Ouderen met een AOW-uitkering die samenleven maar ieder een eigen (huur)huis
hebben, worden vanaf 1 februari 2014 gezien als niet-samenwonend. Hierdoor
ontvangen zij een hogere AOW-uitkering. De wijziging zorgt er voor dat de
richtlijnen voor AOW-ers die intensief met elkaar optrekken duidelijker worden.
Het wetsvoorstel is vandaag aangeboden aan de Tweede kamer.
Staatssecretaris Klijnsma vindt het van groot belang dat er nu duidelijke
regels zijn: “Ook alleenstaande ouderen die vaak elkaars gezelschap opzoeken
bijvoorbeeld als mantelzorger of om de eenzaamheid te doorbreken houden, als ze
gewoon een eigen woning behouden, de hogere individuele aow-uitkering”. Zo
krijgen ongehuwde AOW-ers die ieder een eigen (huur)woning hebben en daarvoor
kosten maken, voortaan een AOW uitkering van 70% van het minimumloon. En vallen
ze dus niet terug naar 50%. Dat kan per maand enkele honderden euro’s schelen.
De verwachting is dat uiteindelijk 6.000 mensen hiervoor in aanmerking komen.
De huidige regels zijn complex voor AOW-ers en de controle door de SVB is arbeidsintensief. Het nu voorliggende wetsvoorstel zorgt er voor dat de regels eenvoudiger worden en er daardoor meer duidelijkheid komt voor de AOW-ers. De verwachting is dat het wetsvoorstel op 1 mei 2014 in werking kan treden. Vooruitlopend hierop heeft de staatssecretaris de SVB verzocht om al vanaf 1 februari aanstaande te anticiperen op deze maatregel. Dit houdt in dat de SVB deze maatregel in de volle breedte en voor iedereen die daarvoor in aanmerking komt toepast, voorafgaand aan de periode waarop de wet formeel in werking is getreden.
(rijksoverheid.nl)


