Aangepast zoeken
Posts tonen met het label Zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zorg. Alle posts tonen

maandag 25 november 2019

Nederlanders tevreden over zorgverleners

Volwassenen zijn over het algemeen tevreden over hun zorgverleners. Zorgverleners krijgen rapportcijfers rond de 8, waarbij de fysio- of oefentherapeut en tandarts met respectievelijk een 8,1 en 8,0 de hoogste cijfers krijgen. De huisarts en de psycholoog, psychiater of psychotherapeut krijgen een 7,8. Dit blijkt uit het onderzoek Belevingen 2018 van het CBS.

3 procent niet te spreken over fysiotherapeut en tandarts

Niet alle volwassenen die het afgelopen jaar een zorgverlener bezochten zijn hier tevreden over. Zo gaf 3 procent de fysio- of oefentherapeut een onvoldoende (rapportcijfer 5 of lager). De drie meest genoemde redenen hiervoor waren dat de behandeling te weinig of geen resultaat opleverde, dat deze te lang duurde, of dat de therapie niet op hen was afgestemd. Ook de tandarts kreeg van 3 procent een onvoldoende, vooral omdat men niet tevreden was over de behandeling of het resultaat daarvan.

5 procent gaf hun huisarts een onvoldoende. Zij vonden vooral dat de huisarts weinig empathie toonde, niet goed luisterde of hen niet serieus nam. De psycholoog, psychiater of psychotherapeut kreeg de meeste onvoldoendes (8 procent). De meest genoemde redenen voor ontevredenheid zijn dat klachten niet werden opgelost, of dat de zorgverlener te weinig expertise had.

8 op de 10 volwassenen bezocht tandarts

In de Gezondheidsenquête van 2018 gaven 7 op de 10 personen van 18 jaar of ouder aan de huisarts te hebben bezocht in de afgelopen twaalf maanden. De tandarts werd door 8 op de 10 volwassenen bezocht. Het bezoek aan de fysiotherapeut of oefentherapeut was lager (3 op de 10), en 1 op de 10 was bij een psycholoog, psychiater of psychotherapeut geweest.(cbs?

donderdag 17 oktober 2019

Vakbonden kondigen eerste landelijke ziekenhuisstaking ooit aan

Vandaag roepen vakbonden FNV Zorg & Welzijn, FBZ, NU’91 en CNV Zorg & Welzijn op tot een landelijke ‘ziekenhuisstaking’ op 20 november. Dit doen zij vanwege het uitblijven van een goede cao voor 200.000 ziekenhuismedewerkers in Nederland.

Het is de eerste keer in de Nederlandse geschiedenis dat dit gebeurt. De komende tijd zullen de vakbonden met ziekenhuismedewerkers in de actiecomités in gesprek gaan over hun deelname. Zij verwachten dat minimaal de helft van de ziekenhuizen op 20 november hun deuren gaan sluiten voor niet-spoedeisende zaken.

Sinds de gesprekken aan de cao-tafel begin juni zijn beëindigd, hebben sinds juli al 25 ziekenhuizen 24 uur lang zondagsdiensten gedraaid, de ‘stakingsvariant voor ziekenhuizen’. Honderden afdelingen, zoals operatiekamers, radiologie, verpleegafdelingen, facilitaire dienst en laboratoria, sluiten dan 24 uur hun deuren voor niet-spoedeisende zaken.

Vakbonden FNV Zorg & Welzijn, FBZ, NU’91 en CNV Zorg & Welzijn willen een goede cao voor ziekenhuismedewerkers met een goede structurele loonsverhoging van 5% voor 2019 en een extra toeslag op loon wanneer medewerkers last-minute worden opgeroepen om te werken. Ook willen de vakbonden goede afspraken over arbeids- en rusttijden en over instroom en behoud van medewerkers.

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) bood in het laatste informele overleg een eenmalige (naar rato dienstverband) van bruto €1.000,- voor 2019, 4% op 1 jan 2020 en 4% op 1 jan 2021. Dat is een gemiddelde structurele loonsverhoging van 2,8% over de looptijd van 34 maanden. Bovendien wil de NVZ verslechteringen doorvoeren zoals het stoppen met de werkgeversbijdrage van de ziektekostenverzekering; dit kost medewerkers tussen de 200 en 400 euro netto per jaar. Tevens willen zij de loondoorbetaling bij ziekte verlagen van 100% naar 90%.

Er vallen 200.000 medewerkers onder de cao ziekenhuizen. Deze werken verspreid over 83 ziekenhuizen en 30 revalidatiecentra in Nederland. De cao ziekenhuizen verliep op 31 maart 2019.


woensdag 9 oktober 2019

Federatie Medisch Specialisten "Patiëntveiligheid staat onder druk"

Omdat de patiëntveiligheid onder druk staat, pleit de Federatie Medisch Specialisten bij de Tweede Kamer voor een leesbevoegdheid voor medisch specialisten in epd’s van andere instellingen. Dit staat in een brief van de Federatie aan de Kamerleden in aanloop naar het debat over gegevensuitwisseling in de zorg op woensdag 9 oktober. Uit de vorige week gepubliceerde peiling van de Federatie over gegevensuitwisseling blijkt dat 80% van de medisch specialisten vindt dat gebrekkige gegevensuitwisseling de patiëntveiligheid onder druk zet. Daarnaast antwoordde 93% bevestigend op de vraag of het van voordeel kan zijn als medisch specialisten leesbevoegdheid hebben in de epd’s van andere zorginstellingen. 

Als een van de deelnemers van het Informatieberaad Zorg zet De Federatie zich in voor een duurzaam informatiestelsel in de zorg. Het opbouwen van dit stelsel is echter complex en zal de nodige tijd vergen. Ondertussen staat de patiëntveiligheid onder druk door gebrekkige gegevensuitwisseling. Om die reden vraagt de Federatie de Tweede Kamer om de minister te verzoeken of het mogelijk is om op korte termijn leesbevoegdheid te regelen. Parallel aan de opbouw van een duurzaam systeem via het Informatieberaad en de uitwerking van het komende wetsvoorstel van minister Bruins. Marcel Daniëls, voorzitter Federatie Medisch Specialisten: ‘Zonder de gevoeligheden rondom privacy van patiëntgegevens te niet te doen, denken wij dat als medisch specialisten leesbevoegdheid hebben in epd’s van andere zorginstellingen, dit de patiëntveiligheid ten goede zal komen.’

Ruim 450 ingezonden voorbeelden

‘In het digitale tijdperk het niet zo kan zijn dat medisch specialisten voor gegevensuitwisseling afhankelijk zijn van het versturen van faxen en branden van Cd-roms/Dvd’s,’ aldus Daniëls. Toch is dit de dagelijkse praktijk blijkt uit de ruim 450 ingezonden voorbeelden van medisch specialisten werkzaam in algemene en universitaire ziekenhuizen, GGZ-instellingen en zelfstandige klinieken die aan de peiling van de Federatie hebben meegedaan. De gevolgen die medisch specialisten noemen zijn, naast de risico’s voor de patiëntveiligheid zijn: dubbele diagnostiek, tijdverlies, vergroting administratielast en vermindering van het werkplezier. Bovendien wekt het nogal eens ergernis en onbegrip op bij patiënten.

dinsdag 24 september 2019

DSW: premie voor 2020 stijgt met 6 euro tot 118 euro per maand

In 2020 bedraagt de premie van de basisverzekering voor DSW-verzekerden € 118 per maand. Dit betekent een premiestijging van € 6 per maand. De premie van DSW ligt daarmee net onder de verwachting in de Miljoenennota. De premiestijging wordt veroorzaakt door de groei van de zorgkosten en doordat DSW minder ruimte heeft om reserves in te zetten dan vorig jaar. 

Toename van de zorgkosten

De belangrijkste redenen voor de groei van de zorgkosten zijn de oplopende loon- en prijsstijgingen en een toenemend gebruik van dure, vaak innovatieve, specialistische geneesmiddelen. Deze toename is zelfs sterker dan door het ministerie van VWS wordt verwacht.

Minder ruimte om reserves in te zetten

In 2020 kan DSW per premiebetaler vanuit de reserves een bedrag van € 24 op jaarbasis inzetten om de premiestijging te beperken. Dit is € 34 minder dan in 2019 en verklaart bijna € 3 van de premiestijging per maand.

Eigen risico voor DSW-verzekerden blijft € 375

Het eigen risico blijft voor DSW-verzekerden gehandhaafd op € 375 en blijft daarmee € 10 lager dan wettelijk is vastgelegd. De bedoeling van het eigen risico is dat het een remmende werking heeft op onnodige zorg. De hoogte van het eigen risico is ruim voorbij het niveau waarbij hiervan nog echt sprake is. Door een lager eigen risico te hanteren, wil DSW duidelijk maken voorstander te zijn van een eerlijkere verdeling van zorgkosten tussen chronisch zieke en gezonde mensen.

donderdag 12 september 2019

Tweede Kamer, voorkom dat mensen zorg mijden

Donderdag 12 september heeft de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over de eigen bijdragen in de zorg. ANBO heeft deze gelegenheid aangegrepen om de Tweede Kamerleden op te roepen om een debat te starten over de houdbaarheid en betaalbaarheid van de zorg. Zodat wordt voorkomen dat mensen zorg mijden.

Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO: “Nederland heeft een prachtig niveau van gezondheidszorg en langdurige zorg. Maar het is belangrijk dat dit ook zo blijft. En vooral dat mensen ook blijven ervaren dat dit zo is. In de praktijk zien wij dat de kosten stijgen; niet alleen de stapelende zorgkosten maar ook het feit dat de boodschappen duurder zijn geworden en de huur- en energiekosten zijn gestegen. Op het moment dat je beperkingen krijgt of langdurig ziek wordt, kan de stapeling van kosten fors oplopen.”

ANBO wil een debat over drie onderwerpen:

Verlaging zorgpremie, lager eigen risico en afschaffing zorgtoeslag


De zorgpremie is voor sommige mensen erg hoog, zeker als zij ook nog een eigen bijdrage voor medicijnen en hulpmiddelen betalen. Liane den Haan: “Hier ligt een groot risico van zorgmijding; omdat de kosten te hoog zijn, gaan mensen niet meer naar een arts.”

De zorgtoeslag is zijn doel volledig voorbijgeschoten. Ooit ingevoerd om een beperkt aantal verzekerden te compenseren voor de hoge basispremie, inmiddels ontvangt ongeveer 60% van de verzekerden zorgtoeslag. Jaarlijkse uitgave: vijf miljard euro. “Verlagen van de basispremie zodat iedereen die kan betalen, maakt het mogelijk om de zorgtoeslag af te schaffen.”

Stand van zaken zorgval


Mensen die zorg ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) moeten voor die zorg een eigen bijdrage betalen. Liane den Haan: “Ook hier zien wij dat mensen angstig zijn voor de gevolgen van de eigen bijdrage voor hun besteedbaar inkomen. En dan wachten ze te lang met het aanvragen van de zorg.”

Informatievoorziening


Er is veel geld te besparen als de informatievoorziening over de eigen bijdragen aan mensen verbetert. Ook is het belangrijk dat mensen van tevoren weten wat ze aan eigen bijdragen kunnen verwachten gezien hun zorggebruik. En voor mensen met een kleine portemonnee is het goed om te weten dat zij de bijdrage voor het eigen risico gespreid kunnen betalen.

Liane den Haan: “Lang niet iedereen weet voor welke zorg je geen eigen risico verschuldigd is. De overheid en de zorgverzekeraars moeten zich inspannen om deze onbekendheid weg te nemen.”

vrijdag 21 juni 2019

Zorguitgaven stijgen in 2018 met 3,1 procent

In 2018 is 100,0 miljard euro uitgegeven aan zorg en welzijn, 3,0 miljard euro meer dan in 2017. De zorguitgaven groeiden voor het zesde achtereenvolgende jaar minder hard dan de economie. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe, voorlopige cijfers.
De groei van de zorguitgaven in brede zin in 2018 is met 3,1 procent de hoogste na 2010. De zorguitgaven groeiden minder snel dan de economie, waardoor het aandeel van de zorguitgaven in het bbp (in werkelijke prijzen) daalde van 13,2 procent in 2017 naar 12,9 procent in 2018. In 2012 was het aandeel nog 13,9 procent.
Afgebakend volgens internationaal afgesproken richtlijnen, waarbij onder andere de uitgaven voor welzijn en kinderopvang niet worden meegeteld, bedroegen de uitgaven aan gezondheidszorg 76,9 miljard euro, dat is 9,9 procent van het bbp. Het is voor het eerst na 2008 dat dit aandeel onder de 10 procent blijft.
De stijging van de zorguitgaven gaat gepaard met een toename van het aantal mensen dat in de gezondheids- en welzijnszorg (in brede zin) werkt. In het vierde kwartaal van 2018 was het aantal werknemers met een baan in de bedrijfstak zorg en welzijn 38 duizend hoger dan een jaar eerder, een stijging van 3 procent.

Sterke groei van de uitgaven aan kinderopvang, ouderenzorg en huisartsenzorg

Van de zorguitgaven (in brede zin) stegen de uitgaven aan aanbieders van kinderopvang het meest, met 10,1 procent tot 4,2 miljard euro. Het aantal kinderen met kinderopvangtoeslag is in 2018 toegenomen tot 790 duizend, dat zijn er 62 duizend meer dan in 2017. De uitgaven voor maatschappelijke opvang daalden met 14,5 procent. Deze daling kwam vooral door de lagere uitgaven voor opvang van asielzoekers.

De uitgaven aan aanbieders van huisartsenzorg (inclusief multidisciplinaire zorg) stegen met 5,2 procent tot 4,1 miljard euro. Het beleid is er de afgelopen jaren op gericht om de zorg zo dicht mogelijk bij huis te organiseren, zodat mensen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen functioneren. Zo wordt bijvoorbeeld het verschuiven van zorg van de tweede naar de eerste lijn gestimuleerd. Mede als gevolg van deze ontwikkelingen neemt de vraag naar huisartsenzorg toe. In de afspraken die de overheid met de verschillende zorgsectoren maakt over het beteugelen van de zorgkosten, krijgen de aanbieders van huisartsenzorg daarom relatief veel ruimte om te groeien.

De uitgaven aan aanbieders van verpleging en verzorging stegen met 5,7 procent naar 19,0 miljard. Deze relatief sterke groei is mede het gevolg van de extra middelen voor het verbeteren van de zorg in verpleeghuizen. Uitgaven aan aanbieders van medisch-specialistische zorg stegen in 2018 met 2,9 procent tot 27,7 miljard euro. Deze uitgaven aan ziekenhuizen en overige aanbieders, zoals zelfstandige behandelcentra, zijn goed voor 28 procent van de totale zorguitgaven

Per persoon 5 805 euro uitgaven aan zorg

In totaal werd via de overheid, verzekeringen en eigen betalingen in 2018 per persoon gemiddeld 5 805 euro uitgegeven aan zorg. Dat is 140 euro meer dan in 2017. De uitgaven aan zorg worden voor bijna 83 procent gefinancierd uit verplichte verzekeringen (Wet langdurige zorg (20 procent) en Zorgverzekeringswet (44 procent)) en bijdragen van de overheid, waaronder de uitgaven van gemeenten in het kader van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (19 procent). Huishoudens betaalden zelf 10,8 procent aan zorgaanbieders, 5,2 procent via het eigen risico en eigen bijdragen en 5,6 procent direct aan zorgaanbieders. Het gaat dan bijvoorbeeld om de eigen bijdragen voor kinderopvang, mondzorg en betalingen voor geneesmiddelen en therapeutische hulpmiddelen (met name brillen).(cbs)


dinsdag 19 september 2017

Meer tijd en aandacht voor bewoners verpleeghuizen

In 2018 is er 435 miljoen euro extra beschikbaar - in vergelijking met de begroting van Prinsjesdag 2016 – voor een grote verbetering van de kwaliteit verpleeghuiszorg. Dit bedrag is de eerste stap. In totaal kan op termijn met zo’n 2,1 miljard euro extra per jaar worden voldaan aan de nieuwe normen voor goede zorg met meer tijd en aandacht en vaste gezichten voor bewoners van verpleeghuizen. Komende jaren komt er stapsgewijs geld bij tot dat niveau structureel is bereikt, omdat er een aantal jaar nodig is om voldoende extra medewerkers aan de slag te laten gaan.

Extra inspanningen arbeidsmarkt

Omdat niet alleen in verpleeghuizen extra medewerkers nodig zijn de komende jaren maar bijvoorbeeld ook in de wijkverpleging, ambulancezorg, intensive care en spoedeisende hulp zet het kabinet in op extra inspanningen voor de arbeidsmarkt in de zorg. Voor de periode van 2017 tot 2022 is hiervoor bij elkaar opgeteld circa 350 miljoen beschikbaar. Samen met zorgaanbieders, zorginkopers, werknemers en het onderwijs wordt de komende jaren gewerkt aan het beter opleiden van medewerkers, het aantrekken van nieuwe medewerkers en herintreders en het behoud van bestaande medewerkers. Medewerkers kunnen ook beter worden ingezet. Bijvoorbeeld door bestaande parttime contracten uit te breiden, werk slimmer te organiseren en gebruik te maken van innovatie. Het grootste deel van deze investeringen – circa 220 miljoen euro – heeft het kabinet al in de eerste helft van 2017 aangekondigd. Voor de verpleegzorg zullen de arbeidsmarktinspanningen (met 275 miljoen bij elkaar opgeteld tot 2022) het grootst zijn.

Groei zorguitgaven

Nederland geeft elk jaar meer geld uit aan de zorg. Om de zorg betaalbaar te houden wordt er een actief beleid gevoerd op beheersing daarvan. In 2018 leveren we 1,9% meer zorg. Voor de zorg die valt onder de zorgverzekeringswet gaat het om 1,6%. Dit is in lijn met de afspraken uit de hoofdlijnenakkoorden die minister Schippers heeft gesloten met de verschillende zorgsectoren. Voor de langdurige zorg gaat het om 2,5%. 
Het gaat economisch gezien goed met ons land. Dat is fijn, maar daarmee stijgen ook de lonen en de prijzen. De zorguitgaven zijn gekoppeld aan de lonen en prijzen in de markt. In de zorg werken ruim 1 miljoen mensen. Dit heeft dus een groot effect op de zorgkosten. De netto zorguitgaven groeien daardoor komend jaar met 5,4% naar 73 miljard euro in 2018.

Zorgpremie zorgverzekeringswet in 2018

Door de hogere zorgkosten, groeit ook de premie. Voor 2018 raamt het kabinet een zorgpremie van 113,50 euro per maand (1362 euro per jaar). Dat zou een groei betekenen van ongeveer 6 euro per maand. Ruim 4 euro hiervan wordt veroorzaakt door hogere lonen en prijzen.  

Jaarlijks raamt het kabinet met Prinsjesdag de hoogte van de zorgpremie voor het komende jaar. Deze raming is nodig om te kunnen inschatten hoe de koopkracht van mensen zich ontwikkelt. De daadwerkelijke premie voor 2018 wordt pas uiterlijk in november 2017 vastgesteld door de zorgverzekeraars. De raming met Prinsjesdag wijkt daarom vaak af van de daadwerkelijke premie. Zo werd in september 2013 de premie voor 2014 zo’n 128 euro per jaar te hoog geraamd. In 2016 werd de premie voor 2017 juist 49 euro te laag geraamd. 

Naast de zorgpremie betalen werkgevers een inkomensafhankelijke bijdrage. Deze bijdrage gaat van 6,65% naar 6,90 %. Gepensioneerden en zelfstandigen betalen een verlaagde inkomensafhankelijke bijdrage. Deze gaat van 5,4% naar 5,65%.

Eigen risico in 2018

De berekening van de hoogte van het eigen risico is wettelijk vastgelegd. Uit deze wettelijke berekening volgt dat het eigen risico in 2018 uitkomt op 400 euro. De verhoging van 15 euro is daarmee geen politiek besluit, maar volgt automatisch uit de groei van de zorguitgaven.

Verhoging zorgtoeslag compenseert hogere premie en eigen risico

Door de hogere zorguitgaven gaat ook de zorgtoeslag automatisch omhoog. Voor alleenstaanden gaat het om een automatische stijging van 64 euro. Om mensen met een lager inkomen extra tegemoet te komen, verhoogt het kabinet de zorgtoeslag voor alleenstaanden daarbovenop nog eens met 67 euro. De maximale zorgtoeslag stijgt daardoor met 131 euro naar 1197. Voor meerpersoonshuishoudens stijgt de maximale zorgtoeslag met 194 euro naar 2237 euro. Die stijging bestaat uit een automatische stijging van 129 euro en een extra verhoging door het kabinet van 65 euro.  

Voor een alleenstaande met een minimuminkomen betekent dit dat de nettopremie (premie + gemiddeld eigen risico – zorgtoeslag) jaarlijks 407 euro is. In 2017 was dat nog 464 euro. En in 2005, ten tijde van het ziekenfonds, 544 euro.

Zorgakkoorden

Het kabinet heeft in het voorjaar nieuwe hoofdlijnenakkoorden gesloten met sectoren in de curatieve zorg, gericht op kwaliteitsverbetering en beheersing van de stijging van de zorguitgaven. Deze akkoorden lopen tot eind 2018 en leiden vanaf dat jaar tot een besparing van 280 miljoen euro. In deze akkoorden en afspraken gaan betaalbaarheid en kwaliteit van zorg hand in hand.
Onderwerpen die in de akkoorden en afspraken aan de orde komen zijn:
·  Meer samenwerking in de zorg en het aanpakken van wachtlijsten;
·  minder administratieve lasten en bureaucratie;
·  zorg op de juiste plek, dichter bij mensen thuis;
·  de te hoge prijzen voor geneesmiddelen;
·  meer en beter gebruik van moderne technologie.

Met deze akkoorden wordt de stijging van de volumegroei in de zorg beperkt en daarmee ook de premiestijging en de stijging van het eigen risico.

woensdag 6 september 2017

Premie en eigen risico stijgen; ANBO wil nieuw beleid

Het kabinet verwacht dat de basispremie voor de zorgverzekering met zo’n 6 euro per maand de lucht in gaat. Het eigen risico - dat nu nog 385 euro is - zal voor het eerst zelfs de magische 400 euro aantikken. Dat wordt gecompenseerd door een hogere zorgtoeslag. In totaal gaat het volgens betrokkenen om zo’n 130 euro extra per jaar. De helft daarvan, 65 euro, moet mensen met een krappe beurs compenseren voor de gestegen zorgpremie en het eigen risico. De andere helft is door het kabinet vrijgemaakt om hun koopkracht te repareren.

Argusogen


Dat zeggen bronnen tegen de Telegraaf, in aanloop naar Prinsjesdag. De NOS heeft het inmiddels bevestigd gekregen. ANBO kijkt met argusogen naar deze aankondigingen. "Meer toeslag om hogere zorgkosten te compenseren klinkt mooi, maar de pijn zit ‘m bij mensen met een middeninkomen, die nét iets te veel verdienen voor zorgtoeslag. We weten dat zij het de afgelopen jaren zwaarder hebben gekregen, en dit is een nieuwe klap. In deze tijden van economische groei moeten álle mensen hun besteedbaar inkomen zien groeien", zo reageert ANBO-bestuurder Liane den Haan. ANBO maakt zich al jaren druk om deze groep, waarin zowel werkenden als gepensioneerden zitten. "Gezinnen en alleenstaanden net boven de toeslaggrens zitten en veel zorg gebruiken, betalen de laatste jaren steeds meer zelf. Terwijl hun inkomen niet meestijgt."

Geen ad hoc-, maar écht beleid

Dan is er de kwestie van de zorgtoeslag, die volgens de Telegraaf niet alleen de duurdere zorgpremie en eigen risico opvangt, maar ook iets extra koopkracht geeft. Den Haan: “Dit klinkt sympathiek, maar het laat in één oogopslag zien hoe ondoelmatig het toeslagencircus is. Het nieuwe kabinet moet breken met ad hoc-oplossingen en opnieuw naar de financiering kijken. De zorg moet voor iedereen betaalbaar blijven.” ANBO heeft er eerder voor gepleit om goed te kijken naar de toeslagen en het rondpompen van geld. “De zorgtoeslag is vanaf het begin van het zorgstelsel bedoeld om de veel te hoge nominale premie te compenseren, maar inmiddels krijgt ruim 60 procent van de premiebetalers dat. Dat moet toch anders kunnen.”

Minder vertrouwen in politiek

ANBO maakt zich zorgen over het publieke debat over de zorgkosten. “Het hele voorjaar hebben we gehoord over het verlagen of zelfs afschaffen van het eigen risico. Dat dat nauwelijks doorgerekend werd én onherroepelijk zou leiden tot hogere premies, daar hoorde je niemand over. En nu is het stof neergedaald, en nu gaat alles weer omhoog. Hoewel niet onverwacht, is dat heel slecht voor het vertrouwen in de politiek”, zo zegt Den Haan.

woensdag 12 juli 2017

Zak geld verpleeghuizen lost personeelstekort niet op

Opnieuw heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid extra middelen voor de verpleeghuiszorg uitgetrokken. Vanaf 2018 trekt het ministerie jaarlijks 435 miljoen euro extra uit voor verpleeghuizen, wat onder andere zo'n 7000 extra mensen aan het werk moet helpen. "Het is toch onbegrijpelijk. Ten eerste wonen de meeste ouderen die zorg nodig hebben thuis. Dáár moet dus extra geld naar toe. Ten tweede kun je wel wíllen dat er extra personeel bij komt, maar die mensen zíjn er helemaal niet. Dit is symboolpolitiek. We moeten het hebben over verpleegzorg en niet over verpleeghuiszorg. Verpleegzorg kan namelijk afhankelijk van behoeften en mogelijkheden zowel thuis als in een zorginstelling geboden worden.", zo zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan in een eerste reactie. ANBO is blij met de aandacht voor de langdurige zorg, maar hekelt de eenzijdige focus op verpleeghuiszorg en pleit al langer voor een visie op langdurige zorg in de breedte. 

Perfecte storm


Zo'n acht procent van de ouderen die zorg nodig hebben woont in een verpleeghuis. De meeste mensen wonen thuis, en hebben daar dagbesteding, wijkverpleging, huishoudelijke hulp, hulpmiddelen en misschien zelfs woningaanpassingen nodig. Den Haan: "Maar daar is stevig op bezuinigd de afgelopen jaren, terwijl de vraag toenam. De meeste zorgaanbieders schrijven dus rode cijfers op zorg thuis. Daar moet óók geïnvesteerd worden." Daarnaast zijn er nu al zo'n 25.000 vacatures in de zorg en dat worden er steeds meer. Geld uittrekken voor 'meer handen aan het bed' is simpelweg niet genoeg, zo stelt Den Haan. "In de zorg hebben we de perfecte storm: veel meer vraag naar langdurige zorg, een slecht imago van ouderenzorg en daardoor heel weinig aanwas van nieuw personeel. Bovendien zijn door de hervorming van de arbeidsmarkt veel niet-gekwalificeerde krachten verdwenen. We zijn er gewoon niet met een zak geld. Er moet een visie komen op een ouder wordende samenleving, investeringen intramuraal én in zorg thuis, investeringen in opleiding en imago en een grotere focus op goed werkgeverschap.”

maandag 3 juli 2017

'Moeilijke jaren in de thuiszorg'

Ondanks de vernieuwingen in de zorg, dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen en dáár de benodigde zorg krijgen, is de politieke agenda echter vooral gevuld met plannen om de verpleeghuiszorg te verbeteren. En  juist veel thuiszorgorganisaties hebben het bijzonder zwaar. "Feit is dat de politieke focus op de thuiszorg in de voorbije jaren gemakkelijk is verdrongen door incidentele rampspoedverhalen uit verpleeghuizen. De politieke arena discussieert blijkbaar liever over wat er niet goed gaat in het verpleeghuis dan over misstanden bij kwetsbare ouderen achter hun eigen voordeur. Dit vertaalt zich nu zelfs in de Kamerbrede overtuiging dat miljarden euro’s extra nodig zijn in de sector van verpleeghuizen", zo schrijft zorgbestuurder Jeroen van den Oever van Fundis, een regionale zorgaanbieder in het Groene Hart. Echter, juist thuiszorg en wijkverpleging hebben cruciale rol in de gezondheidszorg voor de kwetsbare mensen die thuis wonen – en thuis willen blijven wonen. En dáár moet ook de politieke focus liggen.

Investeer in zorg thuis!

Al maanden verbindt ANBO de belangen van werkgevers, werknemers, cliënten, mantelzorgers, verzekeraars en gemeenten, om te bewerkstelligen dat de politieke focus, óók aan de formatietafel, verplaatst naar zorg thuis. Er is zoveel gesneden in de ondersteuning van zelfstandig wonende ouderen, dan zij onvoldoende ondersteund worden. 

Wat moet er gebeuren?

Op de korte termijn:
  • Alloceer extra middelen voor kwetsbare ouderen evenwichtig en daar waar ze het hardstnodig zijn. Vergeet niet de noodzakelijke budgetruimte voor langdurige verpleegzorg buiten de muren van het verpleeghuis;
  • Los de perverse prikkel op tussen de eigen bijdrage voor wijkverpleging vanuit Volledig Pakket Thuis en de bijdragevrije wijkverpleging uit Zorgverzekeringswet;
  • Zorg dat zorgverzekeraars en Zorgkantoren reële NZa-tarieven betalen tot 100 procent in plaats van tot 93 tot 96 procent;
  • Breidt de capaciteit van eerstelijnsbedden verder uit en voorkom dat kwetsbare ouderen onnodig in het ziekenhuis terecht komen
Op de lange termijn: 

  • Investeer in beeldvorming, opleiding en arbeidsmarkt: beeldvorming rond het werken in de (ouderen) zorg moet veranderen naar een
  • positieve setting waar mensen graag willen gaan werken, investeren in de opleidingen en betere begeleiding bij stages en vervolgstappen, organisaties faciliteren om met praktijkgerichte opleidingen te starten, toepassing goed werkgeverschap. We vragen betere selectie van bestuur en minder focus op tijdelijk werk, selectiecriteria à la de pensioensector zouden geen overbodige luxe zijn in de langdurige zorg, herintreders faciliteren.
  • Creëer goede randvoorwaarden om het mogelijk te maken dat mantelzorgers een betere combinatie kunnen maken met werk en mantelzorg;
  • Stimuleren en faciliteren van toepassing nieuwe technologieën die zorgtaken kunnen overnemen en werk professional en familie vergemakkelijken;
  • Betere synergie tussen budgetten voor ZvW, Sociaal domein en Langdurige zorg.

maandag 19 juni 2017

Minister Schippers sluit eerste akkoord voor paramedische zorg

Kwaliteit omhoog, administratieve lasten omlaag en herstel van vertrouwen tussen zorgverleners en zorgverzekeraars. Dat is de kern van het eerste zorgakkoord voor de paramedische zorg. Vertegenwoordigers van patiënten, zorgverzekeraars en zorgverleners ( fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten, huidtherapeuten, logopedisten en oefentherapeuten) hebben vandaag samen met minister Edith Schippers (VWS) hun handtekening gezet onder de afspraken. Het akkoord geldt voor 2017 en 2018, maar de acties die zijn afgesproken lopen wel door in de jaren daarna. Het ministerie stelt hiervoor in totaal 2 miljoen euro beschikbaar. In de paramedische zorg zijn ongeveer 30.000 zorgverleners werkzaam.

 ‘Dit akkoord is een heel belangrijke stap in het vergroten van vertrouwen in elkaar,’ aldus Minister Schippers: ‘Door dit akkoord krijgen patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars meer inzicht in de kwaliteit van de zorg.

Kwaliteit

De partijen zijn overeengekomen dat er een set aan algemene kwaliteitsafspraken komt voor de gehele paramedische zorg. Hierdoor krijgen patiënten sneller en beter inzicht in de kwaliteit van zorgverleners. Ook worden de richtlijnen waaraan de verschillende beroepsgroepen voldoen verduidelijkt en aangescherpt. Hierdoor wordt het makkelijker om vooraf een goede keuze voor een zorgverlener te maken.

Aanpak administratieve lasten


Uit onderzoek blijkt dat paramedische zorgverleners vooral veel last ervaren van verschillende diagnosecoderingsystemen van zorgverzekeraars. Dezelfde behandeling moet vaak op verschillende manieren gecodeerd en geregistreerd worden bij verschillende zorgverzekeraars. Afgesproken is om daar een eind aan te maken door toe te werken naar één uniform coderingssysteem. Tegelijkertijd verminderen de administratieve lasten aanzienlijk omdat de zorgverleners niet meer allerlei verschillende systemen en aparte vragenlijsten hoeven te gebruiken. Ook hebben zorgverzekeraars toegezegd werk te maken van het verbeteren van de contractering; door de contracten waar mogelijk te uniformeren wordt de regeldruk voor zorgverleners verder verminderd.

dinsdag 6 juni 2017

Zorgakkoord huisartsen en multidisciplinaire zorg

Het budget voor huisartsenzorg mag in 2018 met 2,5% groeien. Patiënten, huisartsen, eerstelijns zorgverleners en zorgverzekeraars hebben hierover een zorgakkoord gesloten met Minister Edith Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Het akkoord gaat over de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg in de eerste lijn, zoals voor diabetes en COPD. Dit akkoord sluit aan op het eerdere akkoord voor 2014 -2017 waarin ook een groei van 2,5% was afgesproken. In 2018 komt het beschikbare budget daarmee op ongeveer 3,5 miljard. Alle partijen hebben vanmiddag in Den Haag hun definitieve handtekening gezet.

Inzet groeiruimte

De 2,5% groeiruimte kan gebruikt worden voor meer tijd voor de patiënt. In het bijzonder voor kwetsbare ouderen, voor zorg in achterstandswijken, voor avond- nacht en weekend zorg en voor de organisatie van samenwerking en infrastructuur voor samenwerking in de eerste lijn. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders gaan zich inzetten om over deze onderwerpen op regionaal niveau afspraken te maken. Bovenop de 2,5% groeiruimte is volgend jaar 75 miljoen extra beschikbaar voor de eerstelijnszorg om zorg die nu nog in het ziekenhuis wordt geleverd over te nemen.

Kwaliteit van zorg


Behalve financiële afspraken zijn inhoudelijke afspraken gemaakt die de zorg verder verbeteren. Deze afspraken zien toe op de zorg aan kwetsbare ouderen, zorg op de juiste plek, eerstelijnsverblijf, samenwerking met gemeenten, doelmatig voorschrijven van medicijnen en de mogelijkheid voor zorgverleners om actief gebruik te maken van ehealth.

donderdag 18 mei 2017

Internationale samenwerking bij aanpak dementie

Wereldwijd hebben 47,5 miljoen mensen dementie en dat aantal neemt alleen maar toe. Samenwerking in de aanpak van dementie is daarom cruciaal. Het is staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) gelukt om met Malta en Slowakije een gezamenlijke verklaring te tekenen om de aanpak dementie verder te verbeteren, verdiepen en te verspreiden (trio-voorzitterschap Europese Unie). Niet alleen binnen de EU maar ook wereldwijd. De verklaring onderschrijft het belang van onderzoek en het verbeteren van kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun dierbaren.

WHO omarmt de Nederlands-Europese aanpak

De drie landen hebben met hun verklaring een basis gelegd voor de internationale aanpak van dementie. Deze zal later deze maand worden opgepakt door de WHO, waar de 'Nederlands-Europese' aanpak haar weg zal vinden naar landen buiten Europa. De WHO komt dan met een wereldwijd actieplan dat al haar lidstaten oproept zich in te zetten voor betere bewustwording van dementie, verbetering van de zorg voor mensen met dementie en intensivering van onderzoek naar dementie.

Uitdagingen voor Nederland

Onderdeel van de verklaring is de afspraak kennis en goede voorbeelden te delen met andere landen. Zo zal Alzheimer Nederland met steun van VWS de nationale Alzheimer organisaties in Indonesië en Suriname helpen met training van zorgprofessionals, vergroten van de bewustwording van dementie en verdere professionalisering van de Alzheimer organisaties, zodat zij deze activiteiten zelfstandig kunnen voortzetten na het einde van het programma.

In Nederland leven naar schatting 260.000 mensen met dementie. Dat aantal stijgt in 2050 tot 400.000, omdat Nederland meer ouderen krijgt die bovendien steeds ouder worden. Met het stijgen van de leeftijd neemt de kans op dementie toe. Mensen leven gemiddeld acht jaar met dementie: zes jaar thuis en twee jaar in een zorginstelling. Samen met het Deltaplan Dementie ( onderzoek, zorgstandaarden, etc.) loopt in Nederland de campagne 
'Samendementievriendelijk' om te zorgen dat mensen meer kennis hebben van dementie en er beter mee om kunnen gaan. En om bedrijven en organisaties te betrekken in het herkennen van en omgaan met mensen met dementie.

Nederland kan zich nog verder verbeteren met bijvoorbeeld het ontwikkelen van alternatieve woonvormen zodat mensen met dementie, al dan niet met hun partner langer thuis kunnen blijven wonen. Ook het stimuleren van het gebruik van technologie kan de kwaliteit van leven van mensen met dementie, zowel thuis als in een instelling, vergroten.

Mensen met dementie in ons midden

'We blijven vol inzetten op wetenschappelijk onderzoek naar dementie,' aldus Van Rijn. 'Zolang het echter niet mogelijk is van dementie te genezen, moeten we zo veel mogelijk oog hebben voor mensen met dementie. Die wonen meestal thuis, in ons midden. In andere Europese landen misschien nog wel meer dan bij ons. Hoewel situaties in Europa kunnen verschillen, staan we met gebundelde krachten echt een stuk sterker tegenover deze afschuwelijke aandoening dan ieder land voor zich.'

De ondertekening van de verklaring vindt plaats tijdens het EU voorzitterschap van Malta.

Wijkzorgnetwerk Zoetermeer voor professionals sociaal domein

Vanuit de gemeente Zoetermeer is het online platform Wijkzorgnetwerk (WZN) opgezet voor iedereen die werkzaam is in het sociale domein. Het online platform biedt de mogelijkheid om iedereen in het Wijkzorgnetwerk (op wijk- of stedelijk niveau) snel op te hoogte te brengen van het laatste nieuws en mededelingen.

Het platform voorziet in de behoefte om kennis en informatie makkelijker met elkaar te kunnen delen en elkaar te kunnen vinden. Het platform is besloten. De leden werken bij organisaties die zich inzetten voor maatschappelijke ondersteuning, wonen, onderwijs, veiligheid, werk en inkomen, (jeugd)zorg of welzijn in Zoetermeer.

Door het platform kunnen professionals van verschillende organisaties elkaar sneller vinden, zodat samenwerken makkelijker gaat. Dit gaat op een interactieve manier. Op het platform kunt u kennis halen, maar ook zelf berichten plaatsen om andere professionals te informeren.
De voordelen van www.wijkzorgnetwerk.nl op een rij:
  • Het is de centrale plaats voor het verspreiden en vinden van informatie voor het Wijkzorgnetwerk Zoetermeer.
  • Het biedt de mogelijkheid om iedereen in het Wijkzorgnetwerk snel op de hoogte te brengen van het laatste nieuws en mededelingen.
  • Het maakt samenwerken makkelijker. U kunt een mede-professional buiten uw eigen organisatie makkelijk vinden en benaderen.
  • Het maakt het mogelijk om samen te werken in groepen.

Lid worden?

Bent u werkzaam in het sociale domein in Zoetermeer? Word dan lid en meld u aan op www.wijkzorgnetwerk.nl.

Meer informatie

Met vragen kunt u bellen naar telefoonnummer 14 079.

maandag 15 mei 2017

Scheidingsexpertise onder één dak: Kenniscentrum Kind en Scheiding

Het aantal complexe (echt)scheidingen blijft toenemen. Een complexe scheiding heeft gevolgen voor ouders, maar vooral ook voor kinderen. Hulp bij scheiding is daarom hard nodig. In de regio zijn er verschillende organisties die hulp bij scheiding bieden. Maar het aanbod is versnipperd en kinderen, ouders en professionals hebben moeite om de juiste kennis en informatie te vinden. Jeugdformaat heeft de ambitie om al die kennis in één centrum onder te brengen. Daarom opent 15 mei aanstaande, op de Internationale Dag van het Gezin, Kenniscentrum Kind en Scheiding haar deuren.

In het Kenniscentrum Kind en Scheiding werken scheidingsexperts van Jeugdformaat, Schoolformaat, mediators aangesloten bij Mediatorsfederatie Nederland, Villa Pinedo en TNO samen aan één doel: ouders en hun kinderen in onzekere tijden van scheiding in hun eigen kracht zetten. Het Kenniscentrum Kind en Scheiding is er voor ouders, kinderen, hun netwerk én professionals die betrokken zijn bij een (echt)scheiding.
Cijfers
Jaarlijks krijgen 72.000 kinderen en jongeren te maken met de (echt)scheiding van hun ouders. Vaak verloopt de scheiding goed, maar in steeds meer gevallen verloopt de scheiding uiterst moeizaam. Gelukkig is er hulp. In 2016 hielp Jeugdformaat meer zo’n 500 ouderparen met Ouderschap Blijft. Een methode die ouders in een complexe scheiding helpt om goede afspraken te maken over opvoeding van en omgang met hun kinderen, in het belang van de kinderen. Schoolformaat trainde in 2016 meer dan 100 kinderen en jongeren waarvan de ouders in scheiding lagen. Zij werden geholpen bij het beter omgaan met en steviger in de schoenen staan tijdens de scheiding van hun ouders.    

Hulp op maat toegankelijker
Samen met de andere partners verbeteren Jeugdformaat en Schoolformaat de toegang tot de hulp. “Onderzoek heeft aangetoond dat onenigheid tussen ouders in geval van een (echt)scheiding negatieve gevolgen heeft voor de ontwikkeling van een kind. Maar zit je als ouder in een lastige scheiding, dan  ga je soms voorbij aan de positie en het belang van een kind. We helpen ouders de belangen van het kind centraal te zetten”, vertelt Wendy van Vliet, van Kenniscentrum Kind en Scheiding. Wendy vervolgt: “Niet elke scheiding is hetzelfde. Sommige ouders zijn in staat om met een klein beetje ondersteuning de juiste stappen te zetten. Anderen hebben meer ondersteuning nodig. Dat geldt ook voor kinderen. Het ene kind vindt zijn of haar eigen weg, een ander kind heeft hulp nodig om met de scheiding om te kunnen gaan. Welke behoefte ouders, kinderen maar ook professionals hebben, wij passen de begeleiding hierop aan.
Gratis advies en spreekuur
Vanaf 15 mei kunnen ouders, kinderen, hun netwerk en professionals terecht bij het Kenniscentrum Kind en Scheiding via www.kenniscentrumkindenscheiding.nl (live vanaf 15 mei)
, 06 112 591 95, kenniscentrum@jeugdformaat.nl of door binnen te lopen tijdens de spreekuren op dinsdagen 18.00-20.00 uur, woensdagen 9.00-11.00 uur en vrijdagen 9.00-11.00 uur op de Albertus de Oudelaan 1, Voorburg. Aan advies van Kenniscentrum Kind en Scheiding zijn geen kosten verbonden.

Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang

Vanaf 2017 wordt de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen in Nederland jaarlijks gemeten. Dit gebeurt onder de naam Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK). De voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang en de eerste kinderopvangorganisaties zijn al benaderd voor deelname.

De metingen worden jaarlijks verricht in steeds nieuwe representatieve steekproeven. Over de jaren heen ontstaat zo een betrouwbaar en landelijk dekkend beeld van de kwaliteit. Verder kunnen trends in de kwaliteit door deze opzet eerder worden gesignaleerd.

De kwaliteitsmetingen richten zich niet alleen op de kinderdagopvang, het peuterspeelzaalwerk en de buitenschoolse opvang, maar ook op de gastouderopvang.

Voor de metingen wordt gebruik gemaakt van dezelfde meetinstrumenten als voorheen waardoor de continuïteit en vergelijkbaarheid met de eerdere NCKO-metingen is gegarandeerd. Ook worden nieuwe instrumenten ingezet om recht te doen aan recente ontwikkelingen in de kinderopvangsector. Deze nieuwe instrumenten gaan (ondermeer) in op de ontwikkeling en het welbevinden van het individuele kind.

De opdracht voor de kwaliteitsmetingen in de kinderopvang is openbaar aanbesteed en gegund aan een consortium van de Universiteit Utrecht en Sardes B.V.. Dit betekent dat de kwaliteitsmetingen de komende jaren door deze partijen wordt uitgevoerd.

Van Rijn: samen nieuwe afspraken maken over innovatie en betaalbare prijzen van geneesmiddelen

Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) roept overheden, farmaceutische industrie, NGO’s en patiëntenvertegenwoordigers op om samen te komen tot nieuwe afspraken over innovatie en betaalbare prijzen van geneesmiddelen. Die nieuwe afspraken moeten een doorbraak bieden voor de huidige situatie waarin gezondheidszorgsystemen wereldwijd steeds meer onder druk komen te staan. Enerzijds door stijgende prijzen voor geneesmiddelen, anderzijds tekorten door te lage geneesmiddelenprijzen, waardoor het niet aantrekkelijk is om bepaalde medicijnen te produceren.

Huidige systeem niet duurzaam

Van Rijn: “Het huidige systeem van onderzoek & ontwikkeling en prijzen van medicijnen is niet duurzaam. Gezondheidszorg overal ter wereld wordt effectiever, toegankelijker en beter betaalbaar als we komen tot nieuwe en betere samenwerking op dit terrein. Zodat nieuwe medicijnen sneller beschikbaar komen, fabrikanten een goede prijs voor hun innovatieve nieuwe producten blijven ontvangen én we kunnen blijven rekenen op bestaande medicijnen. Patiënten zullen daar in de eerste plaats de vruchten van plukken, maar ook dokters, overheden en farmaceutische bedrijven.”

Fair Pricing Forum

Van Rijn deed zijn oproep tijdens het ‘Fair Pricing Forum’ dat het ministerie van VWS op 10 en 11 mei organiseert samen met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Meer dan 200 experts afkomstig van overheden, farmaceutische industrie, NGO’s en patiëntenvertegenwoordigers uit de gehele wereld komen daarvoor samen in Amsterdam.

Geneesmiddelenvisie


De inzet van het Fair Pricing Forum sluit aan op de in 2016 verschenen ‘Geneesmiddelenvisie’ van Minister Schippers met als centrale vraag hoe de toegang tot innovatieve en betaalbare geneesmiddelen gewaarborgd kan blijven voor de (Nederlandse) patiënt en haar inspanningen op het terrein van geneesmiddelen tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2016 om een betere balans te krijgen in het farmaceutische systeem in Nederland en de EU.

dinsdag 25 april 2017

Onderhandelaarsakkoord medisch-specialistische zorg 2018

De totale uitgaven in de medisch-specialistische zorg mogen in 2018 landelijk met 1,6% groeien. De afgesproken groei is 1,6%, maar met inachtneming van nog openstaande taakstellingen uit het verleden komt die neer op effectief 1,4%.

Dit is de uitkomst van een onderhandelaarsakkoord tussen het ministerie van VWS en partijen in de medisch-specialistische zorg. Staatssecretaris Martin van Rijn heeft dit akkoord gesloten namens minister Edith Schippers. Van Rijn neemt Schippers’ taken waar zolang zij als informateur bij de kabinetsformatie is betrokken.

Behalve financiële afspraken zijn inhoudelijke afspraken gemaakt die de medisch-specialistische zorg verder verbeteren. Betrokken partijen leggen het onderhandelaarsakkoord nu met een positief advies aan hun achterbannen voor.


De afspraken zijn gemaakt tussen het ministerie van VWS, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Patiëntenfederatie Nederland, Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN), Federatie Medisch Specialisten (FMS), Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN).  

donderdag 23 maart 2017

Extra maatregelen tegen zwangerschapsdiscriminatie

Het kabinet gaat samen met maatschappelijke organisaties zwangerschapsdiscriminatie verder terugdringen. Zo komt er extra controle en wordt er meer aandacht besteed aan een betere melding en registratie van zwangerschapsdiscriminatie. Ook krijgen aanstaande moeders en werkgevers extra voorlichting over hun de rechten en plichten rond zwangerschap.

Volgens het College voor de Rechten van de Mens heeft bijna de helft van de vrouwen in meer of mindere mate te maken met zwangerschapsdiscriminatie. Zo worden zwangere vrouwen soms afgewezen bij sollicitaties, wordt hun contract niet verlengd of kunnen ze geen promotie maken. Ook krijgen zwangere vrouwen soms openlijke kritiek of hebben ze problemen met hun werkgever rond het regelen en opnemen van verlof.

De afgelopen periode is er op initiatief van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met allerlei betrokkenen een actieplan gemaakt met dertien extra maatregelen om zwangerschapsdiscriminatie aan te pakken. Zo worden (aanstaande) moeders onder meer met een speciale app beter op hun rechten en plichten gewezen en er komt meer informatie over dit thema in de groeiboekjes van de consultatiebureaus en de GGD. Ook gaat het team Arbeidsdiscriminatie van de Inspectie SZW gerichter toezicht houden op zwangerschapsdiscriminatie en werkgevers beter voorlichten.

Alle extra acties en maatregelen moeten ervoor zorgen dat er meer begrip komt voor zwangere vrouwen en dat er betere (verlof)afspraken worden gemaakt tussen werkgevers en werknemers. Minister Asscher: ,,De zwangerschap moet vooral een mooie en bijzondere periode zijn zonder onnodige spanningen voor de aanstaande moeder. Dus geen stress of ze haar baan misschien kwijtraakt of dat haar contract niet verlengd wordt. Bij sollicitaties mag een dikke buik natuurlijk ook absoluut geen reden zijn om iemand af te wijzen. Dat doet een goede en moderne werkgever niet.’’


Bij het maken en uitvoeren van het actieplan tegen zwangerschapsdiscriminatie zijn onder meer de Inspectie SZW, werkgeversorganisaties en vakbonden, de Koninklijke Organisatie van Verloskundigen (KNOV), de Vereniging Jeugdartsen Nederland, de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde, het Voedingscentrum, het UWV en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen betrokken.

vrijdag 3 maart 2017

Klachtenregelingen gemeente onduidelijk voor burgers

Veel gemeenten hebben het herkennen, oplossen of voorkomen van problemen over zorg, jeugdhulp en begeleiding naar werk niet op orde. Burgers worden van het kastje naar de muur gestuurd. Dat schrijft de Nationale ombudsman in zijn onderzoeksrapport 'Terug aan tafel, samen de klacht oplossen'. Gemeenten moeten problemen actief opsporen en oplossen, zo zegt hij. ANBO herkent het beeld dat de Nationale Ombudsman schetst. "Het is de burger veel te vaak niet duidelijk op welke rechten hij zich kan beroepen in het contact met de gemeente. Neem het voorbeeld van het keukentafelgesprek, waarin gemeente en burger samen vaststellen welke hulp nodig is. Daar hoort een verslag van de komen en de gemeente is daar verantwoordelijk voor. Dat verslag komt er heel vaak niet, en de burger in kwestie is zich daar niet eens van bewust. Gemeenten lijken soms laconiek om te gaan met hun plichten", zo reageert ANBO-bestuurder Liane den Haan.

De ombudsman denkt bovendien dat lang niet iedereen die de verkeerde zorg krijgt een klacht indient, zo schrijft de NOS. "De drempels zijn daarvoor te hoog, mensen zijn bang dat het indienen van een klacht ertoe kan leiden dat ze helemaal niets meer krijgen, of ze weten niet waar ze moeten zijn."

Kastje naar muur

Omdat gemeenten uitvoerders inhuren, zoals zorgaanbieders of cliëntbegeleiders, wordt het nog onduidelijker welke verantwoordelijkheden bij welke partij liggen. ANBO wijst leden er altijd op dat de gemeente in de meeste gevallen verantwoordelijk is, ook als de uitvoering is uitbesteed. Ook niet altijd duidelijk wanneer je in bezwaar kan gaan naar de gemeente en wanneer je bij ene lokale of de Nationale Ombudsman terecht kunt. Ook deze instanties verwijzen de burger vaak van het kastje naar de muur.

Wanneer kunt u waar terecht?

Bent u het niet eens met het verslag, het ontbreken daarvan of het afwijzen van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening? Dien dan een bezwaarschrift in bij het college van B&W. Een voorbeeld daarvoor vindt u op MijnANBO.

Bent u het niet eens met hoe de gemeente u heeft behandeld of benaderd? Het gaat dan om bejegening. Dien een klacht in bij de gemeente. Als de gemeente hier niet goed op reageer,t dien dan een klacht in bij de ombudsman. Kijk op de website van uw gemeente of de gemeente een lokale ombudsman heeft of de ombudsfunctie heeft uitbesteed.


Is er iets onduidelijk of heeft u behoefte aan nadere informatie? Bel de ANBO Raad & Daad Advieslijn (op werkdagen tussen 10:00 en 15:00): 0348 466688

NOS NIEUWS

OMROEP WEST

RTL Nieuws