'Gemeenten houden 310 miljoen over van Wmo-budget', kopte Binnenlands Bestuur
onlangs. Het bericht, gebaseerd op onderzoek onder 129 gemeenten, leidde tot
veel kritiek en verontwaardiging over de onderbesteding. Daarbij wordt echter
met een aantal feiten geen rekening gehouden.
Zoals gezegd: het beeld is gebaseerd op de antwoorden van 129 gemeenten, de
officiële cijfers van alle 393 gemeenten worden echter pas eind juni/begin juli
bekend.
Voorzichtig begroten
Als blijkt dat gemeenten over 2015 geld overhouden, is dat goed te verklaren. Gemeenten zagen zich namelijk gedwongen om voorzichtig te begroten:- Lange tijd was er onduidelijkheid over het gemeentelijke budget, zelfs nog tot in 2015.
- Voor gemeenten was ook herhaaldelijk onzeker voor welke (en dus ook hoeveel) cliënten zij uiteindelijk verantwoordelijk zouden worden.
- De meeste bezuinigingen komen pas in de jaren na 2015 volledig tot gelding. Gemeenten die verstandig omgaan met de hun ter beschikking staande gelden kijken naar de langere termijn. Bovendien willen gemeenten niet elk jaar hun beleid ingrijpend hoeven aan te passen waardoor inwoners ook niet meer weten waar zij aan toe zijn.
- Gemeenten moet zorgen voor een sluitende begroting, ze mogen geen budgetten overschrijden en daarbij schulden maken.


