De zorg en opvang voor patiënten die vanwege medische redenen tijdelijk niet
thuis kunnen wonen, het zogeheten eerstelijns verblijf, wordt per 1 januari 2017
betaald vanuit de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Hierdoor
komt er meer duidelijkheid voor patiënten en zorgverleners en sluit de zorg
beter aan op de individuele wensen van patiënten. Dat schrijft minister Edith
Schippers ook namens staatssecretaris Martin van Rijn (beiden VWS) in een brief
aan de Tweede Kamer. Op dit moment geldt hiervoor nog een tijdelijke
subsidieregeling.
Minister Schippers: ‘Mensen die bijvoorbeeld uit het ziekenhuis komen en
tijdelijk even niet naar huis kunnen, moeten op goede opvang en verzorging
kunnen rekenen. Het is cruciaal dat dit goed wordt geregeld. Zo voorkomen we dat
mensen onnodig lang in een ziekenhuis hoeven te blijven’.
Door het eerstelijns verblijf per 2017 vanuit de Zorgverzekeringswet te
financieren, wordt het voor de zorgverzekeraar mogelijk om deze zorg in te
kopen. De patiënt krijgt daardoor de zorg op het juiste moment, op de juiste
plaats.
Eerstelijns verblijf
Bij het eerstelijns verblijf herstellen (vaak oudere) patiënten tijdelijk in bijvoorbeeld een huisartsenhospitaal of verpleeghuis omdat het onverantwoord is om al naar huis te gaan. Dit kan vanuit het ziekenhuis wanneer het bijvoorbeeld na een heupfractuur onverantwoord is om al naar huis te gaan, maar ook vanuit de thuissituatie als vanwege een achteruitgang in de gezondheidssituatie een kortdurende opname nodig is. Door dit goed te regelen wordt eraan bijgedragen dat mensen niet onnodig op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis terecht komen of onnodig lang in het ziekenhuis blijven.
(rijksoverheid.nl)


