donderdag, december 03, 2015
Moderator
De advocaat-generaal (OM) in Den Haag heeft in hoger beroep twintig jaar cel geëist tegen een inmiddels 51-jarige man die zich in de visie van het OM schuldig heeft gemaakt aan het eerst doden en daarna beroven van een 72-jarige vrouw. Het delict vond plaats in haar woning aan de Loosduinseweg in Den Haag op 12 april 2012. De vrouw werd daar een paar dagen later gevonden. Verdachte en slachtoffer kenden elkaar van gezicht.
De verdachte bekent de beroving maar ontkent de vrouw te hebben gedood. Er is in hoger beroep veel aanvullend onderzoek gedaan teneinde de mogelijkheid te onderzoeken dat sprake zou zijn geweest van twee afzonderlijke gebeurtenissen: het doden en de beroving. Die mogelijkheid is, in de visie van het OM, uitgesloten: “Gelet op de tijdstippen en het korte tijdbestek is het uitgesloten dat eerst een ander de vrouw met de messteken om het leven heeft gebracht en dat de verdachte daarna, geheel afzonderlijk, het slachtoffer heeft beroofd.” De advocaat-generaal vindt dat op basis van de feiten en omstandigheid en de gedragingen van verdachte vast te stellen is dat de verdachte die vroege ochtend doelbewust met een groot mes in zijn hand naar de flat van het slachtoffer is gelopen. Hij heeft het slachtoffer door bellen, kloppen of roepen in haar nachtjapon naar de voordeur gelokt. Zij opende de deur en daar werd zij, in gevecht met verdachte, om het leven gebracht met 25 messteken en beroofd van haar sieraden. De verdachte verliet mét mes en sieraden weer haar woning. Zijn motief heeft zich verwezenlijkt in de diefstal van de sieraden die hij nog dezelfde dag verkocht heeft.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot veertien jaar cel voor gekwalificeerde doodslag. Het OM en de verdachte stelden hoger beroep in. Het hoger beroep van het OM richt zich tegen de kwalificatie. Het OM is van mening dat sprake is geweest van moord en dat daarom een hogere straf opgelegd behoort te worden.
“Alleen een zeer lange celstraf staat in verhouding tot de gruwelijkheid van dit strafbare feit: een roofmoord, slechts uit geldelijk gewin, door een verdachte gepleegd met een zeer fors strafblad waarop een soortgelijke zaak staat waarin het slachtoffer het geweld wel heeft overleefd. Er bestaan geen verzachtende omstandigheden. Verdachte ontkent, vertelt bewust onwaarheden om de waarheid te verdoezelen, werkt niet mee aan welk persoonlijkheidsonderzoek dan ook, kennelijk om een tbs met dwang te voorkomen.”
(om.nl)