Aangepast zoeken
Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen

woensdag 27 november 2019

Suikers en bevochtigers in sigaret leiden tot hogere gehalten giftige stoffen in rook

Het toevoegen van suikers en bevochtigers aan sigaretten leidt tot een hogere uitstoot van een aantal giftige stoffen in sigarettenrook.  Dat blijkt uit een onderzoek van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  van 50 commerciële sigarettenmerken, gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nicotine & Tobacco Research. 

Het RIVM komt tot deze conclusie na de analyse van suikers (glucose, fructose en sucrose) en bevochtigers (glycerine en propyleenglycol) in 50 merken sigarettentabak. Suikers worden toegevoegd voor de smaak en bevochtigers zorgen dat de tabak niet uitdroogt. Dezelfde merken sigaretten werden geïnhaleerd door de eigen rookmachine. De onderzoekers analyseerden in de rook negen giftige stoffen, waarvan de WHO World Health Organization World Health Organization   voorstelt om ze te verlagen. Wanneer er meer suikers en bevochtigers aan sigaretten worden toegevoegd, komen er meer van deze giftige stoffen vrij. Bovendien maken suikers en bevochtigers de sigaret aantrekkelijk. Het RIVM beveelt daarom aan de gehalten suikers en bevochtigers in tabak te reguleren.

Canadese methode
Het RIVM vond een sterkere relatie tussen suikers en bevochtigers enerzijds en schadelijke stoffen in rook anderzijds wanneer met de Canadese methode werd gemeten. Hierbij worden ventilatiegaatjes in de filter afgeplakt en wordt de sigaret intensiever gerookt. Bij de wettelijk voorgeschreven ISO International Organization of Standardization -meetmethode, waarbij lucht door de ventilatiegaatjes wordt gemengd met de rook, is het verband ook zichtbaar, maar minder significant. 

De uitkomsten van onderzoek ziet het RIVM als steun voor een voorstel van de WHO om giftige stoffen in sigaretten  te reguleren. RIVM deed het onderzoek in opdracht van de NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit .

vrijdag 11 oktober 2019

Minister Bruins verstevigt aanpak onnodig gebruik zware pijnstillers

Minister Bruins voor Medische Zorg presenteert vandaag de eerste resultaten van de aanpak om het groeiende gebruik van zware pijnstillers tegen te gaan. Om kennis en bewustzijn bij patiënten en zorgverleners te vergroten gaat er vanaf vandaag een website in de lucht met informatie over deze geneesmiddelen. Daarnaast worden richtlijnen in de zorg verder aangescherpt en zijn er afspraken gemaakt over verantwoord voorschrijven en afleveren van deze pijnstillers. Ook stelt de minister een speciale groep van experts in om illegale handel in opioïde pijnstillers te onderzoeken en tegen te gaan. Uit voorlopige cijfers over de eerste twee kwartalen van dit jaar blijkt het aantal gebruikers van zware pijnstillers te zijn gedaald.

De minister heeft eerder dit jaar een taakgroep opioïden ingesteld met vertegenwoordigers uit het brede zorgveld. Deze groep is de afgelopen maanden aan de slag gegaan met de uitvoering van de actie-agenda opioïden die de minister in februari jl. heeft aangekondigd. Vandaag zijn de eerste resultaten en maatregelen bekendgemaakt voor de korte en lange termijn. Het doel is om de gesignaleerde problemen terug te dringen en onnodig en langdurig gebruik van zware pijnstillers te voorkomen.

Minister Bruins: “Onnodig en onverantwoord gebruik van zware pijnstillers moet stoppen. We willen hier geen Amerikaanse toestanden, daarom heb ik maatregelen genomen. De afgelopen periode is hier door zorgverleners en experts binnen de taakgroep hard aan gewerkt. Mensen moeten duidelijker geïnformeerd worden over de risico’s wanneer zij deze pijnstillers verkeerd of voor een langere periode gebruiken. Hier ligt ook een belangrijke taak voor ziekenhuizen, artsen en apothekers. Een goede begeleiding van de patiënt is essentieel. Ook komt er meer onderzoek naar het gebruik van deze pijnstillers en wat de gevolgen hiervan zijn. Tot slot wil ik zicht op de omvang van mogelijk illegale handel. De daling van het aantal gebruikers van deze zware pijnstillers is bemoedigend. Er is al veel werk verzet, maar we zijn er nog niet. Nu gaan we verder doorpakken.”


De minister benadrukt dat het belangrijk is dat er geen wantrouwen tegenover deze geneesmiddelen mag ontstaan. Opioïde pijstillers zijn namelijk van groot belang voor patiënten met zware pijnklachten, bijvoorbeeld na een operatie.
De acties van de taakgroep zijn gericht op een aantal belangrijke thema’s.

Vergroten bewustzijn en kennis

Voorschrijvers en patiënten hebben aangegeven behoefte te hebben aan goede informatie. Daarom is vanaf vandaag de website www.opiaten.nl in de lucht. De website biedt tegenwicht aan informatie uit onbekende of onbetrouwbare bron. Ook is er voor patiënten - laagdrempelig en in begrijpelijk taal - voorlichtingsmateriaal ontwikkeld. Voor zorgverleners zijn er e-learnings samengesteld.

Aanscherpen van standaarden en richtlijnen

Zorgverleners hebben afspraken gemaakt over het aanscherpen van richtlijnen. Ze zijn aan de slag gegaan met belangrijke aandachtspunten en kijken kritisch naar herhaalrecepten, ontslagmedicatie na ziekenhuisopname en verantwoord afbouwen. Ook komt er in 2020 een afbouwprotocol voor een groep patiënten in de verslavingszorg. Verder zijn apotheken extra alert op vervalste recepten.

Tegengaan van illegale handel

Minister Bruins maakt zich zorgen over de signalen over mogelijk illegale handel in opioïden en de gevolgen op het problematisch gebruik. Om grip te krijgen op deze ‘zwarte markt’ zal de minister een aparte groep van de taakgroep instellen met in ieder geval vertegenwoordigers van de Inspectie, Openbaar Ministerie en de politie. Deze groep informeert de minister over de omvang in de illegale handel in opioïde pijnstillers in Nederland en geeft advies hoe deze het best te ontmoedigen en te bestrijden.

Vergroten van (wetenschappelijke) kennis

Om het kennisniveau over het gebruik van opioïden en de gevolgen daarvan te verhogen heeft de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een subsidie toegekend aan een project waarin de universiteiten van Utrecht, Leiden en Nijmegen de komende vijf jaar nauw gaan samenwerken met tal van experts in het hele land.
Sommige patiënten lopen bij langdurig gebruik een hoog verslavingsrisico. Om vast te kunnen stellen om welke patiënten het gaat, kunnen voorspellende tests waardevol zijn. Hiermee kan problematisch gebruik in de toekomst worden voorkomen. De taakgroep is hierover in gesprek met het Erasmus MC over het doen van onderzoek.

Taakgroep

De taakgroep opioïden staat onder leiding van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). De volgende partijen nemen deel aan de groep: NHG, KNMP, NVZA, NVA, VVGN en Patiëntenfederatie Nederland.

woensdag 9 oktober 2019

Federatie Medisch Specialisten "Patiëntveiligheid staat onder druk"

Omdat de patiëntveiligheid onder druk staat, pleit de Federatie Medisch Specialisten bij de Tweede Kamer voor een leesbevoegdheid voor medisch specialisten in epd’s van andere instellingen. Dit staat in een brief van de Federatie aan de Kamerleden in aanloop naar het debat over gegevensuitwisseling in de zorg op woensdag 9 oktober. Uit de vorige week gepubliceerde peiling van de Federatie over gegevensuitwisseling blijkt dat 80% van de medisch specialisten vindt dat gebrekkige gegevensuitwisseling de patiëntveiligheid onder druk zet. Daarnaast antwoordde 93% bevestigend op de vraag of het van voordeel kan zijn als medisch specialisten leesbevoegdheid hebben in de epd’s van andere zorginstellingen. 

Als een van de deelnemers van het Informatieberaad Zorg zet De Federatie zich in voor een duurzaam informatiestelsel in de zorg. Het opbouwen van dit stelsel is echter complex en zal de nodige tijd vergen. Ondertussen staat de patiëntveiligheid onder druk door gebrekkige gegevensuitwisseling. Om die reden vraagt de Federatie de Tweede Kamer om de minister te verzoeken of het mogelijk is om op korte termijn leesbevoegdheid te regelen. Parallel aan de opbouw van een duurzaam systeem via het Informatieberaad en de uitwerking van het komende wetsvoorstel van minister Bruins. Marcel Daniëls, voorzitter Federatie Medisch Specialisten: ‘Zonder de gevoeligheden rondom privacy van patiëntgegevens te niet te doen, denken wij dat als medisch specialisten leesbevoegdheid hebben in epd’s van andere zorginstellingen, dit de patiëntveiligheid ten goede zal komen.’

Ruim 450 ingezonden voorbeelden

‘In het digitale tijdperk het niet zo kan zijn dat medisch specialisten voor gegevensuitwisseling afhankelijk zijn van het versturen van faxen en branden van Cd-roms/Dvd’s,’ aldus Daniëls. Toch is dit de dagelijkse praktijk blijkt uit de ruim 450 ingezonden voorbeelden van medisch specialisten werkzaam in algemene en universitaire ziekenhuizen, GGZ-instellingen en zelfstandige klinieken die aan de peiling van de Federatie hebben meegedaan. De gevolgen die medisch specialisten noemen zijn, naast de risico’s voor de patiëntveiligheid zijn: dubbele diagnostiek, tijdverlies, vergroting administratielast en vermindering van het werkplezier. Bovendien wekt het nogal eens ergernis en onbegrip op bij patiënten.

maandag 7 oktober 2019

Vleeswaren waarschijnlijk bron 20 patiënten met Listeria

Van 20 patiënten met Listeria is het zo goed als zeker dat zij in de afgelopen 2 jaar besmet zijn geraakt via vleeswaren. Hiervan zijn drie patiënten overleden en één vrouw heeft een miskraam gehad. De producent heeft inmiddels een veiligheidswaarschuwing uitgestuurd. De producten zijn uit de schappen gehaald en mensen zijn opgeroepen om deze producten niet te eten.

Opsporen bron

De bron van deze patiënten is opgespoord door samenwerking tussen RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  en NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit . Van patiënten met een Listeria-infectie worden de bacteriën onderzocht en de DNA deoxyribonucleic acid -gegevens in kaart gebracht. Het RIVM zag een bepaald type Listeria voorkomen bij meerdere patiënten. Daarna heeft het RIVM contact opgenomen met de NVWA om dit te vergelijken met DNA-gegevens uit hun voedsel- en bedrijfsbemonstering. Dit kwam bij een monster overeen, waarna vervolgonderzoek is ingezet door de NVWA. Op dit moment is het zo goed als zeker dat de bron hiermee gevonden is. Het is pas recent mogelijk om deze techniek te gebruiken. Zonder deze techniek was het niet mogelijk geweest om deze bron met de patiënten in verband te brengen.

Listeria

De listeriabacterie kan voorkomen in voedsel, vooral op rauwe voeding en producten die lang in de koelkast hebben gelegen. Gezonde personen krijgen meestal geen of milde klachten, die lijken op griep of buikgriep. De ziekte kan ernstiger verlopen bij heel jonge kinderen, ouderen en mensen met een verzwakt immuunsysteem. Een deel van deze patiënten kan overlijden. Zwangere vrouwen hoeven zelf niet ziek te worden van een infectie met Listeria, maar lopen wel een kans op een miskraam, vroeggeboorte of ernstige ziekte van het kind wanneer het besmet raakt tijdens de geboorte. Jaarlijks worden ongeveer 80 patiënten met een listeria-infectie gemeld bij het RIVM.

Listeriose is een zeer zeldzame ziekte. Het risico op ziek worden is klein (4 op de miljoen mensen per jaar krijgen deze ziekte in Nederland). Mensen die mogelijk besmette producten hebben gegeten, wordt geadviseerd om alleen bij flinke ziekte, die gepaard gaat met koorts, contact op te nemen met de huisarts. De huisarts kan indien nodig besluiten aanvullend onderzoek te doen. Dit geldt ook voor zwangere vrouwen die mogelijk besmette producten hebben gegeten. Als een infectie met de listeria-bacterie wordt vastgesteld, dan wordt behandeling met antibiotica gestart. Er is geen middel dat uit voorzorg kan worden gegeven.

Nog 5.000 AED’s nodig om heel Nederland ‘hartveilig’ te maken

Nederland is in snel tempo op weg naar een dekkend netwerk van AED’s en burgerhulpverleners die via 112 kunnen worden ingezet bij een hartstilstand. Dat stelt de Hartstichting op basis van de toename van het aantal 24/7 beschikbare en aangemelde AED’s. Op dit moment zijn dat er bijna 20.000, tegen vorig jaar ruim 15.000. Een groei van ruim 30%. Voor een dekkend netwerk zijn nu nog ruim 5.000 AED’s extra nodig. De Hartstichting roept daarom mensen op om hun woonwijken hartveiliger te maken door samen met buurtbewoners een AED aan te schaffen.

Zuid-Holland

Bijna 60% van de ongeveer 2700 AED’s in Zuid-Holland is nu 24 uur per dag beschikbaar. Dit is een verbetering ten opzichte van vorig jaar. Toen hing nog 51% van de AED’s op een dag en nacht beschikbare plaats.

In bijvoorbeeld Zoeterwoude zijn wel AED’s aangemeld, maar enkel overdag. Hier zijn dus nog 24 uur per dag beschikbare AED’s nodig. Sliedrecht, Pijnacker-Nootdorp en Noordwijkerhout zijn voorbeelden van gemeenten die de woonkernen al goed hebben gedekt. 

Meer AED’s in woonwijken

De meeste hartstilstanden vinden in en rond het huis plaats (70%). Daarom is het belangrijk dat er in woonwijken voldoende dag en nacht beschikbare AED’s zijn, die kunnen worden ingezet via reanimatie oproepsysteem HartslagNu. De Hartstichting roept buurtgenoten op om samen een crowdfunding te starten voor een AED in de buurt. Mee info is te vinden op hartstichting.nl/aed.

Een landelijk dekkend netwerk redt levens

Bij een hartstilstand is de overlevingskans het grootst als je direct 112 belt en binnen 6 minuten begint met reanimeren en een AED inzet. De gemiddelde responstijd van een ambulance is 8 tot 10 minuten. Via HartslagNu, het landelijk oproepsysteem voor reanimatie dat is gekoppeld aan 112, worden mensen die in de buurt van een slachtoffer zijn, opgeroepen om te komen reanimeren. Deze zogenoemde burgerhulpverleners kunnen reanimeren en hebben zich aangemeld bij het oproepsysteem. In het oproepsysteem staan ook AED’s geregistreerd die door burgerhulpverleners gebruikt kunnen worden. Burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 minuten sneller bij het slachtoffer dan de ambulance. Daardoor kan de reanimatie sneller worden gestart en kan er sneller een schok met een AED worden toegediend. En dat geeft een betere kans op overleving. 

Onlangs werd duidelijk dat in het afgelopen jaar de gemiddelde responstijd van ambulances eerder langer dan korter is geworden. Des te groter is het belang van een landelijk dekkend netwerk van AED’s en burgerhulpverleners.

Hogere overleving door inzet burgerhulpverleners

Per jaar krijgen ongeveer 17.000 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand. De afgelopen decennia zijn de kansen op overleving bij een hartstilstand buiten het ziekenhuis flink gestegen. Was de overleving in de jaren 90 nog 9%, inmiddels is dit percentage gestegen tot bijna 25%. De groei van het aantal geregistreerde AED’s, burgerhulpverleners én hun rol in de hulpverleningsketen hebben hieraan bijgedragen.

Nederland wereldwijd eerste land met fijnmazig netwerk

Nederland is het eerste land ter wereld met een fijnmazig en landelijk netwerk van geregistreerde burgerhulpverleners die kunnen worden opgeroepen bij een hartstilstand. In totaal zijn er nu bijna 20.000 AED’s en 240.000 burgerhulpverleners aangemeld bij HartslagNu.

zondag 6 oktober 2019

Albert Heijn komt nu pas met terugroepactie vleeswaren

Recall Wahid vleeswaren

Offerman Aalsmeer is de leverancier van een deel van onze gesneden en verpakte vleeswaren onder het merk Wahid en Anur.

Vandaag heeft Offerman een deel van haar assortiment teruggeroepen uit de markt omdat vleeswaren mogelijk besmet zijn met de listeriabacterie. Hierbij waren in eerste instantie de Wahid vleeswaren uitgezonderd.

Uit voorzorg is Inmiddels besloten ook de Wahid vleeswaren terug te roepen. Het betreft de volgende artikelen:

Wahid Kipfilet Naturel, 125g

Wahid Runder Salami, 125g

Wahid Kipboterhamworst, 125g

Wahid Kalkoenham, 125g

Wahid Rundercervelaat, 125g

Wahid Kipfilet Provence, 125g

Wahid Runderrookvlees, 100g

Het consumeren van de genoemde producten kan mogelijk een gevaar vormen voor de gezondheid. Vooral bij zwangere vrouwen, ouderen en mensen met een verzwakt afweersysteem. Mensen die vragen hebben over hun gezondheid, worden aangeraden om contact op te nemen met hun huisarts. Klanten worden dringend verzocht het product niet te consumeren maar dit, al dan niet aangebroken, terug te brengen naar de winkel. Een aankoop bon is niet nodig. Het volledige aankoopbedrag wordt vergoed.

Voor meer informatie neem contact op met de klantenservice of met de gratis servicelijn van Albert Heijn 0800 - 03 05.
Wij bieden onze verontschuldigingen aan voor dit ongemak.

maandag 26 augustus 2019

Kans op smog door ozon

Op zondag 25 augustus 2019 is er in Zuid- en Midden-Nederland kans op smog door ozon. Naar verwachting wordt de luchtkwaliteit "slecht".

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  adviseert mensen die gevoelig zijn voor smog om binnen te blijven en om zware lichamelijke inspanning te beperken. Dit advies geldt voornamelijk in de namiddag en vroege avond, omdat de lucht dan het meest verontreinigd is.

Smog door ozon kan leiden tot een toename van luchtwegklachten, zoals hoesten en kortademigheid, verergering van astmaklachten en afname van de longfunctie. Ook kan irritatie aan ogen, neus en keel voorkomen. Mensen met luchtwegaandoeningen, kinderen en ouderen zijn relatief vaak gevoelig voor smog. Raadpleeg bij klachten de huisarts of GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst .

Ozonverwachting voor maandag en dinsdag

De aanhoudende hoge temperaturen en het inkomende zonlicht dragen bij aan de vorming van ozon. Voor maandag en dinsdag is de kans op smog door ozon in Zuid- en Midden-Nederland groot.

Smog door ozon

Smog door ozon ontstaat bij ophoping van luchtvervuiling op zonnige dagen. Dit komt in het voorjaar en in de zomer voor als er weinig (veelal zuidoostelijke) wind staat. De vervuilende stoffen, zoals stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen worden onder invloed van zonlicht omgezet in ozon. Dit wordt ook wel zomersmog genoemd. In de andere seizoenen is de kracht van de zon te klein om hoge ozonconcentraties te laten ontstaan.

Europese informatie- en alarmdrempel voor ozon

In Europa zijn voor ozon een informatie- en een alarmdrempel vastgesteld. De EU European Union  -informatiedrempel is 180 microgram ozon per kubieke meter lucht. Bij (dreigende) overschrijding van deze waarde kunnen mensen, die gevoelig zijn voor smog, klachten krijgen en waarschuwt het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu . De luchtkwaliteit is dan "slecht " volgens de Nederlandse Luchtkwaliteitsindex.
De EU-alarmdrempel is 240 microgram ozon per kubieke meter lucht ("zeer slecht" volgens de Nederlandse luchtkwaliteitsindex). Wanneer deze waarde overschreden wordt, kan iedereen klachten krijgen. Als dit dreigt te gebeuren, zet het RIVM de waarschuwing om in een alarm.

vrijdag 23 augustus 2019

Belangrijke veiligheidswaarschuwing AH Leverworst (170 gram in plakjes) Albert Heijn

Albert Heijn heeft besloten de AH Leverworst (170 gram in plakjes) van het Albert Heijn-merk met ten minste houdbaarheidsdatum 2/9/2019 uit de winkels terug te halen. Het gaat alleen om de producten met deze specifieke houdbaarheidsdata.

Tijdens kwaliteitscontroles is in het product listeria aangetroffen. Dit kan mogelijk voedselinfecties veroorzaken. Het consumeren van dit product kan een gevaar vormen voor de gezondheid, vooral bij jonge kinderen, ouderen, mensen met een verzwakt afweersysteem en zwangere vrouwen. Raadpleeg uw (huis)arts bij vragen over gezondheidsproblemen

​Klanten worden dringend verzocht de AH Leverworst niet te eten en terug te brengen naar een Albert Heijn-winkel. Daar krijgen zij bij inlevering van het product het aankoopbedrag terug.

dinsdag 20 augustus 2019

Arbeidsongeschikten melden vaakst slaapproblemen

Bijna een kwart van de Nederlanders van 25 jaar of ouder had in 2018 slaapproblemen. Bij arbeidsongeschikten lag dat aandeel meer dan twee keer zo hoog. Zij worden door de slaapproblemen ook het vaakst belemmerd in hun functioneren. Het gaat hier om mensen die zelf aangeven dat ze arbeidsongeschikt zijn. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers uit de Gezondheidsenquête.

In de Gezondheidsenquête wordt deelnemers gevraagd of zij in de voorafgaande twee weken last hebben gehad van problemen met slapen. In 2018 heeft 24 procent van de Nederlanders vanaf 25 jaar daar bevestigend op geantwoord. Dat komt neer op ongeveer 2,9 miljoen mensen. In 2017 ging het om 21 procent. Bij ruim 4 op de 10 van de slechte slapers belemmeren de slaapproblemen het dagelijks functioneren. Het gaat dan bijvoorbeeld om verminderde concentratie, vergeetachtigheid of een slecht humeur.

Van de 25-plussers die aangeven dat ze arbeidsongeschikt zijn, meldt 58 procent geen goede nachtrust te hebben. Van de werkenden meldt 19 procent slaapproblemen, juist onder het landelijk gemiddelde.

Met slaapproblemen belemmerd in functioneren

Niet alleen komen slaapproblemen relatief vaak voor onder arbeidsongeschikten, ze worden er ook het vaakst door belemmerd in het dagelijks functioneren. Van de slechte slapers die arbeidsongeschikt zijn meldt 81 procent zulke belemmeringen. Bij andere groepen is dat een veel lager percentage.

Verhoogde kans op slaapproblemen bij slechtere gezondheid

Uit analyse op basis van de Gezondheidsenquête blijkt dat geestelijke gezondheid, langdurige aandoeningen en pijn samenhangen met de gemelde slaapproblemen. Geestelijk ongezonde personen hadden een drie keer hogere kans op slaapproblemen dan anderen. Het hebben van vier of meer langdurige aandoeningen verhoogde 2,5-maal de kans op slaapproblemen. Ook hadden personen die in de voorafgaande vier weken pijn hadden een 1,8-keer hogere kans op slaapproblemen. Arbeidsongeschikten zijn ook vaker geestelijk ongezond en melden meer langdurige aandoeningen en pijn. Als hiervoor wordt gecorrigeerd, is nog steeds de kans groter dat ze slaapproblemen hebben.
Met dit onderzoek kan niet worden vastgesteld of aandoeningen, pijn en een minder goede psychische gezondheid slaapproblemen veroorzaken of dat deze juist veroorzaakt worden door slaapproblemen.

woensdag 7 augustus 2019

MS-middel Fampyra in basispakket

Minister Bruins (medische zorg) gaat Fampyra, een geneesmiddel dat het loopvermogen van MS-patiënten verbetert, per 1 september opnemen in het basispakket van de zorgverzekering. Bruins neemt het advies van het Zorginstituut over, zo meldt hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Het Zorginstituut concludeert dat Fampyra (fampidrine) effectief is bij Multiple sclerosepatiënten van 18 jaar en ouder met ernstige loopbeperkingen. Aangezien het middel niet bij alle patiënten uit deze groep werkt, heeft de MS-werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie een proefbehandelstrategie ontwikkeld. Op basis daarvan krijgen MS-patiënten met ernstige loopbeperkingen vanaf 1 september het middel Famypra eerst twee weken op proef. Als de behandeling aanslaat en het loopvermogen van de patiënt voldoende verbetert, wordt de behandeling voortgezet.

Minister Bruins: “Het debat over het vergoeden van Fampyra loopt al heel lang. Anders dan bij andere geneesmiddelen ging dat vooral over de effectiviteit, niet over geld. Ik ben blij dat er nu duidelijkheid is. Daarmee komt het in de basisverzekering en krijgen MS-patiënten die er baat bij hebben het middel dus vergoed.”

Fampyra is een middel van Biogen. De fabrikant heeft in maart na gesprekken met minister Bruins toegezegd om, hangende het onderzoek naar de effectiviteit en uiterlijk tot 31 augustus 2019, een aanzienlijk deel van de kosten voor haar rekening te nemen. Patiënten betaalden daardoor alleen een eigen bijdrage. Destijds is ook afgesproken dat Biogen bij een positieve uitkomst van de herbeoordeling door het Zorginstituut de eigen bijdrage van patiënten alsnog – met terugwerkende kracht – vergoedt. Dat gaat nu dus gebeuren.

vrijdag 26 juli 2019

Den Haag komt als eerste gemeente met Aanvalsplan Vaccinatie

De gemeente Den Haag heeft als eerste gemeente een actieplan om de vaccinatiegraad te verhogen. Met het 'Aanvalsplan Vaccinatie' neemt Den Haag het voortouw om samen met het Rijk de uitbraak van ziektes zoals de mazelen te voorkomen. ‘De huidige vaccinatiegraad in Den Haag is zorgwekkend. Ik wil er als wethouder Zorg alles aan doen dat onze kinderen in vrijheid, veilig en gezond op kunnen opgroeien.’ Dit zegt Kavita Parbhudayal, wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid.

De aanleiding van het Aanvalsplan Vaccinatie is de dalende vaccinatiegraad in de gemeente Den Haag. Als voorbeeld: de vaccinatiegraad van de tweejarigen daalde van 89,4% in 2017 naar 87,9% in 2018. Dat is ver beneden het percentage van 95% dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt om de groepsbescherming te realiseren. Daarom is de Haagse ambitie een vaccinatiegraad van 95% voor alle zuigelingen, kleuters en schoolkinderen.

Het bereiken van dat doel vergt een lange adem, erkent wethouder Parbhudayal. Daarom wil dit college van burgemeester en wethouders in Den Haag als tussenstap de deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) als norm stellen. Het RVP beschermt kinderen tegen 12 ernstige infectieziekten.

Tijdspad uitvoering en monitoring

De looptijd van het aanvalsplan loopt tot 2022. Er is al gestart met de Haagse Vaccinatie Summit op 4 en 5 juli. Na de zomer wordt het uitvoeringsplan nader uitgewerkt en start de campagne. In samenwerking met het CJG Den Haag, GGD Haaglanden en andere betrokkenen worden de activiteiten en acties van het uitvoeringplan gedurende de looptijd gerealiseerd en gemonitord. Voor het effect van het aanvalsplan op de verbetering van vaccinatiegraad maakt de gemeente Den Haag gebruik van de jaarlijkse metingen en monitoring van het RIVM en GGD.

vrijdag 5 juli 2019

NVWA: er wordt nog te vaak gerookt in festivaltenten

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft in 2018 bij 115 inspecties op evenementen en festivals 55 boetes en 2 schriftelijke waarschuwingen gegeven omdat het rookverbod niet goed werd nageleefd. Ook bezoekers en medewerkers in festivaltenten moeten beschermd worden tegen meeroken. Het is daarom belangrijk dat bezoekers van festivals zich houden aan het rookverbod in festivaltenten en dat organisatoren zorgen dat het rookverbod goed wordt ingesteld, aangeduid en gehandhaafd.

De naleving van het rookverbod op festivals is beduidend slechter dan de naleving in cafés en discotheken. Alleen bij shishalounges wordt het rookverbod nog vaker overtreden. Bij 60% van de controles in deze lounges bleek dat er in de waterpijpen mengsels met tabak werden gerookt.

Controles rookverbod

De NVWA heeft in 2018 3.043 risicogerichte controles op het rookverbod uitgevoerd. Bij risicogerichte controles wordt voornamelijk in cafés, shishalounges, discotheken en eetcafés die later op de avond overwegend een caféfunctie hebben gecontroleerd op momenten dat het rookverbod naar verwachting minder goed nageleefd wordt. Daarnaast controleren inspecteurs van de NVWA tijdens inspecties in het kader van de voedselveiligheid ook op de naleving van het rookverbod. Bij deze 13.718 controles zijn 177 boetes en 45 schriftelijke waarschuwingen opgelegd.

Verkoop sigaretten aan jongeren

Naast controles op het rookverbod zien inspecteurs van de NVWA er ook op toe dat bedrijven geen tabak en e-sigaretten verkopen aan jongeren onder de 18 jaar. Bij 4.923 risicogerichte controles op naleving van de leeftijdsgrens hebben inspecteurs 589 keer gezien dat een jongere die mogelijk nog geen 18 jaar was probeerde tabak te kopen. Bij 139 van deze kooppogingen (24%) werd de leeftijd door de verkoper niet of niet goed gecontroleerd. Deze bedrijven hebben een boete gekregen. 2 maal is de verkoop stilgelegd omdat er sprake was van het herhaaldelijk overtreden van de regels.

De NVWA heeft onderzoeksbureau Breuer&Intraval gevraagd het koopgedrag van jongeren te onderzoeken en na te gaan hoe groot de kans is dat jongeren onder de 18 jaar er in slagen tabak te kopen. Uit dit onderzoek blijkt dat ten opzichte van 2016 minder jongeren tabak proberen te kopen, maar dat de jongeren die het proberen het wel makkelijker mee krijgen bij tabakswinkels en supermarkten. Bij tabakswinkels is de slaagkans gestegen van 62% in 2016 naar 94% in 2018. Bij supermarkten is de slaagkans gestegen van 53% naar 81%.

De NVWA zet het komende jaar haar risicogerichte toezicht voort. Daarnaast ontwikkelt de NVWA een nieuwe toezichtmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van 17-jarige testkopers.

dinsdag 2 juli 2019

Kanker oorzaak van 3 op de 10 sterfgevallen

In 2018 overleden ruim 153 duizend inwoners van Nederland. Met bijna 47 duizend sterfgevallen (30 procent) was kanker, net als de afgelopen jaren, de meest voorkomende doodsoorzaak. Aan hart- en vaatziekten overleed ongeveer 25 procent van de overledenen, en 1 procent van de sterfgevallen was toe te schrijven aan de griep. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

De doodsoorzaken verschillen sterk per leeftijdsgroep. In 2018 overleden minder dan 2 duizend mensen tussen 15 en 40 jaar, waarvan 44 procent aan een niet-natuurlijke doodsoorzaak, zoals een ongeval, zelfdoding of moord. Bij personen tussen 40 en 80 jaar is kanker de meest voorkomende doodsoorzaak, te weten 45 procent van de sterfgevallen. Vanaf 80 jaar is de sterfte aan hart- en vaatziekten het hoogst, en voor 5 procent van de overleden 85-plussers was in 2018 een val de doodsoorzaak.

Meer mannen dan vrouwen overlijden aan kanker


Mannen sterven vaker aan kanker dan vrouwen. Vrouwen overlijden daarentegen vaker aan psychische stoornissen of ziekten van het zenuwstelsel, waaronder dementie en de ziekte van Alzheimer. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het feit dat vrouwen gemiddeld op latere leeftijd sterven dan mannen. (Cbs)

maandag 1 juli 2019

Huidige situatie vaccinatiegraad zorgwekkend; minder vrijblijvendheid

Commissie kinderopvang en vaccinatie biedt advies aan

De Commissie kinderopvang en vaccinatie heeft haar adviesrapport aangeboden aan de staatssecretarissen Van Ark (SZW) en Blokhuis (VWS). Onder voorzitterschap van Roos Vermeij is onderzoek gedaan naar oplossingsrichtingen voor de zorgen van ouders over de veiligheid van kinderopvang in relatie tot de gedaalde vaccinatiegraad. Het advies is om vanuit scenario’s de problemen aan te pakken. De overheid is aan zet en zal ouders duidelijker moeten infomeren over de collectieve verantwoordelijkheid van vaccineren. Ouders die hun kinderen niet vaccineren worden uitgenodigd voor een gesprek. De commissie adviseert daarnaast om een ondergrens vast te stellen voor de landelijke vaccinatiegraad. In het scenario dat de vaccinatiegraad verder daalt en deze ondergrens wordt bereikt, moet deelname aan het rijksvaccinatieprogramma verplicht worden gesteld voor de kinderopvang.

Scenario’s

Passende maatregelen zijn afhankelijk van de hoogte van de vaccinatiegraad. Daarom introduceert de commissie drie relevante scenario’s (groen, oranje en rood) met daaraan gekoppelde handelingsopties die afhankelijk zijn van hoe hoog de landelijke vaccinatiegraad is. Gekozen is om hierbij te concentreren op mazelen en te richten op het risico op besmetting van kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar op de kinderopvang (kinderdagopvang en gastouderopvang).

Huidige situatie

In de huidige situatie gaat het om een gedaalde landelijke vaccinatiegraad. Uit het meest recente rapport van het RIVM blijkt dat de daling inmiddels is gestabiliseerd. De commissie vindt echter het huidige niveau van de vaccinatiegraad nog steeds zorgwekkend en omschrijft dit als het oranje scenario.

Handelingsopties

Uit onderzoek is gebleken dat ouders met vragen of zorgen nu nog onvoldoende worden voorzien in hun behoefte aan betrouwbare informatie. Ook hebben ze moeite met het vinden van antwoorden op hun vragen. Het is voor ouders niet altijd duidelijk hoe ze met een betrouwbare deskundige in gesprek kunnen komen. Hiervoor adviseert de commissie verschillende handelingsopties op het gebied van informatie en communicatie. Daarbij dient een normstellende overheid uit te dragen dat vaccineren en het bestrijden van infectieziekten een collectieve verantwoordelijkheid is. Dit rechtvaardigt dat ouders, minder vrijblijvend, mogen worden aangesproken op hun keuze om hun kind niet te laten vaccineren. Voorgesteld wordt om ouders die hun kind (nog) niet laten vaccineren uit te nodigen voor een gesprek met een deskundige zorgprofessional.
In het rode scenario is de landelijke vaccinatiegraad gedaald tot op of onder een door de overheid vastgestelde ondergrens. Op dat moment moet er een wettelijke plicht tot deelname aan het rijksvaccinatieprogramma als voorwaarde voor de kinderopvang komen.

Reactie SZW en VWS

Staatssecretarissen Van Ark (SZW) en Blokhuis (VWS) lieten bij de overhandiging weten dat zij het een doordacht rapport vinden met waardevolle aanbevelingen. De staatssecretarissen hebben hun waardering uitgesproken dat de commissie met duidelijke handelingsopties komt, afgestemd op de complexe situatie waarin vele dilemma’s spelen. Van Ark en Blokhuis hebben nogmaals aangegeven de zorgen van ouders en kinderopvangorganisaties serieus te nemen en hard aan de slag te gaan met de adviezen. Zij hebben toegezegd de beleidsreactie op het hele rapport zo spoedig mogelijk na de zomer naar de Tweede Kamer te sturen.

vrijdag 28 juni 2019

Sigarettenpakjes worden allemaal donkergroen-bruin

Alle verpakkingen van sigaretten en shag krijgen dezelfde donkergroen-bruine kleur. Het streven is dat dit op 1 juli 2020 wordt ingevoerd. Op voorstel van staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de ministerraad ingestemd met een wetswijziging die dit regelt. Met deze zogenaamde ‘plain packaging’ zullen verpakkingen zich alleen nog maar van elkaar onderscheiden door de merknaam en merkvariant. De gezondheidswaarschuwingen - inclusief afschrikwekkende plaatjes - blijven op de verpakking staan.

Rookvrije generatie

Staatssecretaris Blokhuis: “We hebben met dit kabinet de ambitie om in 2040 een rookvrije generatie te realiseren. Dat betekent dat elk kind dat in deze jaren wordt geboren niet eens op het idee komt om te gaan roken. Tabaksproducten minder aantrekkelijk maken, speelt daarbij een belangrijke rol. Met deze wetswijziging komt de rookvrije generatie weer een stap dichterbij.”

Nationaal Preventieakkoord

Het invoeren van ‘plain packaging’ is een van de maatregelen uit het Nationaal Preventie-akkoord. Naast het minder aantrekkelijk maken van tabaksverpakkingen wordt tabak ook duurder en op minder plekken zichtbaar en beschikbaar om te kopen. Ook worden steeds meer openbare plekken rookvrij, zoals schoolpleinen, speeltuinen en ziekenhuizen. Op deze manier willen de partners van het Nationaal Preventieakkoord bereiken dat jongeren en zwangere vrouwen in 2040 niet meer roken. En dat het aantal rokende volwassenen daalt naar minder dan 5%.

Ultrafijn stof door vliegverkeer heeft effect op gezondheid

Mensen die in de buurt van Schiphol wonen, staan regelmatig bloot aan verhoogde concentraties ultrafijn stof. Dit kan een effect hebben op de gezondheid. Op zulke dagen hebben kinderen met luchtwegaandoeningen meer last en gebruiken ze meer medicijnen. Klachten zijn kortademigheid en piepende ademhaling. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu , in samenwerking met de Universiteit van Utrecht en het Academisch Medisch Centrum (AMC Academic Medical Center ). Nog niet eerder is er zo’n uitgebreid onderzoek gedaan naar ultrafijnstof van vliegverkeer en gezondheid.

Bij kinderen en gezonde volwassenen zijn verminderingen in de longfunctie gemeten. Bij gezonde volwassen zijn ook verandering van de hartfunctie gemeten door de kortdurende hogere blootstelling. Gemiddeld genomen zijn deze veranderingen klein en hoeven ze niet tot gezondheidsklachten te leiden. Deze veranderingen kunnen groter zijn voor mensen die hiervoor gevoelig zijn, bijvoorbeeld omdat ze astma of hartaandoeningen hebben.

Ultrafijn stof
De effecten treden zowel op bij ultrafijn stof afkomstig van vliegverkeer als bij andere bronnen, zoals wegverkeer. Er zijn geen aanwijzingen dat de gezondheidseffecten van het vliegverkeer anders zijn dan die van het wegverkeer. Ultrafijn stof is het aantal zeer kleine deeltjes in de lucht (kleiner dan 0,1 micrometer).

Breed onderzoeksprogramma
De conclusies zijn gebaseerd op drie studies: een studie met 191 basisschoolkinderen in woonkernen vlakbij Schiphol, een studie met 21 gezonde volwassenen in een mobiel laboratorium direct naast Schiphol en een laboratoriumstudie met longcellen. De resultaten van dit onderzoek geven nog geen inzicht in mogelijke gezondheidseffecten van ultrafijnstof over een lange periode.
 
Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  is nu gestart met onderzoek naar de effecten van langdurige blootstelling aan ultrafijn stof van vliegverkeer. Dit onderzoek maakt gebruik van de resultaten van het onderzoek ‘Meten en berekenen’ naar de hoeveelheid ultrafijn stof rond Schiphol en de resultaten van het onderzoek naar directe effecten op de gezondheid. De resultaten hiervan worden in 2021 verwacht.

dinsdag 25 juni 2019

NVWA: Opnieuw verboden gebruik van sulfiet in vlees

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft opnieuw verboden gebruik van sulfiet in vlees aangetoond. 50 Procent van de 42 geïnspecteerde vleesverwerkende bedrijven (voornamelijk slagerijen) waarvan bekend was dat ze sulfiet hadden afgenomen van een leverancier in additieven, bleek sulfiet toe te voegen aan vlees. Sulfiet kleurt het vlees mooi rood, maar mag volgens de additievenwetgeving niet aan vlees worden toegevoegd. Alle bedrijven die deze overtreding hebben begaan, hebben een boete gekregen.

Inspectieresultaten

De NVWA voerde dit jaar in een risicogerichte actie bij 42 vleesverwerkende bedrijven (voornamelijk slagerijen), controle uit op het gebruik van het additief sulfiet in rundergehakt, hamburgers, saucijzen, tartaar, poulet en andere vleesbereidingen. De NVWA selecteerde de slagerijen op basis van afnemerslijsten die zij opvroeg bij bedrijven die het additief sulfiet verhandelen. 6 Slagers gaven al direct bij de inspectie toe dat zij sulfiet gebruikten.
De NVWA nam per bedrijf 1 of meer monsters die werden geanalyseerd in het NVWA-laboratorium. Bij de 42 bedrijven zijn in totaal 134 monsters genomen van rundergehakt en gehaktachtige vleesbereidingen. In 52 van de genomen monsters, afkomstig van 21 afzonderlijke bedrijven, is de aanwezigheid van sulfiet aangetoond. Er werden gehaltes aangetroffen tot 4.000 mg/kg sulfiet.
Ook in 2018 bleek al bij een soortgelijke gerichte actie dat 13 van de 21 slagerijen het verboden sulfiet gebruikten in vlees. Ook toen betrof het een gerichte controle bij slagerijen die sulfiet hadden aangekocht.

Sulfiet

Sulfiet is één van de 14 allergenen die volgens de etiketteringsregels duidelijk moeten worden vermeld als ze aan een levensmiddel zijn toegevoegd (bij meer dan 10 mg per 100 gram). Ook bij de verkoop van onverpakte levensmiddelen (bijvoorbeeld via de toonbank), moet de consument deze informatie krijgen. Geen enkel bedrijf dat sulfiet gebruikte, verstrekte deze informatie aan de consument. Consumenten die overgevoelig zijn voor sulfiet kunnen milde, maar ook heftige reacties zoals hartkloppingen en huiduitslag krijgen als zij levensmiddelen met toegevoegd sulfiet eten.

Maatregelen

Alle bedrijven die sulfiet in vlees gebruikten hebben een bestuurlijke boete gekregen, zowel voor het illegaal gebruik van sulfiet als voor het niet vermelden van een allergene stof. Het vlees waarvan bij de inspectie al duidelijk werd dat er sulfiet aan was toegevoegd, is direct uit de verkoop gehaald en mag alleen als dierlijk bijproduct worden gebruikt.
De NVWA roept de branchevereniging Koninklijke Slagers Nederland (KNS) en de Vereniging van Keurslagers op om haar leden aan te spreken op het niet toegestane gebruik van sulfiet.

maandag 24 juni 2019

Vanaf maandagmiddag kans op smog door ozon

Vanaf maandagmiddag 24 juni 2019 is er vooral in het oosten van Nederland lokaal kans op smog door ozon. Op dinsdag is er in heel Nederland kans op smog. Naar verwachting is de luchtkwaliteit dan "slecht". Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  adviseert mensen die gevoelig zijn voor smog om binnen te blijven en om zware lichamelijke inspanning te beperken.

Dit advies geldt voornamelijk in de namiddag en vroege avond, omdat de lucht dan het meest verontreinigd is. Smog door ozon kan leiden tot een toename van luchtwegklachten, zoals hoesten en kortademigheid, verergering van astmaklachten en afname van de longfunctie. Ook kan irritatie aan ogen, neus en keel voorkomen.
Mensen met luchtwegaandoeningen, kinderen en ouderen zijn relatief vaak gevoelig voor smog. Raadpleeg bij klachten de huisarts of GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst .

Ozonverwachting vanaf woensdag

Op woensdag 26 juni is er ten zuidoosten van de lijn Arnhem – Eindhoven nog een kleine kans op smog. Op donderdag 27 juni verbetert de luchtkwaliteit in heel Nederland aanzienlijk.

Smog door ozon

Smog door ozon ontstaat bij ophoping van luchtvervuiling op zonnige dagen. Dit komt in het voorjaar en in de zomer voor als er weinig (veelal zuidoostelijke) wind staat. De vervuilende stoffen, zoals stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen, worden onder invloed van zonlicht omgezet in ozon. Dit wordt ook wel zomersmog genoemd. In de andere seizoenen is de kracht van de zon te klein om hoge ozonconcentraties te laten ontstaan.

Europese informatie- en alarmdrempel

In Europa zijn voor ozon een informatie- en een alarmdrempel vastgesteld. De EU European Union  -informatiedrempel is 180 microgram ozon per kubieke meter lucht. Bij (dreigende) overschrijding van deze waarde kunnen mensen die gevoelig zijn voor smog, klachten krijgen.

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu brengt dan een waarschuwing uit. De luchtkwaliteit is dan "slecht " volgens de Nederlandse Luchtkwaliteitsindex.
De EU-alarmdrempel is 240 microgram ozon per kubieke meter lucht. De luchtkwaliteit is dan zeer slecht" volgens de Nederlandse luchtkwaliteitsindex. Wanneer deze waarde overschreden wordt, kan iedereen klachten krijgen. Als dit dreigt te gebeuren, zet het RIVM de waarschuwing om in een alarm.
Activatie hitteplan en hoge zonkracht.

Het RIVM heeft afgelopen zondag samen met het KNMI Koninklijk Meteorologisch Instituut  het hitteplan geactiveerd en geldt er een advies vanwege de hoge zonkracht. Informatie over het hitteplan staat op rivm Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu .nl/hitte en de actuele zonkracht op rivm.nl/zonkracht

zondag 23 juni 2019

Hitteplan RIVM actief

Het is warm vandaag. En dat blijft de komende dagen zo. Voor veel mensen betekent dat genieten op het strand of terras. Voor anderen is het niet zo fijn en voor groepen kwetsbare mensen brengt het zelfs risico’s met zich mee. Daarom activeert het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  vanaf 23 juni 2019 het hitteplan voor het midden, zuiden en oosten van Nederland. Ook de zonkracht is hoog. Daardoor kan de huid snel verbanden. Extra opletten kan gezondheidsproblemen door het warme weer beperken.

Het hitteplan geldt voor de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Flevoland, Noord-Brabant en Limburg. Volgens het KNMI Koninklijk Meteorologisch Instituut  kan het vandaag op sommige plaatsen al meer dan 28 graden worden. Vanaf morgen zelfs meer dan 30 graden. Vooral in het midden, zuiden en oosten van het land wordt het warm. In het zuidoosten lijkt het warme weer de hele week aan te houden, in de kustprovincies lijkt het minder lang te duren. Ook de nachten blijven warm; het wordt niet veel kouder dan een graad of 20. Er is weinig wind en de luchtvochtigheid is hoog, waardoor het benauwd aan kan voelen. 

Extra aandacht

Het hitteplan is in feite een waarschuwing voor hitte en de risico’s die dit met zich mee kan brengen en een oproep om extra op elkaar te letten. Vooral voor groepen kwetsbare mensen, zoals ouderen, baby’s, chronisch zieken, mensen met overgewicht, mensen in verzorgingshuizen en mensen in een sociaal isolement brengt hitte gezondheidsrisico’s met zich mee. Deze mensen moeten alert zijn op uitdroging en oververhitting. Ook baby’s en hele jonge kinderen hebben extra aandacht nodig om koel te blijven en genoeg te drinken. 

Maatregelen tegen de zon en de hitte

•    Drink voldoende; 
•    Draag dunne kleding die bescherming biedt tegen verbranding door de zon;
•    Zoek de schaduw op; 
•    Smeer de huid in met zonnebrand;
•    Beperk lichamelijke inspanning in de middag;
•    Houd de woning koel door zonwering, ventilator of airconditioning;
•    Let extra op mensen in je omgeving die zorg nodig hebben. 

Over het hitteplan

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  besluit samen met het KNMI of het hitteplan geactiveerd wordt. De kans op aanhoudend warm weer, met maximumtemperaturen boven de 27 graden speelt hierin een belangrijke rol. Daarnaast zijn onder andere de verwachte nachttemperatuur en de luchtvochtigheid factoren waarmee rekening wordt gehouden. 

Hoge zonkracht

De kracht van de ultraviolette (UV ultraviolet ) straling van de zon is waarschijnlijk ook hoog: tussen de 7 en 8. Dat betekent dat de huid al binnen 15 minuten kan verbranden. Bescherm uzelf dus tegen de zon. Het RIVM meet voortdurend de zonkracht. De actuele zonkracht vindt u op de website over zonkracht.

Tips, advies of vragen

Voor tips, advies of vragen over uw gezondheid kunt u terecht bij uw regionale GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst . Het Rode Kruis deelt ook adviezen via de website en sociale media zolang de hitte aanhoudt. 

donderdag 20 juni 2019

Te weinig zicht op voedselveiligheidsrisico’s in Nederland

Gestructureerde aanpak nodig om onnodige schade volksgezondheid te voorkomen

Het voedselveiligheidssysteem in Nederland blijkt kwetsbaar. Het ontbreekt aan een gestructureerde aanpak om opkomende voedselveiligheidsrisico’s te signaleren en te beoordelen. Risico’s worden daarom niet altijd goed in beeld gebracht of te laat ontdekt, met als gevolg dat mensen onnodig ziek kunnen worden. Dit blijkt uit het rapport ‘Opkomende voedselveiligheidsrisico’s’ dat vandaag door de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gepubliceerd.

Nederland is de afgelopen jaren meerdere malen opgeschrikt door incidenten in de voedselketen: bijvoorbeeld door salmonella in gerookte zalm, fraude met paardenvlees en Q-koorts. De ontdekking van het bestrijdingsmiddel fipronil in eieren in de zomer van 2017, was voor de Raad aanleiding om het voedselveiligheidssysteem in Nederland te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat de voedselsector zich vooral richt op bekende risico’s die zich in het verleden hebben voorgedaan. Door veranderende omstandigheden kunnen voedselveiligheidsrisico’s zich echter in een andere hoedanigheid voordoen of in ernst toenemen. Zo is hetzelfde gif dat in de Japanse kogelvis voorkomt onlangs ook in Nederlandse schelpdieren aangetroffen. Het verbeteren van het inzicht in opkomende risico’s moet leiden tot een robuuster voedselveiligheidssysteem, waarin bedrijven en overheden minder vaak verrast worden en consumenten minder gezondheidsschade oplopen.

Lessen uit de praktijk

De Onderzoeksraad heeft een aantal voorbeelden onderzocht hoe met opkomende risico’s wordt omgegaan. Bij het fipronilincident bleek dat gebruik van illegale middelen tegen bloedluis bij legkippen niet als risico was onderkend, ondanks dat het al eerder was voorgekomen. Dit zorgde ervoor dat er te laat werd ingegrepen en miljoenen eieren uit de handel moesten worden gehaald.

Het signaal dat de risico’s van ziekteverwekkers op groenten en fruit mogelijk groter zijn dan gedacht, wordt niet goed opgepakt en beoordeeld. In de VS stelt men dat groenten en fruit de belangrijkste oorzaak zijn van voedselinfecties, in Nederland schat men dat risico juist heel laag in. Het opmerkelijke is dat geen onderzoek is gedaan naar dit verschil en dat niet bekend is wie het dichtste bij de waarheid zit. Terwijl het belangrijk is om de risico’s goed te kennen, juist omdat groenten en fruit zo belangrijk zijn voor een gezond dieet.

In de periode 2007-2010 werd de opkomst van Q-koorts te laat onderkend. Dit had ernstige gevolgen voor de mensen die hierdoor besmet zijn geraakt. De toename van hepatitis-E door varkensvlees is weliswaar gesignaleerd, maar de onzekerheden over de risico’s staan een voortvarende aanpak in de weg.

In beeld brengen complex

De productie en handel van voedsel zijn de laatste decennia aanzienlijk complexer geworden,  waardoor het moeilijker is geworden de risico’s te beheersen. Voedsel en grondstoffen komen van over de hele wereld en de handelsstromen zijn te complex om de risico’s ervan te overzien. Daarnaast neemt het aantal kwetsbare consumenten zoals ouderen en chronisch zieken toe. Ook de trend om vaker rauw en onbewerkt voedsel te consumeren brengt risico’s met zich mee. Hierbij is de kans groter dat ziektekiemen niet zijn vernietigd. Dit alles vergt extra inspanning om de voedselveiligheid te kunnen blijven garanderen.

Van het overgrote deel van de voedselinfecties lukt het niet de bron te achterhalen; dat is een belangrijke tekortkoming in het systeem. Het is vrijwel onbekend waardoor mensen ziek zijn geworden. Dit zorgt ervoor dat de besmetting niet bij de bron kan worden aangepakt. Bovendien ontbreekt daardoor belangrijke informatie om de werking van het voedselveiligheidssysteem te controleren.  

Aanbevelingen

De Onderzoeksraad stelt dat een steviger voedselveiligheidssysteem noodzakelijk is om opkomende risico’s vooraf goed te kunnen inschatten en tijdig te kunnen ingrijpen. Wanneer incidenten zich voordoen, is het van belang dat signalen sneller en beter worden herkend en opgepakt. Binnen de huidige structuur is de signalering en beoordeling van opkomende risico’s versnipperd. Om het zicht hierop structureel te verbeteren, beveelt de Raad de minister Medische Zorg en Sport aan om een gezaghebbende eenheid te creëren. Deze kan informatie uit zoveel mogelijk bronnen - zoals de wetenschap, het RIVM, de NVWA, bedrijven en consumenten – samenbrengen en op onafhankelijke wijze een integraal overzicht van opkomende risico’s voor de voedselveiligheid maken. De minister voor Medische Zorg en Sport zou er vervolgens voor moeten zorgen dat de rapportages zo snel mogelijk opvolging krijgen.

NOS NIEUWS

OMROEP WEST

RTL Nieuws