Door Ed Stevenhagen
De gemeente Zoetermeer smeert nestholtes dicht in een boom in het Groene Hart, om te voorkomen dat men een ontheffing nodig van de Flora en Faunawet. Men noemt dat: zorgen voor randvoorwaarden. In een vertrouwelijke notitie van de gemeente wordt wel degelijk gesproken over de kap van een wilg die mogelijk door vleermuizen wordt gebruikt. Maar de gemeente zegt: "randvoorwaarden moeten ervoor zorgen dat er geen ontheffing op grond van de Flora- en faunawet nodig is".
De gemeente Zoetermeer beweert plotseling dat de boom ziek zou zijn en zou lijden aan de watermerkziekte.
De watermerkziekte is echter zo besmettelijk dat het afgezaagde hout onmiddelijk vernietigd zou moeten worden. Maar dat heeft de gemeente niet nodig geacht.
Dus staat er volgens de woordvoerder van de gemeente een zieke en zeer besmettelijke boom, terwijl daarvan geen melding wordt gedaan in het rapport van de Quick Scan dat door een gespecialiseerd onderzoeksbureau is uitgevoerd.
Onder is de notitie toegevoegd, die door de gemeente Zoetermeer is opgesteld naar aanleiding van de Quick Scan (onderzoek).
NOTITIE VAN DE GEMEENTE ZOETERMEER
-----------------------------------
Notitie n.a.v. Quickscan bSR Flora- en faunawet, t.b.v. horeca ontwikkelingen Noord Aa-gebied.
Gemeente = eindverantwoordelijke
---------------------------------
Omdat wij als gemeente initiatiefnemer zijn bij de ontwikkeling van de nieuwe horeca in het Noord Aa gebied, zijn wij in dit geval eindverantwoordelijke voor de naleving van de Flora- en faunawet.
Interpretatie Conclusie Quickscan
---------------------------------
“... Er zijn op allebei de onderzochte locaties geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten aangetroffen...”
De quickscan is uitgevoerd in januari. Dat er op het moment van de quickscan in het gebied geen beschermde planten of dieren zijn waargenomen, betekent nog niet dat het gebied geen leefgebied vormt voor beschermde soorten.
“.... waarbij echter moet worden opgemerkt dat voor uitsluitsel over het voorkomen van bepaalde soorten zoals Rietorchis aanvullend onderzoek in de ‘goede’ tijd (half mei-begin juni) noodzakelijk is.....”
In de periode half mei-begin juni moet aanvullend onderzoek worden gedaan naar het voorkomen van beschermde planten, waaronder de Rietorchis. Rietorchis is een Tabel 2 soort.
“.....Op voorhand kan worden gesteld dat de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie van geen enkele soort in het geding is en schade aan eventueel voorkomende beschermde situaties in principe is te vermijden. Daarom hoeft op dit moment (nog) geen ontheffing van de Flora- en faunawet te worden aangevraagd......”
De eerste zin is een conclusie gebaseerd op de kennis van bSR van alle in Zoetermeer voorkomende beschermde soorten (alleen wordt deze conclusie in de quickscan verder niet onderbouwd.). Die laatste zin is naar mijn mening een nietszeggende zin.
Wanneer beschermde soorten in het gebied voorkomen, moet worden onderzocht wat het effect is van de werkzaamheden / het ruimtelijk ingrijpen op de beschermde soorten. Wanneer er kans bestaat dat de werkzaamheden schade veroorzaken, moet worden gekeken op welke manier deze schade kan worden voorkomen. Anders gezegd: dan moeten er (mitigerende) maatregelen worden genomen om te voorkomen dat er schade/verstoring optreedt.
“.....Wel dient in het kader van de Zorgplicht (een wettelijk geldende fatsoenseis ten aanzien van
de omgang met wilde planten en dieren) met een aantal zaken rekening gehouden te worden. Deze zijn in onderstaande aanbevelingen omschreven.....”
Deze zin schept verwarring. De algemene zorgplicht geldt voor alle inheemse in het wild levende planten en dieren. Voor wettelijk beschermde soorten geldt - naast deze algemene zorgplicht - de zorgvuldigheidseis. Deze zorgvuldigheidseis gaat verder dan de zorgplicht en is in de Flora- en faunawet neergelegd in de vorm van een aantal verboden.
De in de quickscan opgenomen aanbevelingen zijn dus geen omschrijvingen van de algemene zorgplicht, maar een uitwerking van de zorgvuldigheidseis, die geldt voor de wettelijk beschermde soorten. Het zou dus correcter zijn geweest als deze aanbevelingen minder vrijblijvend zouden zijn geformuleerd. Zij omvatten nl. de randvoorwaarden die gelden bij de uitvoering van de werkzaamheden. Deze randvoorwaarden moeten ervoor zorgen dat er geen verboden in de zin van de Flora- en faunawet worden overtreden. Of anders gezegd, deze randvoorwaarden moeten ervoor zorgen dat er geen ontheffing op grond van de Flora- en faunawet nodig is.
Aanbevelingen = randvoorwaarden bij de uitvoering
Algemeen
---------
• Aanvullend onderzoek moet worden verricht in de periode tweede helft mei-juni naar het voorkomen van beschermde planten, waaronder de Rietorchis.
Wanneer uit dat onderzoek blijkt dat er in het gebied Rietorchis of een andere beschermde plantensoort voorkomt, moeten beschermende maatregelen worden genomen. (zie Zoetermeerse gedragscode hoofdstuk 17). De groeiplaatsen moeten door een deskundige worden gemarkeerd, en 25% v.d. groeiplaatsen moet gespaard blijven, met de werkzaamheden moet afstand worden gehouden ten opzichte van deze planten. Indien dit niet mogelijk is moet door een deskundige worden bepaald of de gunstige staat van instandhouding van de soort in de regio door de ingreep in gevaar komt. Als dit het geval is, dan worden zaden of planten onder begeleiding van een deskundige verplaatst naar andere groeiplaatsen. Als deze verplaatsing buiten het gebied plaatsvindt, moet hiervoor een ontheffing worden aangevraagd.
• Maatregelen zijn nodig ter voorkoming van verstoring van vleermuizen door licht.
Het oeverdeel van de Plas wordt gebruikt als fourageergebied door vleermuizen. Vanwege het risico op verstoring van voor licht gevoelige vleermuissoorten (Laatvlieger, Meervleermuis en Watervleermuis), zijn maatregelen noodzakelijk, Het betreft beide locaties. Het gaat hierbij om de mate van uitstraling (aantal lux zo beperkt mogelijk) en de richting van het licht, die ervoor moeten zorgen dat het wateroppervlak donker blijft. Het betreft hier 3 verstoringsbronnen:
- de nieuwbouw
- eventuele lantaarnpalen en andere lichtbronnen
- (tijdens) de bouwwerkzaamheden.
Kavel zuidoever
---------------
Oude wilg
---------
• voorkomen verstoring mogelijke tijdelijke verblijfplaats Ruige dwergvleermuis)
Kappen: in periode oktober-november of maart (mits: niet te koud weer, bij voorkeur zonnig, weinig wind en temperatuur boven 5 graden Celsius).
• Geen verstoring van broedende vogels
Kappen (niet kappen in broedseizoen)
Bij kappen na 15 maart moet kort voor de kap de boom worden gecontroleerd of er geen vogels af- en aanvliegen (grote bonte spechten, pimperlmezen, koolmezen, boomkruipers), om het gebruik als nestplaats te controleren.
Riet
-----
Voorkomen dat zich broedvogels nestelen
Indien riet moet verdwijnen, dan voor 15 maart volledig verwijderen. Zodra er zich nestbouwende vogels ophouden, moeten werkzaamheden worden gestaakt!
Kavel noordoever
----------------
Kleine rietput
Voorkomen verstoring broedende vogels
• Riet en overige vegetatie vóór 15 maart volledig verwijderen
• Ev. demping
Vooraf controleren op aanwezigheid van eieren, larven, of volwassen exemplaren van amfibieën, als Gewone pad (= Tabel 1 soort).Indien aanwezig eerst verwijderen en naar elders verplaatsen, alvorens tot demping wordt overgegaan. Bij voorkeur rietput handhaven vanwege toegevoegde ecologische waarde, of een nieuwe kleine poel graven in de nabijheid.
(Zoetermeernieuws)
vrijdag 15 april 2011
Horeca Zoetermeerse plas: Een zieke boom of een zieke geest
vrijdag, april 15, 2011
Moderator


