De Kamer maakt zich zorgen over de financiering van moskeeën door moslimlanden
en fundamentalistische organisaties. De regering doet onderzoek en beziet
welke maatregelen nodig zijn, reageert minister Asscher (Sociale
Zaken).
Landen als Koeweit, Marokko, Turkije en Saoedi-Arabië financieren (de bouw van) moskeeën in Nederland. "Wie betaalt, bepaalt" vrezen verschillende woordvoerders. De "destructieve islamitische ideologie" wordt zo verspreid, zegt PVV'er Van Klaveren. Invloed van conservatieve en fundamentalistische landen en organisaties belemmert de integratie van migranten, denkt Van Dijk (SP). Yücel (PvdA) vreest negatieve gevolgen voor de emancipatie van allochtone vrouwen en homo's. Buitenlandse financiering van moskeeën is toegestaan, zegt minister Asscher (Sociale Zaken). De overheid moet volgens hem wel optreden als er strafbare feiten worden gepleegd of de kernwaarden van de rechtsstaat in het geding zijn.
De regering doet onderzoek naar geldstromen In mei 2013 heeft Segers (ChristenUnie) de regering gevraagd om onderzoek te doen naar de financiële steun vanuit onvrije landen aan Nederlandse moskeeverenigingen en andere organisaties. Dit onderzoek loopt nog. D66'er Schouw wil de uitkomsten daarvan afwachten en daarna op basis van feiten het debat voeren. Vraag de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid om advies op basis van die uitkomsten, zegt Van Dijk. Die suggestie neemt Asscher over.
Kamer wil ongewenste beïnvloeding voorkomen Alle woordvoerders zijn het erover eens dat beïnvloeding van moskeeën vanuit het buitenland ongewenst is. Die is niet in het belang van de Nederlandse samenleving, aldus Heerma (CDA) en Dijkhoff (VVD). Maar wat moet er gebeuren om buitenlandse inmenging te voorkomen? Ontneem islamitische organisaties die buitenlandse steun ontvangen de anbi-status, suggereert Van Klaveren. Maar dat is volgens Asscher in strijd met artikel 1 van de Grondwet. Dijkgraaf (SGP) roept de minister op om het probleem creatief aan te pakken en ook te bezien hoe andere landen ermee omgaan. Wellicht is het nodig om wet- en regelgeving aan te passen, reageert de minister.De Kamer stemt op 19 september over de ingediende moties.
Landen als Koeweit, Marokko, Turkije en Saoedi-Arabië financieren (de bouw van) moskeeën in Nederland. "Wie betaalt, bepaalt" vrezen verschillende woordvoerders. De "destructieve islamitische ideologie" wordt zo verspreid, zegt PVV'er Van Klaveren. Invloed van conservatieve en fundamentalistische landen en organisaties belemmert de integratie van migranten, denkt Van Dijk (SP). Yücel (PvdA) vreest negatieve gevolgen voor de emancipatie van allochtone vrouwen en homo's. Buitenlandse financiering van moskeeën is toegestaan, zegt minister Asscher (Sociale Zaken). De overheid moet volgens hem wel optreden als er strafbare feiten worden gepleegd of de kernwaarden van de rechtsstaat in het geding zijn.
De regering doet onderzoek naar geldstromen In mei 2013 heeft Segers (ChristenUnie) de regering gevraagd om onderzoek te doen naar de financiële steun vanuit onvrije landen aan Nederlandse moskeeverenigingen en andere organisaties. Dit onderzoek loopt nog. D66'er Schouw wil de uitkomsten daarvan afwachten en daarna op basis van feiten het debat voeren. Vraag de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid om advies op basis van die uitkomsten, zegt Van Dijk. Die suggestie neemt Asscher over.
Kamer wil ongewenste beïnvloeding voorkomen Alle woordvoerders zijn het erover eens dat beïnvloeding van moskeeën vanuit het buitenland ongewenst is. Die is niet in het belang van de Nederlandse samenleving, aldus Heerma (CDA) en Dijkhoff (VVD). Maar wat moet er gebeuren om buitenlandse inmenging te voorkomen? Ontneem islamitische organisaties die buitenlandse steun ontvangen de anbi-status, suggereert Van Klaveren. Maar dat is volgens Asscher in strijd met artikel 1 van de Grondwet. Dijkgraaf (SGP) roept de minister op om het probleem creatief aan te pakken en ook te bezien hoe andere landen ermee omgaan. Wellicht is het nodig om wet- en regelgeving aan te passen, reageert de minister.De Kamer stemt op 19 september over de ingediende moties.


