Zoetermeer heeft sinds juli 2011 een juridisch geschil met het Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Het juridisch geschil gaat over een terugvordering door het Ministerie op het
Participatiebudget 2009. Het geschil ging in essentie over de vraag of Zoetermeer wel of niet terecht de
kosten van een re-integratievoorziening ten laste van het boekjaar 2009 gebracht heeft.
Het Ministerie staat
op het standpunt dat die deels ten laste van 2009 en deels ten laste van 2010 gebracht hadden moeten
worden. Op grond daarvan heeft het Ministerie € 2.431.000 teruggevorderd van het Participatiebudget 2009.
Zoetermeer staat op het standpunt dat zij terecht de volledige kosten ten laste van het boekjaar 2009 heeft
gebracht.
Zoetermeer heeft in december 2011 een bezwaarschrift ingediend tegen dit terugvorderingsbesluit van het
Ministerie. In maart 2012 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken het bezwaarschrift van Zoetermeer
afgewezen. Zoetermeer heeft tegen dit besluit van de Staatssecretaris beroep ingesteld bij de Rechtbank ‘sGravenhage.
De Rechtbank heeft 1 mei 2013 Zoetermeer in het gelijk gesteld door het beroep van
Zoetermeer gegrond te verklaren.
Het Ministerie heeft vervolgens tegen deze uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de
Centrale Raad van Beroep.
Op 14 april jl. heeft de Centrale Raad van Beroep het Ministerie in het gelijk
gesteld door de uitspraak van de Rechtbank te vernietigen. Tegen de uitspraak van de Centrale Raad van
Beroep is geen hoger beroep mogelijk.
Inhoudelijke gevolgen
De betreffende re-integratievoorziening betrof een project waarmee bijstandsgerechtigden een jaarcontract
kregen aangeboden waarmee zij werkervaring konden opdoen en door scholing en begeleiding hun kansen
op de arbeidsmarkt hebben kunnen vergroten. Zij waren daarmee ook een jaar uit de bijstand.
Het was geen éénmalig project. Voor en na 2009 zijn dit soort projecten door Zoetermeer uitgevoerd. Het
was een gebruikelijke projectvorm waar ook veel andere gemeenten voor hebben gekozen. Naar aanleiding
van de terugvordering hebben we uiteraard maatregelen getroffen om risico op eventuele nieuwe
terugvorderingen te minimaliseren. We hebben van het Ministerie na het boekjaar 2009 geen op- of
aanmerkingen meer gehad over de besteding van het Participatiebudget.
Financiële consequenties
De uitspraak is definitief zodat we de financiële gevolgen van de uitspraak zullen verwerken in de
jaarrekening 2014. We hebben voor het risico dat we de zaak verliezen een voorziening opgenomen ten
bedrage van € 655.000. Uw raad is hierover in eerdere jaarrekeningen en begrotingen geïnformeerd in de
risicoparagraaf. In de jaarrekening zal dus een bedrag van € 1.776.000 als eenmalige last worden
verantwoord.
donderdag 23 april 2015
Zoetermeer moet 2.5 miljoen betalen aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
donderdag, april 23, 2015
Moderator


