De hoogte van verkeersboetes wordt door de minister van Veiligheid en Justitie vastgesteld. De minister heeft deze bevoegdheid op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Voorgenomen verhogingen van de boetes worden eerst voorgelegd aan zowel de Tweede als de Eerste Kamer.
Het Openbaar Ministerie is daarom zeer verbaasd over de uitspraak van de kantonrechter in Arnhem die stelt dat de boetes te hoog zijn opgelopen. Ook het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft eerder geconcludeerd dat de bevoegdheid om de boetebedragen vast te stellen bij de minister ligt. Volgens het Hof mag de kantonrechter alleen in bijzondere omstandigheden in een individuele zaak het boetebedrag matigen.
Het Openbaar Ministerie verwacht daarom dat deze uitspraak geen gevolgen heeft voor andere zaken.
Update 11 november 2015:
De kantonrechter in Almelo oordeelt dat de hoogte van een opgelegde verkeersboete correct is en dat de minister die mag verhogen. Dit oordeel staat haaks op de uitspraak in Arnhem waar de kantonrechter oordeelde dat de verkeersboetes door de minister met verkeerde motieven zijn verhoogd. De Almelose kantonrechter stelt echter dat de wetgever aan de minister geen beperkingen heeft opgelegd ten aanzien van de motieven die aan een wijziging ten grondslag moeten liggen. Zie ook de uitspraak van de kantonrechter in Almelo.
(rechtspraak.nl)
donderdag 12 november 2015
Minister bepaalt hoogte verkeersboetes
donderdag, november 12, 2015
Moderator


