De rechtbank Den Haag veroordeelt een 38-jarige man voor de dodelijke
schietpartij op 21 juli 2014 in Alphen aan den Rijn. Hij krijgt voor deze
doodslag een celstraf van zeven jaar. De man heeft op klaarlichte dag in een
winkelcentrum – waar veel winkelend publiek aanwezig was – na een korte
woordenwisseling en handgemeen zijn slachtoffer doodgeschoten.
Geen noodweer
Er was volgens de rechtbank geen sprake van noodweer. Omdat het ging om een
vechtpartij van niet langer dan één minuut waarbij de dader niet in levensgevaar
was en alleen klappen kreeg, had hij niet het recht om zich te verdedigen met
een vuurwapen. Ook was volgens de rechtbank geen sprake van noodweerexces,
waarbij de dader zijn gedrag zou kunnen verdedigen doordat hij overmand zou zijn
geweest door heftige emoties. Het trekken van een vuurwapen was dusdanig
excessief dat hij daar geen beroep op kan doen.
De man had anders kunnen en moeten reageren, zo oordeelt de rechtbank. Zo
had hij hard om hulp kunnen roepen om de aanranding te doen stoppen en zijn
armen kunnen gebruiken ter afwering. Dat zijn beide armen vrij waren blijkt uit
zijn eigen verklaring. Tijdens de vechtpartij had hij immers tijd en gelegenheid
om niet alleen het vuurwapen uit zijn jaszak te pakken maar ook om het met zijn
beide handen door te laden.
(rechtspraak.nl)


