welke bouwer de renovatie gaat uitvoeren. Ook praten ze straks mee over de nieuwe uitstraling van de woningen en de wijk.”
Zorgvuldige voorbereiding
De periode van heden tot en met september 2017 wordt gebruikt om het project voor te bereiden. Zo is inmiddels gestart met het inmeten van de woningen. Om ervoor te zorgen dat de bewoners precies weten wat hen te wachten staat, gaat Dura Vermeer bijeenkomsten en individuele gesprekken organiseren. “Wij leveren kwalitatief en financieel het beste product, maar belangrijker nog: wij informeren bewoners in het hele traject zo goed mogelijk, zodat ze precies weten wat er gaat gebeuren en zo min mogelijk overlast ervaren” zegt Machiel Peltenburg, manager bij de Divisie Bouw en Vastgoed.

Duurzaamheid hoog op de agenda
De ambities op het gebied van duurzaamheid zijn hoog in Zoetermeer. De gemeente Zoetermeer zet vanuit de Woonvisie en het programma ‘Duurzaam en Groen Zoetermeer’ in op een CO2 neutraal Zoetermeer in 2040 en ondersteunt het plan van De Goede Woning om 120 eengezinswoningen te renoveren tot nul op de meter. Er wordt nauw samengewerkt; in maart is de ‘Greendeal’ ondertekend door de gemeente, de corporaties en netbeheerder Stedin om een aardgasloze wijk van Palenstein te maken. “Goed voor het milieu én voor de bewoners”, benadrukt Rob Paas: “De woningen niet alleen comfortabeler, ook de  energierekening van onze bewoners wordt lager.”

woensdag 29 maart 2017

CDA Zoetermeer: verdeling sociale woningbouw in regio moet eerlijker

In de regionale woonvisie beschrijven gemeenten in Haaglanden hun ambitie voor de bouw van sociale huurwoningen. Het CDA vindt dat deze verdeling eerlijker moet, en heeft het college hierop aangesproken. Een gemeente als Zoetermeer bouwt bovengemiddeld veel sociale huurwoningen, terwijl omliggende gemeenten als Pijnacker-Nootdorp, Westland en Wassenaar ver bij het gemiddelde achterblijven. Deze gemeenten wentelen hun tekort aan huurwoningen af op de omliggende gemeenten, zoals Zoetermeer. Het CDA roept daarom ook de omliggende gemeenten op samen de verantwoordelijkheid voor voldoende sociale huurwoningen te nemen.

In de huidige situatie zullen woningzoekenden uit de regio vaak een beroep doen op Zoetermeer, omdat daar meer sociale huurwoningen gebouwd worden dan elders. Ondertussen wordt daarmee de ruimte voor Zoetermeerse woningzoekenden beperkt, want woningzoekenden uit buurgemeenten dingen mee naar Zoetermeerse woningen. Zolang er in de andere gemeenten ook genoeg sociale huurwoningen beschikbaar zijn levert het stelsel  geen problemen op, maar juist daar gaat het fout.
CDA-gemeenteraadslid Klaasjan de Jong pleit voor een eerlijker verdeling. ‘Gemeenten die een achterstand hebben moeten de komende jaren een extra inspanning leveren. Een boterzachte intentieverklaring, zoals het college voorstelt, is daarvoor onvoldoende.’

In de gemeenteraad was er brede steun voor een steviger stellingname. De raad gaf de wethouder opdracht om met alle gemeenten in de regio afspraken te maken over de opgave voor de komende 7 jaar, en hierover voor het eind van het jaar een voorstel voor te leggen aan de gemeenteraad. De Jong: ‘Voor het CDA is deze afspraak een belangrijke voorwaarde om de sociale woningmarkt als een ongedeelde regio te laten voortbestaan. In deze ongedeelde regio kunnen woningzoekenden in alle gemeenten in Haaglanden terecht voor een sociale huurwoning. Maar dit systeem kan alleen werken als alle gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen.’

dinsdag 28 maart 2017

Zoetermeer scoort goed met lagere woonlasten

Zoetermeer staat op de 138e plaats van de 388 Nederlandse gemeenten waarvan de woonlasten zijn berekend. Dit blijkt uit de Atlas Lokale Lasten 2017 doe door het Centrum Onderzoek Economie Lagere Overheden (COELO) is uitgebracht.

Wethouder Robin Paalvast: 'De 138e plaats is de beste positie sinds de publicatie van de Atlas Lokale Lasten sinds 20 jaar.' Volgens de berekeningen van het COELO dalen de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in Zoetermeer met 1,1%, terwijl landelijk de woonlasten bij gemeenten zijn gestegen met 0,3%.

Wethouder Robin Paalvast vervolgt: 'De voornaamste oorzaak van de daling van woonlasten bij meerpersoonshuishoudens ligt bij de rioolheffing. De rioolheffing is bedoeld voor aanleg en onderhoud van het gemeentelijk rioleringsstelsel. Door het gebruik van nieuwe technieken kunnen de kosten naar beneden en de tarieven dus ook. Daarnaast zijn in 2017 ook de OZB en de afvalstoffenheffing licht gedaald'.

vrijdag 24 februari 2017

Stimulans voor huurwoningen in middensegment

Gemeenten kunnen huurwoningen in het middensegment als aparte categorie opnemen in bestemmingsplannen. Gemeenten krijgen zo meer mogelijkheden om het aanbod van deze woningen te vergroten. De  ministerraad heeft op voorstel van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingestemd met deze wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Via het bestemmingsplan kunnen gemeenten de samenstelling van de woningvoorraad beïnvloeden. Bijvoorbeeld door voor de categorieën sociale huur, sociale koop en eigenbouw bepalingen op te nemen. Met de nieuwe categorie 'geliberaliseerde huurwoningen voor middenhuur' in bestemmingsplannen worden de mogelijkheden verder uitgebreid, bijvoorbeeld voor situaties waarin de gemeente niet zelf de eigenaar is van de grond.

De wijziging van het Bro is deel van een breed pakket aan maatregelen waarmee het kabinet het aanbod aan huurwoningen in het middensegment stimuleert. Zo zien na de wijzigingen in het corporatiebestel  pensioenfondsen en beleggers kansen om te investeren in middeldure huurwoningen. Ook is voor de regio's Amsterdam en Utrecht het puntensysteem aangepast waardoor studio's en kleinere appartementen gemakkelijker aan middeninkomens kunnen worden verhuurd.

Op verzoek van het kabinet is oud-burgemeester van Eindhoven Rob van Gijzel gestart met het organiseren van lokale samenwerkingstafels. Aan deze tafels worden lokale partijen met elkaar in contact gebracht. Dit moet leiden tot afspraken over extra aanbod van huurwoningen voor middeninkomens.


De ministerraad heeft ermee ingestemd dat de wijziging van het Bro voor advies aan de Raad van State wordt gezonden.

vrijdag 27 januari 2017

Drastisch tekort aan geschikte huurwoningen

Er is een drastisch tekort is aan sociale huurwoningen, met name voor mensen met een middeninkomen. Dat schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een nieuwe publicatie. Het PLB adviseert het kabinet daarom ook een nieuwe weg in te slaan, waarbij het bouwen van nieuwe woningen voorop staat.

Blok al in 2014 op de hoogte

“Het is niet de eerste keer dat een belangrijke instantie het kabinet waarschuwt voor een groot tekort aan geschikte woningen”, zegt directeur-bestuurder Liane den Haan van ANBO. “In 2014 gaf de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) ook al aan dat er toen al een tekort was van 40.000 geschikte seniorenwoningen. En dat dit tekort de komende vijf jaar zou oplopen tot 100.000 in 2020. En wat heeft het kabinet en in het bijzonder verantwoordelijk minister Blok hieraan gedaan?”

Ministeries niet op één lijn


Tot 2040 neemt het aantal huishoudens met een miljoen toe. Den Haan: “Er blijven meer senioren thuis wonen, die in veel gevallen een eenpersoonshuishouden voeren. We hebben al vaker gezegd: het ministerie van Volksgezondheid en Wonen staan lijnrecht tegenover elkaar in plaats van dat ze samenwerken. De overheid kan wel willen dat iedereen langer zelfstandig thuis woont, maar de uitvoering ervan moet wel mogelijk zijn doordat er genoeg beschikbare woningen zijn voor alle doelgroepen. Het wordt écht tijd dat gebouwd gaat worden, maar ook dat er rekening gehouden wordt senioren die langer thuis blijven wonen.”

donderdag 5 januari 2017

Huren 2017: maximale stijging huursom voor woningcorporaties 1,3 procent

Het totaal aan huurstijgingen bij woningcorporaties – de huursom - mag volgend  jaar niet hoger zijn dan gemiddeld 1,3 procent. Dat is inclusief het optrekken van de huur na een verhuizing. Binnen deze huursomstijging geldt op een individueel niveau een huurverhoging van maximaal 2,8 procent. Voor hogere inkomens binnen de sociale huur geldt een huurverhoging van maximaal 4,3 procent. Het kabinet wil zo de doorstroming van deze inkomensgroep uit de sociale huur blijven stimuleren.

De cijfers zijn vandaag door minister Blok in de Staatscourant gepubliceerd. De percentages zijn gebaseerd op de vastgestelde inflatie van 0,3 procent en de Wet doorstroming woningmarkt.Anders dan voorafgaande jaren geldt er voor de hogere inkomens vanaf volgend jaar nog maar 1 inkomensgrens waarboven hogere huurstijgingen zijn toegestaan.

Bepaalde groepen chronisch zieken en gehandicapten blijven uitgezonderd van de hogere huurverhoging. Vanaf volgend jaar geldt dat ook voor huishoudens van 4 personen of meer en huishoudens waarbij iemand de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Voor al deze huishoudens geldt een maximale huurverhoging van inflatie plus 2,5 procent.

De regels voor de maximale huurverhogingen gelden ook voor particuliere verhuurders van gereguleerde huurwoningen. De beperkte huursomstijging geldt alleen voor woningcorporaties. In de sociale huur zorgt dit gemiddeld genomen voor relatief beperkte huurverhogingen.
Maximale huurverhogingen:

  • 2,8 procent voor huishoudens met een inkomen tot en met 40.349 euro
  • 4 ,3 procent voor huishoudens met een inkomen boven de 40.349 euro  

NOS NIEUWS

OMROEP WEST

RTL Nieuws