CDA reageert furieus - ondersteuning inwoners op het spel
ZOETERMEER - Maandag 7 september was in de gemeenteraad een rapport van
de Zoetermeerse rekenkamercommissie aan de orde naar de voorspelbaarheid van Wmo-uitgaven.
Het onderzoek werd verricht op verzoek van de gemeenteraad. Aanleiding voor het
onderzoek zijn de heftige fluctuaties die zich in de periode 2010-2014 in de
uitgaven van de Wmo hebben voorgedaan. Met Wmo-geld wordt ondersteuning geboden
voor hulp in de huishouding, en andere vormen van hulp voor kwetsbare inwoners.
Het college van B&W zegt dat het met waardering kennis neemt van het
rapport, maar legt de aanbeveling om kaders te stellen hoe om te gaan met
overschotten of tekorten op Wmo-gebied desondanks naast zich neer. De
CDA-fractie neemt met deze reactie geen genoegen. Wij willen vooraf weten waar
mensen aan toe zijn.
Het CDA heeft een reputatie opgebouwd op het gebied van zorgvuldig omgaan met
zorggeld. Zo was het Zoetermeerse CDA de eerste om te pleiten voor het instellen
van een stevige financiële buffer om tegenvallers in de zorg op te kunnen
vangen. Fractievoorzitter Klaasjan de Jong prijst zich gelukkig dat die buffer
er na stevig aandringen uiteindelijk gekomen is. Maar als het erop aankomt hoe
wordt omgegaan met het beroep op gelden in de buffer geeft het college bij
herhaling niet thuis. Nu ook de rekenkamercommissie oordeelt dat kaders nodig
zijn hoe om te gaan met tekorten en/of overschotten op Wmo-gebied, is de maat
wat hem betreft vol.
Goede monitoring van beleid is eveneens onmisbaar. Monitoring van beleid maakt dat tijdig inzicht wordt verkregen in de uitgaven, zodat eerder kan worden ingegrepen en bijgestuurd. Liqui Lung: “Wij zijn verheugd dat de rekenkamercommissie in haar jaarplan 2015 aangeeft dat zij een dashboard zal opstellen dat mogelijkheden biedt voor het volgen van effecten van het gekozen beleid en informatie biedt tot eventuele bijstelling van het beleid. Met zo verkregen sturingsinformatie kunnen grote afwijkingen voorkomen worden.”


