De rechtbank Den Haag heeft de 23-jarige verdachte die terechtstond voor
het doden van een 28-jarige man op 3 september 2014 in Leidschendam vanwege
gebrek aan bewijs vrijgesproken. Daarnaast spreekt de rechtbank hem om dezelfde
reden vrij van de ontvoering van het slachtoffer, die voorafgaand aan het
schieten zou hebben plaatsgevonden. Een 28-jarige verdachte, die alleen terecht
stond voor de ontvoering, is ook vrijgesproken.
Vrijspraak van moord of doodslag
De rechtbank heeft vastgesteld dat de 23-jarige verdachte en de 28-jarige
verdachte van de ontvoering achter het 28-jarige slachtoffer zijn aangerend en
dat één van hen daarbij het schot heeft gelost waardoor het slachtoffer is
geraakt. De rechtbank komt tot de conclusie dat er onvoldoende bewijs is dat het
de 23-jarige verdachte is die heeft geschoten. De rechtbank kan ook niet
vaststellen dat hij, als hij niet heeft geschoten, zo nauw heeft samengewerkt
met de schutter dat hij als medepleger van moord of doodslag moet worden gezien.
Vrijspraak van wederrechtelijke
vrijheidsberoving
Voorafgaand aan het schietincident heeft het slachtoffer bij de verdachten
in de auto gezeten. Hij heeft nadat hij was neergeschoten tegen de politie
gezegd dat hij was ontvoerd. Meer heeft hij niet kunnen verklaren. Er zijn
omstandigheden die vraagtekens oproepen over de reden waarom en de wijze waarop
het slachtoffer bij de verdachten in de auto is gestapt en gebleven. Deze
omstandigheden zijn onder meer het achterlaten van zijn auto en persoonlijke
spullen, het niet nakomen van afspraken en het niet beantwoorden van zijn
telefoon. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat en door welke handelingen
de verdachten het slachtoffer wederrechtelijk van zijn vrijheid hebben beroofd.
(rechtspraak.nl)


