Aangepast zoeken
Posts tonen met het label PvdD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label PvdD. Alle posts tonen

vrijdag 5 juli 2019

Betere bescherming bossen en bomen in Zuid-Holland

Den Haag – De provincie Zuid-Holland gaat bossen en bomen beter beschermen . Een voorstel hiertoe van dePartij voor de Dieren is tijdens de vergadering van Provinciale Staten aangenomen. De motie kreeg brede steun van Forum voor Democratie, PVV, GroenLinks, 50Plus, SP, DENK, CU-SGP en PvdA.

 De provincie is op grond van de Wet natuurbescherming verantwoordelijk voor het bos- en bomenbeleid voor bospercelen van 10 are of groter en rijen van 20 bomen of meer buiten de bebouwde kom. Als er plannen zijn deze te kappen, moet dit vooraf worden gemeld bij Gedeputeerde Staten. De provincie kan voortaan bepaalde voorwaarden stellen aan de kap of een kapverbod instellen als het gaat om bijzondere natuur- of landschapswaarden.

 Tot op heden bestond er in Zuid-Holland geen beleid voor de bescherming van bomen en bossen. Hierdoor bleef Zuid-Holland achter op een aantal andere provincies.

 Jaarlijks oogst Staatsbosbeheer 300.000 kuub hout uit de Nederlandse natuur- en recreatiegebieden. Volgens onderzoek van de Wageningen Universiteit vindt ook in Nederland ontbossing plaats. Per jaar verdwijnt ruim 3000 hectare bos, dat maar gedeeltelijk wordt gecompenseerd door het elders planten van ruim 1600 hectare bos.

 Bossen en bomen hebben een belangrijke functie als het gaat om gezondheid, biodiversiteit, ecosysteemdiensten, CO2-opvang, waterregulatie en het tegengaan van hittestress. Het is een belangrijk natuurlijk kapitaal. De maatschappelijke bezorgdheid over de toenemende bomenkap neemt toe, want voor biomassaproductie worden steeds meer bomen gekapt, waar veel geld aan wordt verdiend.

 Het is onduidelijk hoe groot de Zuid-Hollandse houtoogst is en hoe de verhouding is tussen bomenkap en de aanplant van nieuwe bomen is in deze provincie. Daarom heeft de Partij voor de Dieren het provinciebestuur verzocht om een uitwerking van een provinciaal bos- en bomenbeleid en om dat voor 1 februari 2020 voor te leggen aan Provinciale Staten.

 Fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland, Carla van Viegen: “Wij zijn erg blij met de brede steun voor dit voorstel in de Provinciale Staten, want het ondersteunt de noodzaak van een betere bescherming van bossen en bomen in Zuid-Holland”.

donderdag 27 juli 2017

Ganzenjagers maken zich schuldig aan ernstig dierenleed

Jagers die namens de provincie ganzen afschieten in de Hoeksche Waard, maken zich schuldig aan ernstig dierenleed. Aangeschoten dieren worden niet direct uit hun lijden verlost maar lijden nog minuten lang zonder dat door de jagers wordt ingegrepen.  De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland wil dat het provinciebestuur direct maatregelen neemt tegen de jagers van de Faunabeheereenheid.

Dierenrechtenorganisatie Animal Rights heeft onlangs beelden gemaakt van de ganzenjacht in de Hoeksche Waard. Op die beelden is onder meer te zien dat aangeschoten dieren vaak minutenlang spartelen nadat ze zijn geraakt. Ook bijten jachthonden de nog in leven zijnde gewonde ganzen. De jagers wachten lang voor ze ingrijpen en uit de beelden kan worden opgemaakt dat mogelijk de nek wordt gebroken, wat verboden is.

De ganzenjacht vindt plaats omdat de provincie Zuid-Holland de ganzenpopulatie met 100.000 dieren wil terugbrengen. De ganzen zouden voor overlast zorgen en schade veroorzaken aan landbouwgewassen. Jagers van de Faunabeheereenheid hebben daarom van de provincie opdracht gekregen de ganzen dood te schieten.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland heeft de beelden van de jachtpartij gezien. Ze vindt dat er sprake is van ernstig dierenleed en onnodig lijden van dieren. Als de ganzen worden aangeschoten, zouden ze direct met een tweede schot uit hun lijden moeten worden verlost. Nu moeten ze vaak nog minutenlang lijden en worden ze ook meerdere keren gebeten door een hond, terwijl ze nog leven.

De partij wil dat provincie als opdrachtgever de Faunabeheereenheid, die belast is met de uitvoering van schadebestrijding, opdraagt ervoor te zorgen dat dergelijk dierenleed niet meer plaatsvindt. Ook zou de provincie maatregelen moeten nemen tegen jagers als de nekken van ganzen gebroken worden. Sowieso zouden de regels rond de ganzenjacht verder moeten worden aangescherpt om dergelijke misstanden in de toekomst te voorkomen.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Zuid-Holland: ‘De beelden van Animal Rights zijn echt afschuwelijk om te zien. Mijn partij is sowieso tegen de jacht en het doden van dieren vanuit het oogpunt van schadebestrijding. Maar als er dan toch op dieren wordt geschoten, verlos ze dan zo snel mogelijk uit hun lijden. Zoals er nu met die ganzen wordt omgegaan, gaat echt alle perken te buiten en dit moet stoppen!’

zaterdag 3 juni 2017

Verbied drones boven natuurgebieden

Het komt steeds vaker voor dat er met drones wordt gevlogen in en boven natuurgebieden. Dat zorgt voor verstoring van vogels en andere dieren. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland wil daarom dat er een  verbod op drones wordt ingesteld in natuurgebieden en zeker Natura 2000-gebieden.

Eigenaren van drones laten hun onbemande, op afstand bestuurde vliegtuigjes vaak boven natuurgebieden vliegen om filmpjes te maken. Zij hebben echter niet in de gaten dat zij daarmee de vogels en andere dieren in die gebieden verstoren. Beheerders van natuurgebieden kunnen daar weinig tegen doen omdat er geen of onvoldoende regels zijn en omdat er vaak geen direct aantoonbaar gevaar dreigt voor het doel – natuurbehoud – waarvoor zo’n gebied is aangewezen.

Om te voorkomen dat iedereen zijn gang kan gaan met drones in natuurgebieden, pleit de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland voor een verbod op het vliegen met drones in Natura 2000- en andere natuurgebieden. Dit verbod kan door het Rijk worden ingesteld. Daarom zou het provinciebestuur bij de rijksoverheid moeten aandringen op een verbod op het vliegen met drones in natuurgebieden in Zuid-Holland.

De provincies Zeeland en Noord-Holland hebben verder aanvullende provinciale regels over het gebruik van drones opgesteld. De Partij voor de Dieren wil dat Zuid-Holland dit ook gaat doen.
Verder stelt de Partij voor de Dieren voor om drone-eigenaren te informeren over de (toekomstige) regels rondom het dronegebruik en hen ook te wijzen op de risico’s die deze vliegtuigjes vormen voor het verstoren van de natuur.

donderdag 16 februari 2017

Provincie moet strenger toezien op natuurbeheer door boeren

Den Haag, 15 februari 2017 – De Partij voor de Dieren en de Pvdin Zuid-Holland vinden dat de provincie veel strenger moet toezien op het natuurbeheer door boeren. De provincie geeft tientallen miljoenen euro’s subsidiegeld uit aan agrarisch natuurbeheer, zonder dat de natuur er substantieel op vooruit gaat.

De provincie Zuid-Holland is eigenaar van een aantal veenweidegebieden annex natuurgronden in de Krimpenerwaard. Ze zijn belangrijk als leefgebied voor weidevogels. Zuid-Holland heeft zich verplicht om zich in te zetten voor verbetering van de natuur in Zuid-Holland en doet dat hoofdzakelijk via agrarisch natuurbeheer.  Dit beheer richt zich voornamelijk op verbetering van de natuur in de veenweidegebieden,  en dan vooral op de verbetering van de weidevogelstand, want deze vogels worden ernstig in hun voortbestaan bedreigd.

De provincie verpacht de veenweidegebieden aan de Natuurcoöperatie en het Zuid-Hollands landschap. Die laten op hun beurt de gebieden beheren door een aantal  plaatselijke boeren. Zij moeten er voor zorgen dat de natuur er kwalitatief op vooruit gaat. Daarvan profiteren dan onder meer de weidevogels.

De Partij voor de Dieren en de PvdA in Zuid-Holland hebben echter signalen ontvangen dat de voorwaarden die de genoemde organisaties aan het natuurbeheer verbinden, onderling sterk van elkaar verschillen. Beide partijen hebben daarom over deze kwestie vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten.

Zij willen onder meer weten welke eisen de provincie aan de Natuurcoöperatie en het Zuid-Hollands Landschap heeft gesteld wat betreft het beheer en gebruik van de veenweidegebieden in de Krimpenerwaard. Te meer omdat de provincie daar vele tientallen miljoenen euro’s subsidiegeld aan uitgeeft.

Zo mogen de boeren de gebieden die als agrarische grond zijn aangewezen, gebruiken en laten meetellen voor de uitstoot van stikstof, afkomstig van de mest uit de veehouderij. Maar zij gebruiken daarvoor ook de gronden die zijn aangewezen als natuurgebied en dat mag niet. Dit laatste gebeurt  in de natuurgebieden die de Natuurcoöperatie pacht en in beheer uitgeeft.

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft geconstateerd dat de uitstoot van stikstof in natuurgebieden daardoor 16 procent hoger is dan volgens de Europese regels mag. De Partij voor de Dieren en de PvdA willen daarom dat de provincie er strenger op gaat toezien dat natuurgebieden ook echt als zodanig worden beheerd en dat bemesting ervan verboden gaat worden.

Tenslotte willen de twee partijen weten of het klopt dat de provincie heeft ingestemd met een proef om 20 hectare in het aangewezen natuurgebied in de Krimpenerwaard te gebruiken voor de teelt van cranberrys. Omdat er hier geen sprake is van agrarisch natuurbeheer, zou de provincie die toestemming moeten terugdraaien.

maandag 13 februari 2017

Provincie eens met Partij voor de Dieren: geen strandhuizen bij Kijkduin

Den Haag, 13 februari 2017 - Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland zijn het eens met de Partij voor de Dieren dat er geen strandhuizen mogen komen in de duinen bij Kijkduin. De gemeente Den Haag had daarvoor een bouwvergunning afgegeven. Maar als het aan de provincie ligt gaat daar een streep door, omdat de huizen in een natuurgebied zouden komen.

De gemeente Den Haag gaf in december een vergunning af voor de bouw van 35 strandhuizen bij Kijkduin. Deze huizen zouden komen te staan op het strand achter een duingebied nabij de zogeheten Zandmotor. De duinen daar zijn echter aangewezen als natuurgebied, als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.

Het besluit van de gemeente gaat volledig voorbij aan de maatschappelijke discussie over kustbebouwing en de bescherming van de kust. Bovendien lijkt het in strijd met het Nationaal Kustpact, waarin onder andere afspraken worden gemaakt over het niet verder bebouwen van de Nederlandse kust. Ook Den Haag is van plan het kustpact te ondertekenen.

De bouwplannen riepen direct veel verzet op van organisaties als 'Bescherm de kust'. Ook voor de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland was de kwestie aanleiding om vragen te stellen aan Gedeputeerde Staten. Volgens de partij is de afgegeven bouwvergunning in strijd met provinciale regels en met het Nationaal Kustpact. De provincie zou daarom de gemeente Den Haag moeten terugfluiten.

Uit de antwoorden van Gedeputeerde Staten blijkt dat de provincie het eens is met de Partij voor de Dieren. De gemeente Den Haag heeft inmiddels een brief gekregen, waarin de provincie aangeeft bezwaar te maken tegen het afgeven van de vergunning voor het bouwen van de strandhuizen in Kijkduin.

De provincie stelt onder meer dat bebouwing op die plek niet mag, omdat het gebied onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland. Ook zou de kustveiligheid in gevaar kunnen komen als er wordt gebouwd in de buurt van de Zandmotor. Die is juist bedoeld om de kust te voorzien van voldoende zand om zo de aangroei van de duinen te bevorderen.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Zuid-Holland: 'Bouwen in een natuurgebied: dat kan natuurlijk niet, ook geen strandhuizen. Het is ook volledig in tegenspraak met de wens van veel mensen om de kust niet verder vol te bouwen. Uitstekend dat de provincie naar aanleiding van onze vragen direct optreedt tegen de gemeente Den Haag'.

donderdag 15 december 2016

Partij voor de Dieren wil betere bescherming natuur in Zuid-Holland

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland wil de natuur in deze provincie beter beschermen. Daardoor kan met name het aantal weidevogels weer toenemen. Ook de afname van het aantal intensieve melkveehouderijen is goed voor de natuur en de gezondheid van mensen.

Het aantal weidevogels gaat nog steeds schrikbarend achteruit. Tachtig procent van de Europese populatie weidevogels als de kievit en de grutto broedt in Nederland, onder meer in Zuid-Holland. Ondanks de investeringen van de provincie om de weidevogelstand te verbeteren, nemen ook hier nemen de aantallen kieviten, tureluurs en scholeksters in snel tempo af.

Eén van de beste gebieden voor weidevogels in Zuid-Holland is de Leenheerenpolder in de Hoeksche Waard. Daar broeden relatief veel grutto’s, graspiepers, kieviten, scholeksters, tureluurs, veldleeuweriken, wulpen en witte kwikstaarten. De Partij voor de Dieren heeft daarom voorgesteld de Leenherenpolder aan te wijzen als belangrijk weidevogelgebied. Dit voorstel kreeg in de Provinciale Staten alleen steun van GroenLinks, Partij van de Arbeid en 50-Plus.

De intensieve (melk)veehouderij is één van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van de natuur in Zuid-Holland. Deze bedrijfstak draagt in ons land voor bijna de helft bij aan de uitstoot van stikstof. Daarvan is ruim de helft afkomstig uit de melkveehouderij. Melkveebedrijven stoten ook veel ammoniak uit, wat nadelige gevolgen heeft voor de natuur en de gezondheid van mensen.

In Zuid-Holland neemt het aantal bedrijven met meer dan 250 of zelfs 500 melkkoeien nog steeds toe. Momenteel zijn er meer dan 300 melkveehouderijbedrijven met meer dan 250 koeien. Alleen al dit jaar zijn er meer dan 200 vergunningen verleend voor uitbreidingen van melkveehouderijen. De Partij voor de Dieren wil daarom dat de melkveehouderij gaat vallen onder de provinciale regels van intensieve veehouderij. Want alleen dan is beperking van de groei van de veestapel mogelijk.

woensdag 16 november 2016

Partij voor de Dieren: minder reclameborden in landschap

Reclameborden ontsieren en verrommelen het landschap. Ook zijn ze storend voor verkeersdeelnemers en hebben ze nadelige effecten op nachtdieren als vleermuizen. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland wil daarom dat het aantal reclameborden langs de openbare weg wordt teruggeschroefd.

Tot enkele jaren geleden waren uit oogpunt van verkeersveiligheid reclame-uitingen langs de openbare weg in Zuid-Holland grotendeels verboden. Op grond van de provinciale landschapsregeling golden er strenge regels voor het plaatsen van reclameborden langs de weg en in het landschap.

De Verordening Ruimte uit 2013 is op dat punt veel minder streng. Dat heeft geleid tot de plaatsing van meer reclameborden langs provinciale wegen, al is niet duidelijk om hoeveel borden het inmiddels gaat. Reclameborden kunnen verkeersdeelnemers afleiden en mogelijk meer verkeersongelukken veroorzaken. Ook kunnen grote moderne reclameborden, zoals led-schermen, nadelige effecten hebben op het dag- en nachtritme van flora en fauna, zoals vleermuizen.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland heeft Gedeputeerde Staten daarom in een motie gevraagd onderzoek te doen naar het aantal reclameborden langs de wegen in Zuid-Holland en de mogelijk nadelige effecten daarvan. Deze motie kon rekenen op steun van een ruime meerderheid in de Provinciale Staten.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Zuid-Holland: ‘Het is onduidelijk hoe de plaatsing van reclameborden langs wegen en in buitengebieden zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. We willen dat er in de Verordening Ruimte weer strengere regels worden opgenomen over de aanwezigheid van reclameborden in het landschap en langs wegen’.

zaterdag 24 september 2016

Geen megavarkensstal in open landschap Groene Hart

De provincie Zuid-Holland wil een ontheffing verlenen voor de bouw van een megavarkensstal in het open landschap van het Groene Hart in Woubrugge, gemeente Kaag en Braassem. De Partij voor de Dieren is hier fel op tegen en heeft het onderwerp op de agenda van Provinciale Staten gezet.

De vestiging van een megavarkensstal is afgelopen week besproken in de commissievergadering van Provinciale Staten. Behalve de Partij voor de Dieren en GroenLinks waren alle andere partijen voor de vestiging van de intensieve veehouderij. De Partij voor de Dieren vindt dit onbegrijpelijk.

Het open landschap en het Groene Hart worden alom, ook door de provincie, aangeprezen als icoon van Zuid-Holland. Het is een uniek en waardevol veenweidelandschap. De Provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit streeft onder andere behoud van openheid van het landschap en instandhouding en ontwikkeling na van de bijzondere natuurwaarden in het Groene Hart. Met de vestiging van een intensieve varkenshouderij midden in het open en groene landschap wordt dit uitgangspunt ernstig geschonden.

Dierenwelzijn
Het gaat hier om een uitbreiding van 1160 naar 3693 varkens, een groei van 218 procent! Als argument wordt aangegeven dat bij schaalvergroting in de veehouderij het dierenwelzijn wordt verbeterd. Dit is echter niet het geval. Bij het massaal houden van dieren is de kans op de uitbraak van dierziekten veel groter, met veel dierenleed als alle dieren moeten worden afgemaakt vanwege de economische belangen. Voorbeelden zijn er te over: varkenspest, MKZ, Vogelgriep en Q-koorts. Bovendien kunnen de dieren niet hun natuurlijk gedrag vertonen en moeten staarten en tanden worden afgeknipt om verwondingen te voorkomen, omdat er te veel dieren bij elkaar zitten.

Volksgezondheid
De vestiging van de megavarkenshouderij vormt eveneens een groot gevaar voor de volksgezondheid. Het leidt tot een toename in uitstoot van geur, ammoniak, fijnstof en levende organismen die een infectie, allergie of vergiftiging kunnen veroorzaken. Dit kan bij omwonenden leiden tot gezondheidsklachten, zoals luchtweginfecties, hoofdpijn, vermoeidheid en het optreden van stressgerelateerde gezondheidsklachten, zoals depressie en verminderde kwaliteit van leven. Wetenschappelijk is bewezen dat meer dan 50 procent van de varkens is besmet met het ook voor de mens uiterst gevaarlijke Hepatitis E.

Paarden
In de nabije omgeving zijn veel paarden gehuisvest. Vestiging van een megavarkensstal vormt een groot gevaar voor paarden, die kunnen worden besmet met de varkensziekte  Ileitis. Dit is de meest verspreide darmziekte binnen de intensieve varkenshouderij in Europa. Negentig procent van de Europese varkensbedrijven is besmet met deze bacterie.  Het gebeurt steeds vaker dat paarden deze ziekte in de buurt van varkenshouderijen oplopen.

Fractievoorzitter Carla van Viegen van de Partij voor de Dieren in Provinciale Staten van Zuid-Holland: “In het belang van onze leefomgeving, de volksgezondheid en dierenwelzijn, voor nu en in de toekomst, moeten we toe naar vermindering van de veestapel en een kleinschalige biologische veehouderij. Daar kunnen dieren hun natuurlijk gedrag vertonen en zijn ze vrij van pijn en stress.”

vrijdag 5 augustus 2016

Partij voor de Dieren: stop afschieten van huismussen

De provincie Zuid-Holland heeft een kweker in Wateringen een vergunning verleend om huismussen te doden in zijn kas. Deze vogelsoort staat nota bene op de lijst van bedreigde diersoorten. De Partij voor de Dieren wil dan ook dat de provincie de vergunning onmiddellijk intrekt.

Een kweker van puntpaprika’s in Wateringen heeft van de provincie Zuid-Holland een ontheffing gekregen om huismussen te doden die in zijn kas vliegen. De mussen zouden schade aanrichten aan de paprika’s door ervan te eten. De vergunning is drie maanden geleden al verleend, maar is pas zeer recent gepubliceerd.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland heeft vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten over deze gang van zaken. De partij wijst er op dat de huismus op de Rode Lijst staat van bedreigde Nederlandse broedvogels. Alleen al daarom is het vreemd dat de provincie toestaat dat de vogeltjes mogen worden afgeschoten. Ook is er geen maximum gesteld aan het aantal huismussen dat mag worden gedood.

Verder vraagt de Partij voor de Dieren zich af of er wel eerst andere niet-dodelijke maatregelen zijn uitgeprobeerd om de huismussen te weren uit de kas. Zo bestaat er bijvoorbeeld een huismussenalarm, een geluid dat de vogels maken bij dreigend gevaar. Ook het aanbrengen van zogeheten luchtgordijnen of het simpelweg goed afdekken van de kratten met paprika’s kan al afdoende zijn. Daar komt bij dat de puntpaprika geen gangbaar voedsel is voor huismussen. Al kan voedselschaarste reden zijn dat ze er toch van eten. De overlast kan dan worden beperkt door geschikt voedsel in de nabije omgeving aan te bieden.

Sowieso moet er sprake moet zijn van belangrijke schade en moet die voldoende zijn aangetoond, voordat er een ontheffing mag worden verleend. De partij wil daarom weten voor welk bedrag er schade is aangericht, wat voor schade dat is en hoe de kweker dat heeft aangetoond. Verder is een gemeente verplicht onderzoek te doen naar onder meer de aanwezigheid en grootte van mussenkolonies, voordat de provincie überhaupt een afschotvergunning mag verlenen. Het lijkt er op dat dit onderzoek niet is uitgevoerd.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Zuid-Holland: ‘We hebben vernomen dat de kweker de mussen juist de kas in lokt met voedsel. En als de mussen in de kas zitten, sluit hij de ramen en kunnen de vogels er niet meer uit. Dan wordt de schade uitgelokt.We willen weten of dit waar is. Bovendien is het schieten met een luchtdrukgeweer in een glazen kas bijna onmogelijk zonder andere schade te veroorzaken. Vanwege al deze tekortkomingen en bezwaren wil de Partij voor de Dieren dan ook dat de provincie de vergunning met onmiddellijke ingang intrekt’.


vrijdag 1 juli 2016

Provincie: Meer bloem- en kruidenrijk grasland

De provincie Zuid-Holland gaat een eerste aanzet geven voor meer bloem- en kruidenrijk grasland. Een voorstel hiertoe van de Partij voor de Dieren is tijdens de vergadering van Provinciale Staten van 29 juni met brede steun aangenomen.

 Bloem- en kruidenrijk grasland heeft veel voordelen. Het leidt tot meer insecten en weidevogels, een betere waterkwaliteit en een betere biodiversiteit. Het bevordert bovendien een betere bodem met een lagere zuurgraad en heeft minder bemesting nodig. Het zorgt daarnaast voor gezondere koeien met een hogere weerstand en kwalitatief betere melk. Maar ook leiden bloem- en kruidenrijke weides tot een aantrekkelijker en mooier landschap voor toeristen en recreanten.


 “Slechts één procent van het huidige grasland is nog maar bloem- en kruidenrijk.” aldus Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland, “Het Zuid-Hollandse weidelandschap bestaat grotendeels uit groene woestijnen van enkel Engels raaigras, waardoor weidevogels zeer weinig voedsel en slechte levenskansen hebben.” In het voorstel heeft de Partij voor de Dieren verzocht om in samenwerking met de Wageningen Universiteit en het Veenweide Innovatie Centrum in 2016 een symposium te organiseren over bloem- en kruidenrijk grasland, waarbij agrariërs worden uitgenodigd, (innovatieve) kennis en ervaring wordt gedeeld en het economische belang voor boeren hiervan helder wordt uiteengezet. Van Viegen stelt: “We zijn heel blij met de provinciale inzet voor meer insecten-, bloem- en kruidenrijk grasland. Het is een win-win situatie voor zowel agrariërs, diergezondheid als natuur.”

De melkopbrengst is mogelijk iets lager bij bloem- en kruidenrijk grasland, maar ter compensatie blijven koeien gezonder en zijn er veel minder ziektekosten en medicijngebruik. De aanpak en inpassing van extensief kruidenrijke graslanden in de bedrijfsvoering verdient daarom extra aandacht. Het is van belang dat agrariërs hierover goed worden geïnformeerd met de vraag: ‘what’s in it for me. Met het symposium dat georganiseerd gaat worden, wordt hieraan een positieve impuls gegeven.

zaterdag 26 maart 2016

PARTIJ VOOR DE DIEREN PROTESTEERT 26 MAART TEGEN GROOTSCHALIGE BOMENKAP NOORD AA ZOETERMEER

ZOETERMEER, 26 MAART 2016 – DE PARTIJ VOOR DE DIEREN PROTESTEERT ZATERDAG TEGEN DE PLANNEN VAN B&W OM HONDERDEN BOMEN TE KAPPEN BIJ HET NOORD AA. DE BOMEN WORDEN ONDER MEER GEVELD OM RUIMTE TE MAKEN VOOR EXTRA PARKEERPLAATSEN. EERSTE KAMERLID CHRISTINE TEUNISSEN ZAL SAMEN MET ZOETERMEERSE PVDD-LEDEN PROTESTBORDEN PLAATSEN EN HET RECREËRENDE PUBLIEK ATTENDEREN OP DE VOORGENOMEN KAP. DE PARTIJ VOOR DE DIEREN VINDT DAT HET STADSBESTUUR VEEL TE GEMAKKELIJK TOT KAP OVERGAAT EN VREEST DAT DAARMEE DE NATUURWAARDE VAN HET BOSRIJKE GEBIED STERK AFNEEMT. 

 Aan de noordkant van de waterloop wil de gemeente 103 bomen kappen. Daarnaast zouden bij een van de restaurants tientallen eiken moeten wijken om plaats te maken voor extra parkeerplekken en worden nog eens tientallen bomen gekapt om meer ruimte tussen de bomen te creëren. 

Er komen aanzienlijk minder jonge bomen op deze plekken terug. Bovendien leiden de vernieuwingsplannen voor het Noord Aa -strand en het -landschap tot meer drukte, wat de ecologie in het gebied verder dreigt aan te tasten. Bomen hebben een grote natuurwaarde en zijn onze groene longen: ze leveren zuurstof en vangen CO2 op. Hoe ouder en groter bomen zijn, hoe meer ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. 

Christine Teunissen, Eerste Kamerlid voor de Partij voor de Dieren: "ik ben in deze omgeving opgegroeid en in de afgelopen twintig jaar is het bos rond het Noord Aa steeds rijker geworden qua verschillende plant- en diersoorten. Als de plannen doorgaan, verdwijnt veel van dit bosrijke gebied. Bij ontwikkeling zou de gemeente het behoud van waardevolle bestaande bomen als uitgangspunt moeten nemen. Inventariseer wat er is en kijk dan naar de financiering van het onderhoud, met behoud en versterking van de bestaande kwaliteiten.”__ 

 De Partij voor de Dieren vindt dat de gemeente Zoetermeer in andere delen van de stad ook te snel overgaat tot bomenkap. In Seghwaert staan bijvoorbeeld honderden bomen op de kaplijst van de gemeente. Teunissen: “bomen hebben een grote waarde van zichzelf, maar zijn ook van enorm belang voor een fijne leefomgeving. Zo vangen ze fijnstof op en helpen tegen wateroverlast, wat hard nodig is in deze tijd van klimaatverandering. We moeten zuinig op ze zijn, ook in het belang van toekomstige generaties.”

vrijdag 11 maart 2016

Deskundigen: Tijdelijk stopzetten van de jacht op de wilde eend noodzakelijk

Den Haag – Stop de jacht op de wilde eend. Die oproep doet de Partij voor de Dieren aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. De populatie wilde eenden is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Zo lang de oorzaak daarvan niet duidelijk is, zou er niet meer op de eenden moeten worden gejaagd.

Uit recent onderzoek van Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland (SOVON) en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) blijkt dat de populatie wilde eenden in Nederland de afgelopen jaren sterk is afgenomen. In het jaar 2000 werden er in ons land nog ruim 500.000 broedparen geteld. Dit jaar zijn dat er twintig procent minder en er lijkt geen einde aan de daling te komen. Bovendien overwinteren steeds minder wilde eenden in ons land.

Die dalende trend houdt voorlopig nog aan, is de verwachting. De precieze reden daarvan is onbekend. Na de zomer geven de onderzoeksinstituten daar meer duidelijkheid over. Natuurmonumenten en de Vogelbescherming hebben staatssecretaris Van Dam (Natuur) al opgeroepen de jacht op de wilde eend op te schorten. Nu is deze soort vrij bejaagbaar in Nederland.

Volgens deskundigen is het tijdelijk stopzetten van de jacht noodzakelijk. Bovendien richten wilde eenden nagenoeg geen schade of overlast aan in ons land. Toch heeft de provincie Zuid-Holland vorig jaar zomer voor de maximale periode van vijf jaar een ontheffing verleend om wilde eenden te doden in verband met schadebestrijding

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland maakt zich zorgen over de stand van de wilde eend. Nu het slecht gaat met de soort, zoals uit onderzoek blijkt, zou de jacht in elk geval tijdelijk moeten worden gestaakt. Te meer omdat ze nauwelijks schade aanrichten. In heel Zuid-Holland bedroeg de getaxeerde schade in de afgelopen drie jaar (!) door wilde eenden 2889,40 euro en de uitkering voor schade slechts 2354,60 euro.

Fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland Carla van Viegen: “De zeer geringe schade rechtvaardigt het doden van wilde eenden uit oogpunt van schadebestrijding dus absoluut niet. We vragen daarom aan het provinciebestuur van Zuid-Holland om de ontheffing om op wilde eenden te mogen jagen uit voorzorg direct in te trekken, tot dat duidelijk is wat de oorzaak is van de enorme teruggang van de stand van de wilde eend.”

Ook in de Tweede Kamer heeft de Partij voor de Dieren vragen gesteld om de hobbyacht op de wilde eend stop te zetten.

vrijdag 26 februari 2016

Stop de wrede jacht op knobbelzwanen in Zuid-Holland

Den Haag, 26 februari 2016 – De Partij voor de Dieren wil dat de wrede jacht op knobbelzwanen in Zuid-Holland onmiddellijk stopt. De dieren worden neergeschoten en vervolgens ernstig mishandeld. De knobbelzwanen worden bejaagd omdat ze schade zouden veroorzaken aan gewassen, maar daar is amper sprake van. De jacht op deze dieren dient dus geen enkel doel, maar veroorzaakt wel veel dierenleed, zoals onlangs in een tv-reportage te zien was.

In het tv-programma Eén vandaag van woensdag 24 februari werden schokkende beelden getoond van ernstige mishandeling van knobbelzwanen in de Zuid-Hollandse Krimpenerwaard. De provincie Zuid-Holland heeft een afschotontheffing verleend om de knobbelzwanen te doden. Maar dat mag alleen als er geen andere oplossing is en de zwanen aantoonbaar ernstige schade aanrichten aan gewassen.

Naar aanleiding van de uitzending werd de Provinciale Statenfractie van de Partij voor de Dieren bedolven onder verontwaardigde reacties en ook massaal gevraagd dit dierenleed aan de kaak te stellen. Inmiddels zijn het Openbaar Ministerie en de politie een onderzoek begonnen naar deze ernstige vorm van dierenmishandeling. De Partij voor de Dieren gaat er komende week mondelinge vragen over stellen in de vergadering van Provinciale Staten.

Volgens de partij staat in het Zuid-Hollandse ‘Faunabeheerplan knobbelzwaan’ niets over preventieve middelen om deze dieren te verjagen en aanvullende voorwaarden. Dit terwijl ervaringen in de provincie Groningen aantonen dat het verjagen met akoestische of visuele middelen net zo effectief is als afschot. En in de provincie Utrecht mogen knobbelzwanen alleen worden afgeschoten als er eerst minstens twee preventieve maatregelen zijn ingezet en alleen bij groepjes van vijftien of meer knobbelzwanen. In Noord-Holland wordt als extra voorwaarde in de ontheffing gesteld dat onnodig lijden voorkomen dient te worden.

In Zuid-Holland mogen knobbelzwanen direct onbeperkt worden afgeschoten, ongeacht of er sprake is van schade. De Partij voor de Dieren wil daarom dat ook in Zuid-Holland strenge voorwaarden worden gesteld aan het uitgeven van een afschotontheffing. Die zou alleen mogen worden verleend bij aantoonbare belangrijke schade aan gewassen.

Verder is gebleken dat de veertien jagers die toestemming hebben om onbeperkt knobbelzwanen af te schieten in de Krimpenerwaard, hun afschotontheffing ook ‘doorschrijven’ aan andere jagers of gasten. Ooggetuigen hebben gezien dat er alleen al in Stolwijk op zaterdagen vaak zo’n 50 jagers actief zijn.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Zuid-Holland: ‘Er moet onmiddellijk een einde komen aan de wrede zwanenjacht. Te meer omdat uit overzichten van het Faunafonds blijkt dat in de jaren 2012 - 2015 er geen enkele keer schade is gemeld door knobbelzwanen in de Krimpenerwaard. Het in onbegrijpelijk dat juist daar zo veel zwanen worden gedood’.

De zwanen worden na te zijn neergeschoten verminkt door honden, blijkt onder meer uit beeldopnamen. Jagers breken vervolgens de nek van de zwanen. Dat is vergelijkbaar met het breken van de nek van een hond van 15 tot 25 kg. De dieren zijn dan niet in  één keer dood en lijden daardoor ondraaglijk en het is niet toegestaan.

Verder worden ook veel jonge zwanen en broedparen, inclusief hun jongen, afgeschoten. Van de weinige broedende zwanen die er nu nog over zijn wordt de partnerzwaan gedood. Dan is er geen bestaand broedpaar meer, omdat zwanen monogame dieren zijn die hun leven lang bij elkaar blijven.

De Partij voor de Dieren gaat ook vragen stellen over het commercieel uitbaten van beschermde soorten zoals de knobbelzwaan. Van Viegen: ‘Er worden onder meer slagpennen verkocht als schrijfgerei, net als het dons en de veren. Het vlees wordt verkocht als hondenvoer. De eieren worden uitgebroed en er worden levende zwanen voor rond de 2000 euro per stuk verkocht aan het buitenland. Dit levert de jagers en tussenhandelaren veel geld op’.

Tenslotte wil de partij weten hoe het zit met het toezicht op de jacht. Want van de zeven bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid schijnt er maar één BOA op zaterdagen dienst te hebben. De partij pleit daarom voor meer en strengere controles op de jacht zelf, op het aantal gedode zwanen en wat er verder met de zwanen gebeurt.

dinsdag 16 februari 2016

Provincie moet zorgvuldiger zijn bij afgeven ontheffingen Flora- en faunawet

De provincie verleent regelmatig op basis van verkeerde of onvoldoende informatie ontheffing van de Flora- en faunawet om dieren te verjagen of doden. De rechter heeft daarom onlangs de ontheffing om in Zuid-Holland smienten af te schieten geschorst. De Partij voor de Dieren vindt dan ook dat de provincie veel zorgvuldiger te werk moet gaan bij beslissingen over het afschieten van dieren.

De provincie Zuid-Holland verleende november 2015 aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland een ontheffing voor het verjagen en doden van smienten met alle toegestane middelen. Smienten zijn eenden die in Noord-Scandinavië broeden. In de winter verblijven ze in Nederland, vooral in Noord- en Zuid-Holland. De vogels grazen in de winter gras dat ook voor koeien is bedoeld. Boeren kunnen daardoor schade ondervinden, die gecompenseerd wordt uit het Faunafonds

Vogelbescherming Nederland stapte naar de rechter om bezwaar te maken tegen dit besluit. De rechter stelde Vogelbescherming eind januari in het gelijk. Volgens de rechter stelde de provincie het aantal smienten in Zuid-Holland veel te rooskleurig voor. Uit gegevens van Sovon Vogelonderzoek Nederland blijkt namelijk dat er in Zuid-Holland sprake is van een afname van smienten. De provincie had volgens de rechter ook niet afdoende aangetoond dat er daadwerkelijk schade dreigt in die gebieden waar afschot werd toegestaan.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland vraagt zich dan ook af op basis van welke gegevens Gedeputeerde Staten tot de conclusie zijn gekomen dat er sprake is van een concrete dreiging van directe schade in Zuid-Holland. Ook vindt de partij het vreemd dat de provincie in de ontheffing aangeeft dat de populatie smienten door afschot niet zal afnemen. Dit terwijl uit onderzoek van onder meer Sovon juist is gebleken dat het aantal smienten sinds 2002/2003 sterk is afgenomen. De partij vraagt de provincie hoe zij dit verschil van inzicht tussen Gedeputeerde Staten en de Vogelbescherming verklaart.

De provincie moet nu een besluit nemen over de bezwaren van Vogelbescherming tegen het afschot. De rechtbank heeft de ontheffing geschorst tot 6 weken nadat de provincie dit besluit heeft genomen. De Partij voor de Dieren maakt zich echter zorgen over ontheffingen die op basis van verkeerde informatie worden verleend. Ze wil daarom van Gedeputeerde Staten weten op welke manier het faunabeleid wordt aangepast om ervoor te zorgen dat voortaan zorgvuldiger wordt bekeken of er wel of geen ontheffing op grond van de Flora- en faunawet wordt verleend.

dinsdag 26 januari 2016

PvdD: Verhandelen afgeschoten knobbelzwanen in Zuid-Holland in strijd met de wet

Een jager, die dieren doodt op basis van een ontheffing die is afgegeven aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland, heeft afgeschoten knobbelzwanen verkocht aan een restaurant in het Utrechtse Cothen. Het is in Zuid-Holland echter verboden om deze dieren te kopen of te verkopen. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland wil daarom dat Gedeputeerde Staten optreden tegen de Faunabeheereenheid.

 De provincie heeft in november 2013 een ontheffing verleend aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland om tot 31 mei 2018 in heel Zuid-Holland knobbelzwanen te mogen doden. Dit is gedaan omdat de zwanen schade zouden veroorzaken aan landbouwgewassen en de verkeersveiligheid in gevaar zouden brengen, ook langs fietspaden. Volgens de Flora- en faunawet is het echter verboden om beschermde inheemse diersoorten, zoals de knobbelzwaan, onder andere te kopen, te verkopen, in voorraad te hebben of te vervoeren voor commercieel gewin. Restaurant ‘De Pronckheer’ in Cothen, provincie Utrecht, heeft beschermde knobbelzwanen op het menu staan. De zwanen zouden onder andere afkomstig zijn uit Zuid-Holland.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland heeft daarom vragen gesteld over deze gang van zaken. Ze wil van Gedeputeerde Staten weten of die ermee bekend zijn dat een beschermde diersoort op de menukaart van het restaurant in Cothen staan en dat een jager uit Zuid-Holland die zwanen aan dit restaurant heeft verkocht. Ook vraagt de partij het provinciebestuur op te treden tegen de jager, dan wel de Faunabeheereenheid, die heeft gehandeld in de gedode knobbelzwanen. Het is in Zuid-Holland immers verboden deze dieren te kopen of te verkopen. Verder wil de Partij voor de Dieren van Gedeputeerde Staten horen hoe zij staan tegenover het promoten van het eten van wild door de provincie als dat in strijd met de wet gebeurt.

Fractievoorzitter Carla van Viegen: ‘De Partij voor de Dieren wil niet dat mensen financieel voordeel halen uit het doden van wilde dieren, die worden gedood in verband met overlast en schade. Zogenaamd omdat er schade is, worden dieren dan afgeschoten. Dat mogen we niet toestaan. Daarom willen we dat de provincie de jacht op knobbelzwanen gaat verbieden’.

donderdag 5 maart 2015

PvdD verklaart Zuid-Holland jachtvrij : 300.000 wilde dieren door provincie vermoord

Op maandag 9 maart zal partijleider in de Tweede Kamer, Marianne Thieme, samen met lijsttrekker van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland, Carla van Viegen, symbolisch de provincie Zuid-Holland jachtvrij verklaren.

Tweede Kamerfractievoorzitter Marianne Thieme en lijsttrekker van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland zullen in een gezamenlijke actie op 9 maart de provincie Zuid-Holland jachtvrij verklaren. De jachtvrijverklaring vindt plaats langs de provinciale weg N458 tussen Woerden en Bodegraven, daar waar het welkomstbord van de provincie Zuid-Holland staat.

De Partij voor de Dieren wil hiermee een statement maken tegen massale en wrede doding van meer dan 300.000 wilde dieren in onze provincie in de afgelopen vier jaar, waaronder alleen al meer dan 150.000 ganzen, 7000 knobbelzwanen, ongeveer 2000 damherten en reeën, meer dan 30.000 konijnen en eenden en ruim 30.000 meeuwen.

Tegelijkertijd pleit de partij voor volledige afschaffing van het voor de lol doden van dieren en een diervriendelijke aanpak van overlast door wilde dieren.

donderdag 13 november 2014

Provincie Zuid-Holland moet otter beter beschermen

De provincie Zuid-Holland moet extra maatregelen nemen om de otter te beschermen. Deze zeldzame dieren zijn dit jaar gesignaleerd In de Nieuwkoopse Plassen. Onlangs besliste het gerechtshof in Den Haag dat de overheid de otter beter moet beschermen tegen het verkeer. De Partij voor de Dieren vindt dat ook de provincie Zuid-Holland daar werk van moet maken.

De laatste Nederlandse otter werd in 1988 doodgereden en kreeg daarmee de status uitgestorven. In 2002 werd actie ondernomen om de dieren weer te herintroduceren in de Nederlandse natuur. Het aantal neemt weer langzaam toe en heden ten dage zouden er circa 100 otters in Nederland moeten leven.

Vorig jaar zijn er echter 20 otters doodgereden en dit jaar al 30. Eén derde van alle otters is dus al ten prooi gevallen aan het verkeer. Onlangs besliste het gerechtshof in Den Haag dan ook dat de oversteekplaatsen voor deze dieren veiliger moeten worden gemaakt om ze beter te beschermen tegen het verkeer. Het gaat dan om richels onder bruggen en tunnels onder wegen, zodat de otter veilig kan oversteken.

Ook in de Nieuwkoopse plassen zijn dit jaar twee otters gesignaleerd: de eerste levende otters in de provincie Zuid-Holland sinds 40 jaar. Helaas zijn er ook al een aantal doodgereden otters gevonden niet ver van dit natuurgebied. De grotere natuurgebieden in het Groene Hart, zoals de Nieuwkoopse en Reeuwijkse Plassen, vormen een goed leefgebied voor de otter, maar deze gebieden zijn ook erg gevaarlijk vanwege het dichte wegennet. Natuurmonumenten is inmiddels een actie begonnen om de otter in Zuid-Holland beter te beschermen. Daarvoor moeten de provincie en de gemeenten snel (verkeers)maatregelen nemen.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland vraagt Gedeputeerde Staten daarom om snel in actie te komen. Ze vindt dat ook de provincie gehoor moet geven aan de rechterlijke uitspraak om de otter te beschermen. De partij wil weten welke maatregelen de provincie gaat nemen en wanneer dat gaat gebeuren. Ook is de Partij voor de Dieren benieuwd wat Gedeputeerde Staten vinden van de terugkeer van de otter in Zuid-Holland.

Fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren Carla van Viegen: “We vinden dat er een provinciaal otterbeschermingsplan moet komen, zodat er een totaaloverzicht komt van welke maatregelen nodig zijn op welke plekken. Er moeten snel goede ottertunnels komen onder de Uitweg in Nieuwkoop en onder de A12. Naast het verkeersgevaar vormen vooral visfuiken en muskusrattenvallen een grote bedreiging voor de otter en hiertegen moeten snel maatregelen genomen worden.”

dinsdag 3 juni 2014

Partij voor de Dieren en SP: massale afschot reeën in Zuid-Holland onbegrijpelijk

 De komende vijf jaar mogen er in Zuid-Holland ruim 1800 reeën worden afgeschoten: elk jaar minstens 367. Het provinciebestuur heeft hiervoor toestemming gegeven vanwege de schade die de dieren zouden aanrichten en vanwege gevaar voor de verkeersveiligheid. Maar daarvan is de afgelopen drie jaar amper sprake geweest. De Partij voor de Dieren en de SP in Zuid-Holland vinden het massaal afschieten van de reeën dan ook onnodig en onbegrijpelijk!

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben eind vorig jaar ontheffing verleend van de Flora- en faunawet om de komende vijf jaar jaarlijks minimaal 367 reeën te doden. Het gaat om reeën in diverse natuurgebieden op of in Goeree Overflakkee, Voorne, Hoeksche Waard, Vijfheerenlanden, het Eiland van Dordrecht, de Hollandse Biesbosch en duingebieden tussen Den Haag tot aan de grens met Noord-Holland. Het gaat zowel om volwassen bokken en geiten als kalveren.

Reeën leveren een belangrijke bijdrage aan de (beleving van de) natuur en natuurlijke begrazing. Dit draagt weer bij aan de biodiversiteit. Hoe meer dieren- en plantensoorten in een gebied, hoe beter de voedselketen functioneert en hoe stabieler het systeem is.

De Partij voor de Dieren en de SP in Zuid-Holland maken zich dan ook grote zorgen over het enorme aantal reeën dat in Zuid-Holland mag worden afgeschoten in verhouding tot de populatiegrootte. Zo mogen er in bijvoorbeeld de Hoeksche Waard jaarlijks 50 reeën worden afgeschoten: naar schatting van natuurorganisaties de helft van de populatie ter plekke. De natuurlijke sterfte is hierin niet eens meegerekend.

Dat laatste geldt ook voor onder meer het Eiland van Dordrecht en in de Hollandse Biesbosch. Daar sterven er, onder meer als gevolg van hoog water, in sommige jaren veel meer dieren dan in andere jaren. Om nu al voor vijf jaar afschotaantallen te bepalen vinden de Partij voor de Dieren en de SP een onjuiste beslissing.

Verder blijkt dat het Faunafonds in 2011, 2012 en 2013 in Zuid-Holland niets hoefde uit te keren als gevolg van schade die door reeën is veroorzaakt. Ook zijn bij de politie gegevens over aanrijdingen met reeën in 2013 opgevraagd. Daaruit komt naar voren dat van de 35 aanrijdingen in Zuid-Holland er slechts vier waren met enkel blikschade.

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat vooral het creëren van openheid en overzicht langs de wegen en het invoeren van snelheidsbeperkingen het meest bijdragen aan het bevorderen van de verkeersveiligheid. Afschot maakt de dieren juist schuw en schrikachtig, aldus wetenschappers. Daardoor kunnen ze juist in paniek de weg op lopen en het verkeer extra in gevaar brengen.

De Partij voor de Dieren en de SP willen daarom van het provinciebestuur onder meer weten hoe de reeënstand in Zuid-Holland zich sinds 2011 heeft  ontwikkeld en wat de verwachtingen zijn voor de komende jaren. Ook vragen ze of de provincie bereid is de ontheffing aan te passen als de reeënpopulatie verder is afgenomen.

Verder stellen de Partij voor de Dieren en de SP voor om maatregelen te nemen om aanrijdingen te voorkomen, zoals het plaatsen van rasters, het verbreden van bermen, het verlagen van de maximum snelheid of het plaatsen van waarschuwingsborden op die plaatsen waar reeën voorkomen in plaats  van het doden van reeën.

Omdat de schade aan gewassen door reeën de afgelopen jaren nihil was en het Faunafonds geen schade heeft uitgekeerd, vinden de partijen dat er om die reden geen reeën mogen worden gedood. Bovendien zijn reeën, naast hun intrinsieke waarde,  belangrijk voor de (beleving van de) natuur. Alleen al daarom zou de provincie er alles aan moeten doen om de waarde die deze dieren vertegenwoordigen, zo veel mogelijk te waarborgen.

woensdag 26 februari 2014

Rijksuniversiteit Groningen: Faunafonds inefficiënt

Den Haag, 26 februari 2014 - Wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben in opdracht van de Partij voor de Dieren Zuid-Holland  onderzoek gedaan naar de efficiëntie en effectiviteit van  het huidige Faunafonds. Hun conclusie luidt dat het Faunafonds inefficiënt is omdat er geen rekening wordt gehouden met de maatschappelijke baten van in het wild levende dieren. Het Faunafonds keert in opdracht van de provincies vergoedingen uit aan landbouwers voor schade die in het wild levende dieren veroorzaken.

De maatschappelijke kosten van schadebestrijding door de landbouw zijn hoger dan die van de landbouw alleen, aldus de onderzoekers. Voor het afschieten van dieren betaalt de hele maatschappij de prijs, bijvoorbeeld omdat dieren schuwer en minder zichtbaar zijn. Deze prijs wordt niet meegenomen door het Faunafonds. Dat leidt tot meer jacht.

Het beleid zou volgens de onderzoekers  meer gericht moeten zijn op het voorkómen van schade van in het wild levende dieren aan de landbouw. De economen pleiten in hun rapport ‘De economische aspecten van het Faunafonds in Nederland’ voor structurele oplossingen in plaats van symptoombestrijding op korte termijn. Zij verwijzen naar voorstellen van de Dierenbescherming om schade door ganzen te voorkomen. 

Het eigen risico van 5 procent voor de landbouw is in Nederland erg laag vergeleken met andere landen, zoals Canada. Volgens de onderzoekers is gedeeltelijke vergoeding van de faunaschade aan de landbouw het meest optimaal, omdat een volledige schadevergoeding de faunaschade overschat en de waarde van in het wild levende dieren onderschat. Door gedeeltelijke schadecompensatie ontstaat een aansporing voor de landbouw om zelf beschermingsmaatregelen te nemen. Ook ontstaat een positieve houding tegenover in het wild levende dieren. De Partij voor de Dieren wil het eigen risico daarom verhogen, tot bijvoorbeeld 50 procent.

Verder wijzen de onderzoekers op de mogelijkheid om schade-uitkering afhankelijk te maken van het aantal in het wild levende dieren in plaats van de incidentele schade, zoals in Zweden gebeurt. Dit leidt in Zweden tot een betere bescherming van het aantal dieren. De Partij voor de Dieren wil deze mogelijkheid nader onderzocht zien.

Tenslotte vragen de wetenschappers zich af of dieronvriendelijke maatregelen zouden moeten worden toegestaan. Want deze vraag is vanuit economisch perspectief alleen te beantwoorden als bekend is in welke mate de gemiddelde Nederlander afkeer heeft van deze maatregelen en wat de extra kosten zijn van het nemen van een andere diervriendelijke maatregel. Hiervoor is nader onderzoek nodig.

Per 1 januari 2014 is de verantwoordelijkheid van het Faunafonds overgegaan van het Rijk naar de provincies. In Nederland is de jaarlijkse schade ongeveer 1,5 tot 2 procent van de totale landbouwproductie.
De Partij voor de Dieren heeft het rapport op 26 februari 2014 aangeboden aan de voorzitter van Provinciale Staten in Zuid-Holland, Commissaris van de Koning dhr. Jaap Smit.
(PvdD)

maandag 24 februari 2014

Partij voor de Dieren boos over bomenkap langs N209

Den Haag, 24 februari 2014 – De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland maakt zich boos over het kappen van ruim 300 bomen langs de N209 In Lansingerland. De provincie heeft hiervoor een vergunning afgegeven, maar niet gekeken naar alternatieven om de bomen te sparen. Ook heeft de provincie slechts minimale informatie gegeven over de aanstaande bomenkap.

De provincie Zuid-Holland heeft oktober vorig jaar een vergunning aangevraagd bij de gemeente Lansingerland om ruim driehonderd bomen te kappen langs de N209, de Hoefweg tussen Benthuizen en Lansingerland. De bomen moeten verdwijnen uit oogpunt van verkeersveiligheid. De gemeente Lansingerland heeft de vergunning inmiddels afgegeven.

De kap van de bomen begint binnenkort. Er wordt begonnen met het weghalen van 63 populieren voor de aanleg van een rotonde en een fietstunnel naar het Bentwoud. Later dit jaar zullen er nog eens 239 bomen langs de N209 worden gekapt.

Volgens de provincie moeten bomen minstens 4,5 meter van de wegrand staan voor de veiligheid van automobilisten. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland begrijpt niet waar die afstand op is gebaseerd. Ze vraagt zich af of dit een specifiek Zuid-Hollandse beleidsregel is. Ook vraagt ze zich af welke veiligheidsmaatregelen er zijn genomen op provinciale wegen zonder een obstakelvrije zone van 4,5 meter.

De partij is van mening dat bomen een zeer belangrijke natuurwaarde hebben, ook voor de dieren die in de bomen leven. De provincie zou daarom alles in het werk moeten stellen om de bomen niet te kappen. De PvdD wil daarom van Gedeputeerde Staten weten welke andere mogelijkheden zijn overwogen om de bomen te sparen.

Bomen zijn een stimulans voor verkeersdeelnemers om hun snelheid te beperken. Daardoor vergroten ze de verkeersveiligheid juist, aldus de Partij voor de Dieren. Ze pleit daarom voor het laten staan van de bomen en het nemen van andere maatregelen die de gevaren voor automobilisten beperken, bijvoorbeeld het verlagen van de maximum snelheid ter plekke.

Volgens de provincie compenseert de aanplant van nieuwe bomen in het Bentwoud de kap van de 300 bomen. De Partij voor de Dieren zet vraagtekens bij dat argument. ‘Is de nieuwe aanplant in het Bentwoud ter compensatie van de bomenkap langs de N209 een direct gevolg van de bomenkap, of was die aanplant al gepland? Zo ja, worden er dan  extra bomen ter compensatie aangeplant?’ aldus fractievoorzitter Carla van Viegen

Verder heeft de provincie amper ruchtbaarheid gegeven aan de bomenkap. Er is niet actief om reacties gevraagd op het plan. De Partij voor de Dieren vindt dan ook dat Gedeputeerde Staten bij een dergelijke grootschalige bomenkap de informatieplicht ruimer zou moeten opvatten dan het minimaal wettelijk vereiste. Ook zouden deskundigen  van tevoren om advies moeten worden gevraagd.

NOS NIEUWS

OMROEP WEST

RTL Nieuws