Aangepast zoeken

dinsdag 4 januari 2011

Nieuwjaarsspeech Korpschef Haaglanden Henk van Essen

korpschef Henk van Essen stond tijdens zijn nieuwjaarstoespraak op 3 januari allereerst stil bij de collega’s die het korps in 2010 zijn ontvallen. Daarna volgde onderstaande speech.

Korpsbeheerder, hoofdofficier van justitie, buren, andere gasten en collega’s: welkom. Welkom op de nieuwjaarsreceptie van Politie Haaglanden. Allereerst wens ik u allen een gezond en veilig 2011 toe.

Ik hoop dat u de veranderde opzet van de nieuwjaarsreceptie vorig jaar kon waarderen. Zo niet, dan is dit wellicht een mooi moment om te vertrekken. We gaan het dit jaar namelijk op dezelfde manier doen. Ik ga u niet onderhouden met een eindeloze speech, maar zal slechts kort wat woorden tot u richten. U kunt dat zien als een voorbeeld van het uitgangspunt dat kwaliteit boven kwantiteit gaat. Zoals het mij niet alleen gaat om het aantal aanhoudingen, processen-verbaal en bekeuringen, gaat het mij ook niet primair om de hoeveelheid woorden. Het gaat erom wát er wordt gezegd.

Ik wil allereerst mijn waardering uitspreken voor de prestaties die het korps het afgelopen jaar heeft geleverd. Die waardering geldt voor het hele korps, voor zowel de operationele als de ondersteunende bureaus. Zij hebben onder hoge druk moeten werken aan veelal ingewikkelde zaken, ingrijpende incidenten en complexe vraagstukken. Soms kwamen collega’s fysiek onder druk te staan, zoals bij de demonstratie van Molukkers en het wereldkampioenschap voetbal en zeer recent nog in de afgelopen oudejaarsnacht waarbij helaas vier collega’s gewond zijn geraakt. Dergelijke druk kan voor collega’s nadelige mentale gevolgen hebben. Dit jaar zullen we ons daar als Politie Nederland extra op richten. Daarbij wil ik overigens opmerken dat uit de laatste benchmark blijkt dat wij dit als korps Haaglanden al goed in de groef hebben staan. Zowel de registratie als de opvang en begeleiding van collega’s die met geweld zijn geconfronteerd, is goed geregeld.

Terug naar 2010. Hoewel we op tal van fronten goede resultaten hebben geboekt, wil ik nadrukkelijk stilstaan bij de prestaties op het gebied van de korpsprioriteiten. De extra aandacht voor overvallen, onder meer door de oprichting van het Twister-team, maar ook aan de wijkbureaus, lijkt vruchten af te werpen. Terwijl het aantal overvallen licht daalde, steeg het aantal aangehouden verdachten van 100 in 2009 tot 140 in 2010. En hoewel de aanpak nog niet optimaal is georganiseerd, boeken we ook vooruitgang in de strijd tegen woninginbraken. Met name de laatste maanden stijgt het aantal aangehouden inbrekers fors. In 2010 hebben we uiteindelijk 700 verdachten van woninginbraak in het vizier, tegen 500 in 2009.

Een definitief beeld van de korpsprestaties kan ik u nog niet geven. Daarvoor is het nog te kort dag. Daarnaast heeft de invoering van BVH ertoe geleid dat we cijfers van 2010 niet zonder meer naast die van 2009 kunnen leggen. Wel zijn enkele trends te onderscheiden. De geregistreerde criminaliteit lijkt in elk geval te zijn gedaald. Ik wacht vol spanning op de uitslag van de jaarlijkse veiligheidsmonitor van het rijk, die het slachtofferschap onder de bevolking in kaart brengt. Aan de hand van deze monitor hoop ik deze bewering te kunnen staven. De dalende trend neemt helaas niet weg dat het aantal woninginbraken dit jaar verder is toegenomen. Dat baart mij zorgen. Het aantal diefstallen met geweld – zoals overvallen en straatroven – blijft eveneens zorgelijk. Wel is het aantal mishandelingen en bedreigingen afgenomen, dat is voor het eerst sinds jaren.

Dat brengt mij automatisch bij het jaar dat voor ons ligt. Want het uitspreken van deze zorg brengt uiteraard met zich mee dat we ons als politie nog nadrukkelijker op deze vormen van criminaliteit moeten richten. De huidige korpsprioriteiten – woninginbraken, overvallen, veelplegers, geweld en jeugd – blijven ook in 2011 onze volle aandacht krijgen. Ik hoor wel eens dat we te veel prioriteiten hebben, maar daar ben ik het pertinent mee oneens. De onderwerpen grijpen allemaal in elkaar. Met het een pakken we vaak ook het andere aan.

Wel zullen we anders te werk moeten gaan. Want veel méér werk verzetten, kunnen we met de huidige sterkte niet. Daar komt bij dat het maar de vraag is of we die huidige sterkte behouden. Ontwikkelingen op het gebied van een nationale politie, de mogelijke samenvoeging met het korps Hollands-Midden en de herijking van het Budget Verdeel Systeem zullen gevolgen hebben voor de capaciteit. Daarnaast hebben we in 2011 ook nog een forse bezuinigingsopdracht uit te voeren. Deze ontwikkelingen zullen niet alleen gevolgen hebben voor collega’s van ondersteunende bureaus. Ook de operationele sterkte zal verder onder druk komen te staan. Wellicht nog niet dit jaar, maar toch zeker in de jaren die voor ons liggen. Ten slotte hebben we in toenemende mate te maken met administratieve taken, omslachtige procedures en bureaucratie die ten koste gaan van het ‘blauw op straat’. We zullen de criminaliteit in de regio dan ook vooral slimmer moeten bestrijden. We zullen de beperkte politie-capaciteit effectiever moeten inzetten. Zo zullen er veranderingen plaatsvinden in verschillende processen, zoals de opsporing. De opsporingscapaciteit is nu verdeeld over 19 wijkbureaus. Dat gaat ten koste van de slagkracht. Ik verwacht dat de komst van meer bovenlokale opsporingseenheden die slagkracht te vergroten.

We zullen ons nog meer gaan richten op de personen en groepen die verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van de criminaliteit. We zien dat een beperkte groep daders al dan niet in groepsverband in een beperkt aantal gebieden toeslaat en daar veel criminaliteit en overlast veroorzaakt. Zo wordt 60 procent van alle straatroven gepleegd in slechts 5 van de 19 bureaugebieden, ook overvallen concentreren zich voor een groot deel in een beperkt aantal gebieden. En de stijging van het aantal woninginbraken is het sterkst in gebieden waar al veel werd ingebroken. We spreken in dit geval van hotspots, die worden geteisterd door hotshots en hotgroups. Die moeten we versterkt aanpakken. We moeten ons meer richten op de potentiële dader dan op de daad. Onderzoeken zoals het Tabakonderzoek aan Bureau Hoefkade tonen aan dat het loont om op die manier te werken.

Als we ons ook nog eens extra gaan richten op andere dan uitsluitend strafrechtelijke interventiemethodes en preventie kunnen we écht slagen maken. Het is daarbij van groot belang dat we nog nadrukkelijker de samenwerking met partners zoeken. We kunnen het niet alleen. Met name de stijging van het aantal woninginbraken toont aan dat uitlsuitend repressie niet werkt. Hoewel het korps meer inbrekers heeft aangehouden, is het aantal woninginbraken toch gestegen. Preventiemaatregelen ‘aan de voorkant’ zijn daarom ook van belang, bijvoorbeeld door het Keurmerk Veilig Wonen overal in te voeren. De ervaring in Zoetermeer leert dat de gelegenheidsinbreker dan geen kans krijgt.

Bij de probleemgerichte aanpak van de belangrijkste veiligheidsissues verwacht ik ook veel van de samenwerking met burgers en ondernemers, onze belangrijkste partners. Onder meer door het nieuwe Bureau Burgersamenwerking en de verdere uitrol van Burgernet krijgt burgerparticipatie een nieuwe, krachtige impuls. Om de burger nog meer bij ons werk te betrekken, zullen wij ons als politie openeren moeten opstellen, meer en sneller informatie moeten delen en ons nog meer moeten richten op de veiligheidsproblemen die de burger het meeste bezighouden. Daarmee winnen wij het vertrouwen van de burger. En een burger die vertrouwen in de politie heeft, is vaker bereid zélf een actieve bijdrage aan de veiligheid te leveren. Goede voorbeelden hiervan zijn het rolmodellenproject in Escamp, dat de Hein Roethofprijs heeft gewonnen, en het burenteam Buitenhof in Delft.

Ook de nieuwe media kunnen ons helpen. Wij maken daar steeds meer gebruik van. Het GOBI-project is daar een voorbeeld van. In 461 zaken speelde het gebruik van open bronnen via internet een aantoonbare oplossende rol of meerwaarde. En ook via Twitter wordt informatie verzameld. Zo was er onlangs een overval waarbij iemand in Groningen via een tweet ons bruikbare informatie aanleverde, die we via traditioneel rechercheren niet hadden verkregen. Zo kon de overval snel opgelost worden. Maar ondanks slimmere manieren van werken, andere interventiemethodes en een intensievere samenwerking met partners nopen de ontwikkelingen ons ertoe steeds duidelijker keuzes te maken. We moeten aangeven wat we wel en niet kunnen doen, zowel naar de samenleving als naar de politiek. Wat voor mij daarbij het meest belangrijk is, is dat wij doen wat er toe doet. Dat wij kwaliteit leveren in plaats van uitsluitend kwantiteit. Dat wij zinvolle prestaties leveren en daarmee de burger veiligheid en vertrouwen bieden.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u nogmaals een gezond en veilig 2011 toe.
(Pol.Haaglanden)

NOS NIEUWS

OMROEP WEST

RTL Nieuws