De rechtbank Den Haag spreekt twee mannen vrij die verdacht werden van een
gewapende overval op een Plus supermarkt in Delft op 15 oktober 2013. Voor beide
mannen geldt dat er te weinig bewijs is om ze te veroordelen, zo oordeelt de
rechtbank. Het DNA
van de ene verdachte is weliswaar aangetroffen op een achtergelaten paraplu,
maar dit is op zichzelf onvoldoende omdat dit ‘verplaatsbaar DNA’ betreft. De
andere verdachte heeft een alibi.
Overval
Tijdens de overval in Delft drongen twee gemaskerde mannen de supermarkt
binnen, gewapend met een vuurwapen en een hakmes. Ze maakten onder dreiging van
geweld veertienduizend euro buit. Op camerabeelden van de overval is te zien dat
een van de daders zijn paraplu achterliet. Uit onderzoek is gebleken dat DNA op
de paraplu afkomstig was van (onder meer) een van de verdachten. Uit
tapgesprekken en observaties van deze verdachte bleek, dat hij contact
onderhield met de medeverdachte. Beiden ontkennen iedere betrokkenheid bij
voornoemde overval.
DNA-sporen
De rechtbank stelt vast dat op camerabeelden te zien is dat de overvallers
handschoenen droegen. Het is daarom aannemelijk dat de DNA-sporen al voor de
overval op de paraplu terecht zijn gekomen. Nu niet valt uit te sluiten dat
iemand anders dan de verdachte de paraplu op de plaats van de overval heeft
achtergelaten, is er geen direct bewijs dat de ene verdachte een van de
overvallers is geweest.
Alibi
De auto van de tweede verdachte is op 15 oktober 2013 om 08.33 uur Delft binnengereden. Deze verdachte heeft verklaard dat hij zijn auto die dag had uitgeleend. Deze lezing valt, gezien het feit dat hij rond datzelfde tijdstip de aanwezigheidslijst op zijn school in Rotterdam getekend moet hebben, niet uit te sluiten. Dat politie hem heeft herkend op de beelden van de beveiligingscamera is naar het oordeel van de rechtbank niet overtuigend. Het beeld is niet scherp en de persoon op de betreffende ‘still’ van de camerabeelden vertoont naar haar oordeel onvoldoende gelijkenis met verdachte.
(rechtspraak.nl)


