Staatssecretaris Van Rijn
heeft duidelijk gemaakt dat gemeenten bepaalde typen van ondersteuning, zoals
huishoudelijke hulp, niet op voorhand mogen uitsluiten op basis van de nieuwe
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Hij heeft dit in een brief aan de Tweede Kamer geschreven. “Daarmee komt eindelijk een einde aan de starre
houding van bepaalde gemeenten rondom het uit de Wmo verstrekken van
huishoudelijke hulp,” verzucht Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO.
“Wij zijn blij dat de Staatssecretaris heeft geluisterd naar ANBO en naar
politieke partijen, die het laatste woord hierover niet aan de rechter, maar aan
de politiek wilden laten.”
Voorzieningen niet genoemd
Den Haan: “De nieuwe Wmo is zo geformuleerd dat gemeenten veel beleidsvrijheid hebben. Daar is op zich niet veel mis mee, want gemeenten hebben ruimte nodig om maatwerk te bieden naar hulpvragers toe. Maar omdat nu niet letterlijk wordt genoemd welk type voorzieningen er dan wel of niet onder de Wmo vallen, beweerden sommige gemeenten dat huishoudelijke hulp daar geen onderdeel van was.” Deze houding namen onder meer de gemeente Lochem en Oosterhout in. Dat heeft in Oosterhout alleen al tot circa 100 bezwaarschriften geleid.Uitspraak rechter
“Hoewel een commissie de indieners van de
bezwaarschriften in het gelijk stelde, wilde de gemeente toch een uitspraak van
de rechter afdwingen”, legt Den Haan uit. “Die zou daarover 23 maart uitspraak
doen. Maar ANBO en politieke partijen vinden het niet goed dat een rechter
hierover duidelijkheid moet verschaffen. We vinden het belangrijk dat er een
politiek statement komt over de positie van huishoudelijke hulp in de Wmo. En
gelukkig heeft Van Rijn die nu via een brief gegeven.”


