De rechtbank Den Haag heeft een 24-jarige man uit Den Haag veroordeeld tot
een gevangenisstraf van elf jaar voor doodslag op de partner van zijn moeder.
Hij heeft na een ruzie het slachtoffer door het hoofd en in zijn lichaam
geschoten. De verklaring van de man dat het slachtoffer om het leven is gebracht
door een man met een zwarte bivakmuts, die de woning was binnengedrongen,
gelooft de rechtbank niet. Op basis van onder meer getuigenverklaringen,
forensisch technisch onderzoek en historische telefoongegevens is er voldoende
wettig en overtuigend bewijs dat de man zich heeft schuldig gemaakt aan
doodslag.
Vrijspraak moord
De rechtbank spreekt de man vrij van moord. Omdat de man heeft gehandeld
uit boosheid, kort na een ruzie met het slachtoffer, kan niet worden vastgesteld
dat hij heeft gehandeld met ‘voorbedachte raad’.
Gevangenisstraf
De rechtbank vindt het zeer kwalijk dat de man het slachtoffer op laffe en koelbloedige wijze om het leven heeft gebracht. Doordat de man heeft geweigerd om zijn medewerking te verlenen aan het onderzoek door de deskundigen van het Pieter Baan Centrum, konden zij geen onderbouwde uitspraken doen over de toerekenbaarheid. Nu de rechtbank de man volledig toerekenbaar acht, wordt hem een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Bij de hoogte van die straf heeft de rechtbank zijn jeugdige leeftijd meegewogen. Aan de dochter van het slachtoffer moet de man een schadevergoeding van ruim 3.000 euro betalen voor de begrafeniskosten.
(rechtspraak.nl)


