De rechtbank Den Haag veroordeelt een 30-jarige man voor het doden van een
medepatiënt in zorginstelling Parnassia in Den Haag. Hij krijgt daarvoor een
celstraf van zes jaar. Ook legt de rechtbank een TBS-maatregel met
dwangverpleging op vanwege zijn persoonlijkheidsstoornis. De man mag pas weer de
maatschappij in als hij hiervoor behandeld is.
Forensisch bewijs
Op vrijdagavond 20 juni 2014 vond een medewerkster een patiënt dood op zijn
kamer. De rechtbank stelt op basis van forensisch bewijs vast dat het
slachtoffer uiteindelijk door verstikking om het leven is gebracht, nadat hij
daarvoor fors geweld heeft opgelopen. De politie heeft in de kamer van de
verdachte en op zijn schoen bloed gevonden van het slachtoffer, waarvoor de
verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven. De verklaring, zoals
verdachte die heeft afgelegd, komt ook op andere punten niet overeen met de
gegevens in het dossier. Er is niet gebleken dat iemand anders dan de verdachte,
in het tijdsbestek waarin het slachtoffer moet zijn overleden, in de kamer van
het slachtoffer is geweest.
Lagere straf dan geëist
De rechtbank legt een lagere straf op dan de officier van justitie
geëist heeft. Deze straf valt ten eerste lager uit vanwege de verminderde
toerekeningsvatbaarheid van verdachte als gevolg van zijn
persoonlijkheidsstoornis. Ten tweede valt de straf lager uit, omdat de rechtbank
naast de gevangenisstraf ook de TBS-maatregel oplegt.
(rechtspraak.nl)


