Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie (V&J) doet mooie toezeggingen over de aanpak van geweld tegen politiemensen, maar de realiteit wijst anders uit. De harde werkelijkheid is dat de minister verzuimt in de uitvoering van verdere maatregelen die geweld, bedreiging en intimidatie tegen politiemedewerkers een halt moeten toeroepen. Zo blijft een inhoudelijke reactie op de vorig jaar aangedragen verbetervoorstellen van de ACP zo goed als uit, terwijl de minister daar nota bene zelf om heeft verzocht.
Uit onderzoek van de ACP naar geweld tegen politie bleek vorig jaar dat de impact van geweldsincidenten tegen politiemensen flink wordt onderschat. Leden vragen dan ook terecht om aanhoudende aandacht voor het onderwerp. Mede aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek onder ruim duizend ACP-leden, heeft de ACP eind vorig jaar verbetervoorstellen aangedragen die geweld tegen politiemedewerkers moeten tegengaan. Tot op de dag van vandaag lijkt de minister daar weinig oog en oor voor te hebben. Zie voor meer achtergrondinformatie en de verbetervoorstellen van de ACP het gerelateerde nieuws onderaan dit artikel.
Structurele maatregelen
In het landelijk overleg (CGOP) van donderdag 3 april heeft de minister een reactie gegeven op de voorstellen van de ACP. “Wij moeten helaas constateren dat de minister zich in zijn reactie vooral beperkt tot een weergave van al genomen maatregelen en bestaand beleid. Wij waarderen uiteraard de inspanningen die al worden geleverd om geweld tegen politiemensen tegen te gaan, maar de positieve effecten blijven hiervan uit. Het verbaast ons daarom des te meer dat de minister vooral ingaat op wat er al wordt gedaan en weinig oog heeft voor verdere structurele maatregelen. Daarmee lijkt de minister de urgentie hiervan niet serieus te nemen”, aldus ACP-voorzitter Gerrit van de Kamp.
Polaris richtlijn
Daarnaast heeft de werkgever nog altijd geen gehoor gegeven aan het verzoek van de ACP om inzage te krijgen in de resultaten van het onderzoek naar naleving van de Polaris richtlijn. Deze richtlijn is bedoeld om strafeisen landelijk op elkaar af te stemmen. De ACP sprak in 2012 al onbegrip uit dat strafeisen voor plegers van geweld tegen mensen met een publieke functie zoals de politie, soms ver onder de voorgeschreven richtlijn van het Openbaar Ministerie blijken te liggen. De werkgever liet daarop weten dat het OM op dat moment onderzoek deed naar de naleving van de Polaris richtlijn en dat de resultaten in september zouden worden bekendgemaakt. Wij zijn inmiddels een half jaar verder, maar de stukken zijn nog niet openbaar gemaakt.
Werkgerelateerd geweld in privésfeer
De ACP blijft bovendien aandacht vragen voor de aanpak van werkgerelateerd geweld in de privésfeer. Naar aanleiding van het onderzoek van de ACP vorig jaar heeft de Politieacademie begin december aanvullend onderzoek aangekondigd. Daarin worden nieuwe cijfers verzameld die een gedetailleerder beeld moeten geven van zowel geweld als intimidatie en bedreiging in de privésfeer. Vervolgens wordt bekeken of de resultaten aanleiding geven tot specifieke maatregelen en aanbod van zorg. Van de Kamp: “Ook wij vinden een groter inzicht in de problematiek van groot belang. Daarom ondersteunen wij dit initiatief van harte. Dit betekent echter niet dat er nu nog niets kan worden gedaan. Start bijvoorbeeld met specifieke registratie van incidenten, waarbij sprake is van (dreiging) van geweld in de privésfeer. Achter de feiten aanlopen, daar is niemand bij gebaat.”
Loze woorden
Politiemensen lopen meer risico’s in het publieke domein. Dat is nu eenmaal verbonden aan het vak dat zij uitoefenen. Op het moment dat er echter gericht geweld wordt gebruikt richting een politiecollega, dan wordt daarmee een grens overschreden. “Dit gedrag kunnen en mogen wij niet tolereren. Als vakbond blijven wij de werkgever daarom op de huid zitten. Aan loze woorden hebben collega’s niets. Het wordt hoog tijd voor daden die verder bijdragen aan de aanpak van geweld tegen politiemedewerkers en de gevolgen daarvan.”
(acp.nl)
(acp.nl)


