Aangepast zoeken

woensdag 31 augustus 2011

landschapsarchitect "kaalslag Noord-Aa ecologische ramp"

Naar aanleiding van de kap van de wilg in het groene hart, lokatie Zoetermeerseplas zuid, op of omstreeks 30 augustus 2011.De landschapsarchitect van Lola sprak al eerder over een ecologische ramp.Voordat overleg kon plaatsvinden heeft de gemeente de omgeving kaal geslagen.
Daar onder de wilg waar de gemeente Zoetermeer eerder al spechtgaten had volgespoten met isolatieschuim.

Onderstaande notitie is van de hand van de gemeente Zoetermeer.
Afgaande op de inhoud zal de notie van de hand zijn van de stadsecoloog. Als "zelfkritiek" passeren een aantal onderwerpen.De notitie maakt deel uit van het dossier bouwaanvraag Horeca zuid.

Het is zinloos om vragen of opmerkingen aan de gemeente te stellen. Daarom in deze vorm.
- De quick scan was nodig om er voor te zorgen dat er geen ontheffing aangevraagd hoefde te worden op grond van de Flora en Faunawet.
- Aanvullend onderzoek dient echter nog te worden uitgevoerd . Zie notitie.

Kavel zuidoever

"Oude wilg
voorkomen verstoring mogelijke tijdelijke verblijfplaats Ruige dwergvleermuis)
Kappen: in periode oktober-november of maart (mits: niet te koud weer, bij voorkeur zonnig, weinig wind en temperatuur boven 5 graden Celsius)"

De wilg maakt deel uit van het fouragegebied van de vleermuizen in dit gebied.
De gemeente Zoetermeer negeert de aanbeveling van de stadsecoloog en kapt in de maand juli de oude wilg!
De deskundigheid van de stadsecoloog wordt blijkbaar door de gemeente enkel gebruikt om zich op grond van de adviezen in te dekken maar niet om te waken over de kwaliteit van groen en milieu in Zoetermeer.


Notitie n.a.v. Quickscan bSR Flora- en faunawet,
t.b.v. horeca ontwikkelingen Noord Aa-gebied.

Gemeente = eindverantwoordelijke
Omdat wij als gemeente initiatiefnemer zijn bij de ontwikkeling van de nieuwe horeca in het Noord Aa gebied, zijn wij in dit geval eindverantwoordelijke voor de naleving van de Flora- en faunawet.

Interpretatie Conclusie Quickscan
“Er zijn op allebei de onderzochte locaties geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten aangetroffen”

De quickscan is uitgevoerd in januari. Dat er op het moment van de quickscan in het gebied geen beschermde planten of dieren zijn waargenomen, betekent nog niet dat het gebied geen leefgebied vormt voor beschermde soorten.

“, waarbij echter moet worden opgemerkt dat voor uitsluitsel over het voorkomen van bepaalde soorten zoals Rietorchis aanvullend onderzoek in de ‘goede’ tijd (half mei-begin juni) noodzakelijk is.”

In de periode half mei-begin juni moet aanvullend onderzoek worden gedaan naar het voorkomen van beschermde planten, waaronder de Rietorchis. Rietorchis is een Tabel 2 soort.
“Op voorhandkan worden gesteld dat de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie van geen enkele soort in het geding is en schade aan eventueel voorkomende beschermde situaties in principe is te vermijden. Daarom hoeft op dit moment (nog) geen ontheffing van de Flora- en faunawet te worden aangevraagd.”

De eerste zin is een conclusie gebaseerd op de kennis van bSR van alle in Zoetermeer voorkomende beschermde soorten (alleen wordt deze conclusie in de quickscan verder niet onderbouwd.). Die laatste zin is naar mijn mening een nietszeggende zin.

Wanneer beschermde soorten in het gebied voorkomen, moet worden onderzocht wat het effect is van de werkzaamheden / het ruimtelijk ingrijpen op de beschermde soorten. Wanneer er kans bestaat dat de werkzaamheden schade veroorzaken, moet worden gekeken op welke manier deze schade kan worden voorkomen. Anders gezegd: dan moeten er (mitigerende) maatregelen worden genomen om te voorkomen dat er schade/verstoring optreedt.

“Wel dient in het kader van de Zorgplicht (een wettelijk geldende fatsoenseis ten aanzien van de omgang met wilde planten en dieren) met een aantal zaken rekening gehouden te worden. Deze zijn in onderstaande aanbevelingen omschreven.”

Deze zin schept verwarring. De algemene zorgplicht geldt voor alle inheemse in het wild levende planten en dieren. Voor wettelijk beschermde soorten geldt - naast deze algemene zorgplicht - de zorgvuldigheidseis. Deze zorgvuldigheidseis gaat verder dan de zorgplicht en is in de Flora- en faunawet neergelegd in de vorm van een aantal verboden.

De in de quickscan opgenomen aanbevelingen zijn dus geen omschrijvingen van de algemene zorgplicht, maar een uitwerking van de zorgvuldigheidseis, die geldt voor de wettelijk beschermde soorten. Het zou dus correcter zijn geweest als deze aanbevelingen minder vrijblijvend zouden zijn geformuleerd. Zij omvatten nl. de randvoorwaarden die gelden bij de uitvoering van de werkzaamheden. Deze randvoorwaarden moeten ervoor zorgen dat er geen verboden in de zin van de Flora- en faunawet worden overtreden. Of anders gezegd, deze randvoorwaarden moeten ervoor zorgen dat er geen ontheffing op grond van de Flora- en faunawet nodig is.

Aanbevelingen = randvoorwaarden bij de uitvoering
Algemeen
· Aanvullend onderzoekmoet worden verricht in de periode tweede helft mei-juni naar het voorkomen van beschermde planten, waaronder de Rietorchis.
Wanneer uit dat onderzoek blijkt dat er in het gebied Rietorchis of een andere beschermde plantensoort voorkomt, moeten beschermende maatregelen worden genomen. (zie Zoetermeerse gedragscode hoofdstuk 17). De groeiplaatsen moeten door een deskundige worden gemarkeerd, en 25% v.d. groeiplaatsen moet gespaard blijven, met de werkzaamheden moet afstand worden gehouden ten opzichte van deze planten. Indien dit niet mogelijk is moet door een deskundige worden bepaald of de gunstige staat van instandhouding van de soort in de regio door de ingreep in gevaar komt. Als dit het geval is, dan worden zaden of planten onder begeleiding van een deskundige verplaatst naar andere groeiplaatsen. Als deze verplaatsing buiten het gebied plaatsvindt, moet hiervoor een ontheffing worden aangevraagd.
· Maatregelen zijn nodig ter voorkoming van verstoring van vleermuizen door licht
Het oeverdeel van de Plas wordt gebruikt als fourageergebied door vleermuizen. Vanwege het risico op verstoring van voor licht gevoelige vleermuissoorten (Laatvlieger, Meervleermuis en Watervleermuis), zijn maatregelen noodzakelijk,
Het betreft beide locaties. Het gaat hierbij om de mate van uitstraling (aantal lux zo beperkt mogelijk) en de richting van het licht, die ervoor moeten zorgen dat het wateroppervlak donker blijft. Het betreft hier 3 verstoringsbronnen:
- de nieuwbouw
- eventuele lantaarnpalen en andere lichtbronnen
- (tijdens) de bouwwerkzaamheden.

Kavel zuidoever
Oude wilg
voorkomen verstoring mogelijke tijdelijke verblijfplaats Ruige dwergvleermuis)
Kappen: in periode oktober-november of maart (mits: niet te koud weer, bij voorkeur zonnig, weinig wind en temperatuur boven 5 graden Celsius).
Geen verstoring van broedende vogels
Kappen (niet kappen in broedseizoen)
Bij kappen na 15 maart moet kort voor de kap de boom worden gecontroleerd of er geen vogels af- en aanvliegen (grote bonte spechten, pimperlmezen, koolmezen, boomkruipers), om het gebruik als nestplaats te controleren.

Riet
Voorkomen dat zich broedvogels nestelen
Indien riet moet verdwijnen, dan voor 15 maart volledig verwijderen. Zodra er zich nestbouwende vogels ophouden, moeten werkzaamheden worden gestaakt!
Kavel noordoever

Kleine rietput
Voorkomen verstoring broedende vogels
Riet en overige vegetatie vóór 15 maart volledig verwijderen
Ev. demping
Vooraf controleren op aanwezigheid van eieren, larven, of volwassen exemplaren van amfibieën, als Gewone pad (= Tabel 1 soort).Indien aanwezig eerst verwijderen en naar elders verplaatsen, alvorens tot demping wordt overgegaan. Bij voorkeur rietput handhaven vanwege toegevoegde ecologische waarde, of een nieuwe kleine poel graven in de nabijheid.
(Zoetermeernieuws/Ed Stevenhagen)

NOS NIEUWS

OMROEP WEST

RTL Nieuws