Opkomstintentie en interesse iets toegenomen
Op dit moment zegt 46% van kiesgerechtigden ‘zeker’ te gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Een maand geleden was dat 42%. Het aandeel ‘zeker wel’ is doorgaans een goede voorspeller van gedrag. In 2010 vonden we circa een maand voor de gemeenteraadsverkiezingen een zekere opkomstintentie van 49% en werd de opkomst 54%. Een maand geleden dachten we o.b.v. die 42% dat de opkomst niet boven de 50% zou komen. Trekken we de voorspeller echter door, dan kunnen we de opkomstverwachting iets naar boven bijstellen en mogen we verwachten dat de opkomst rond de 50% uit zal komen. De kans dat het de laagste opkomst ooit bij de gemeenteraadsverkiezingen wordt, is nog steeds groot.
De opkomstintentie is vooral toegenomen onder jongeren (tot 35 jaar) en kiezers van 55 tot 64 jaar. De intentie om te gaan stemmen is het hoogst onder kiezers van ChristenUnie/SGP, D66, GroenLinks en CDA. Laag is die intentie bij de SP-aanhang en degenen die op een lokale partij zouden willen stemmen.
Degenen die niet willen gaan stemmen doen dat vooral uit politiek cynisme (de politiek luistert toch niet; uit protest), gebrek aan kennis en een gebrek aan belangstelling in de (gemeente)politiek.
We zien in heel het land gemeenten en politieke partijen alles uit de kast halen om mensen wel naar de stembus te krijgen. Maar duidelijk niet altijd de juiste dingen. Op de vraag ‘Wat zou de kans dat u wel zou gaan stemmen doen toenemen?’ zegt maar liefst een derde dat wel te overwegen als ze digitaal (via internet) zouden kunnen stemmen. Bekend zijn met lokale kandidaten zou nog een vijfde over de streep kunnen halen. 14% zou gevoelig zijn voor een oproep van een familielid: vooral jongeren zijn hierdoor beïnvloedbaar: van de 18-24-jarigen noemt maar liefst 28% dit. Oproepen van landelijke of lokale politici, burgemeesters of feesten waar gestemd kan worden, lijken weinig uit te halen (ook niet onder de jongeren).
Niet alleen de opkomstintentie, ook de interesse in de gemeentelijke politiek is iets toegenomen ten opzichte van de vorige peiling. Maar deze is nog steeds historisch laag. Sinds 1982 lag de interesse steeds tussen de 44% en 50%, met een uitschieter in 1998 (61%). Nu is dat 40% (vier weken geleden 35%)).
Lokale partijen nemen verder afstand
De lokale partijen zijn al ‘de grootste partij van Nederland’ op lokaal niveau. Ze bezetten 24% van de raadszetels, in onze februaripeiling stegen ze virtueel naar 26% en nu komen ze zelfs op 29%. Wetende dat de lokale partij in de gemeenteraadspeilingen eerder onderschat worden, is het mogelijk dat de lokale partijen gezamenlijk zelfs boven de 30% uit gaan komen.Winst wordt ten opzichte van 2010 verder geboekt door SP en D66. D66 stijgt nog iets in vergelijking met de peiling van begin februari, SP levert ten opzichte van die peiling iets in. De SP doet in circa een derde van de gemeenten niet mee en bereikt derhalve een kwart van de kiezers niet. De SP zal daarom waarschijnlijk wel groeien, maar de gevonden 10% zal niet worden gehaald. Een vrij groot deel van dit verschil komt bij de lokale partijen terecht. Ook D66 zal deze 12% waarschijnlijk niet helemaal kunnen verzilveren.
Grote verliezers worden – zoals het er nu uitziet – regeringspartijen VVD en PvdA, maar ook het CDA. Alle drie partijen verliezen aanzienlijk ten opzichte van 2010, maar ook nog iets ten opzichte van de vorige peiling.
Waar gaat de PVV-stem naartoe?
Meer nog dan gemiddeld is de PVV-stemmer van plan te gaan stemmen op een lokale partij. Van alle ‘PVV-stemmers’ is een derde dat van plan. Een maand geleden was dat nog een kwart. De toename doet vermoeden dat de oproep van Geert Wilders aan zijn achterban – stem op een lokale partij – effect heeft gehad. Als we de groep die zegt niet te gaan stemmen of het nog niet weet niet meetellen, gaat ruim de helft van de PVV-aanhang naar een lokale partij.
De opkomstintentie onder de kiezers die het liefst op de PVV zouden stemmen is overigens significant lager dan gemiddeld: 35% zegt zeker te gaan stemmen, tegen 46% gemiddeld.
Driekwart is zeker van zijn stem
Van degenen die een partijvoorkeur kunnen uitspreken is 42% zeker van zijn stem en 34% zegt dat het ‘zeer waarschijnlijk’ is dat het deze partij gaat worden. Nog eens 18% noemt het ‘waarschijnlijk’. Voor 7% kan het nog alle kanten op. Grofweg kunnen we dus zeggen dat driekwart zeker is van zijn stem.We zien dat aanhangers van de rechtse partijen (CU/SGP, VVD CDA) het meest zeker zijn van hun stem en de kiezers van de linkse partijen het meest onzeker. Ook degenen die een lokale partij als eerste voorkeur hebben, zijn hier niet erg zeker van.
Zorg, voorzieningen voor ouderen en veiligheid belangrijke onderwerpen
Verder zien we dat sociaal-economische onderwerpen als werkgelegenheid en armoedebestrijding bij deze verkiezingen belangrijker zijn dan bij de vorige. Ook inspraak en democratie (participatie) wordt nu iets vaker genoemd dan vier jaar geleden.
Keuze veel meer gemeentelijk bepaald dan bij eerdere GR-verkiezingen
Van degenen die een voorkeur voor een politieke partij kunnen uitspreken zeggen vier op de tien (42%) dat vooral de plannen en het beleid van deze partij voor de gemeente de doorslag geven, slechts 16% kijkt vooral naar de plannen van de betreffende partij voor Nederland en 43% laat beide even zwaar meewegen.Dit is een flinke omslag in vergelijking met de verkiezingen van 2002, 2006 en 2010, toen deze verhouding andersom lag: toen liet per saldo een meerderheid de landelijke politiek de doorslag geven. Deze vraag is niet gesteld aan degenen die aangeven op een lokale politieke partij te zullen stemmen (29% van alle ondervraagden) omdat het logisch is dat voor hen de lokale politiek de doorslag geeft. Tellen we deze groep er echter bij op, dan laat 65% van de kiezers de gemeentepolitiek prevaleren.
Decentralisaties hebben invloed op stemgedrag SP-stemmers
Er vindt in Nederland momenteel een herverdeling van taken plaats binnen de overheid, de zogenaamde 'decentralisaties'. De landelijke overheid staat taken en verantwoordelijkheden af aan de lokale overheid, de gemeenten.Bijna tweederde (65%) heeft hier iets van meegekregen, een maand geleden was dat 62%. Voor 18% van de kiezers wegen de decentralisaties sterk mee in hun keuze voor een politieke partij, voor 43% in enige mate. Dit geldt in sterke mate voor SP-stemmers (voor 30% telt het onderwerp zwaar mee).
(tns-nipo.com)


