Aangepast zoeken
Posts tonen met het label Binnenland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Binnenland. Alle posts tonen

woensdag 27 november 2019

Nederlander steeds langer en zwaarder

Mannen van 20 jaar of ouder waren in 2018 gemiddeld 1,81 meter, vrouwen 1,67 meter. De gemiddelde lengte is voor mannen sinds 1981 met 3,8 centimeter toegenomen en voor vrouwen met 1,5 centimeter. Per toegenomen centimeter lichaamslengte is de Nederlandse man tussen 1981 en 2018 bijna 2,3 kilogram zwaarder geworden, vrouwen met 4,7 kilogram ruim het dubbele. Dit blijkt uit de Gezondheidsenquête van het CBS, waarin respondenten zelf rapporteren over hun lengte en gewicht.

De gemiddelde man was in 2018 bijna 14 centimeter langer dan de gemiddelde vrouw. Dit lengteverschil is sinds 1981 met 2,3 centimeter toegenomen. De lengtetoename bij mannen vond vooral plaats in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw. Dit was ook het geval voor vrouwen, maar de toename was aanzienlijk minder sterk. Het gewicht nam toe in alle decennia, met een piek in de jaren 90. Vrouwen hebben in de periode 1990–2000, maar ook in de jaren 2010–2018 tamelijk fors aan gewicht gewonnen, terwijl hun lengte in die jaren nauwelijks veranderde.

Klein en groot

De meeste mensen zijn niet heel veel langer of korter dan het gemiddelde. Van de mannen heeft 42 procent een lengte die minder dan 5 centimeter afwijkt van het gemiddelde van 1,81 meter. Van de vrouwen heeft bijna de helft een lengte die minder dan 5 centimeter afwijkt van het gemiddelde van 1,67 meter.
Ongeveer 3 procent van de mannen is ten minste 15 centimeter korter dan de gemiddelde man, 4 procent is minstens 15 centimeter langer dan de gemiddelde man. Bij vrouwen liggen deze percentages op respectievelijk 2 en 3.

Hoge uitschieters gewichtBij het gewicht is de verdeling iets schever. Veel mannen en vrouwen hebben een gewicht rond of net onder het gemiddelde. Maar aan de bovenkant zijn er flinke uitschieters. Gewichten van ruim boven de 100 kg zijn geen zeldzaamheid, vooral bij mannen, maar ook bij vrouwen komt dit voor.Kleiner onder de rivieren

Ook in de Gezondheidsmonitor, een samenwerking van de GGD’en, het CBS en het RIVM, wordt deelnemers naar lengte en gewicht gevraagd. De grote omvang van het onderzoek maakt het mogelijk om meer (regionale) uitsplitsingen te maken.
De gemiddelde lengtes van volwassen mannen en vrouwen (19 jaar of ouder) verschilt per provincie. Limburg wijkt daarbij het meest af: zowel Limburgse mannen als vrouwen zijn het kortst. Inwoners van Brabant zijn iets langer dan de Limburgers, maar nog altijd korter dan het Nederlands gemiddelde. Boven de rivieren zijn de verschillen niet zo groot, maar ligt de gemiddelde lengte bij zowel mannen als vrouwen meestal net boven het landelijke gemiddelde. De langste mensen wonen in Friesland en Groningen. Het lengteverschil tussen Friezen en Groningers enerzijds, en Brabanders en Limburgers anderzijds, is ongeveer 3 centimeter, voor zowel mannen als vrouwen.

Mensen met een migratieachtergrond zijn gemiddeld korter dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Als de mensen met een migratieachtergrond buiten beschouwing worden gelaten, blijven Limburgers en Brabanders het kortst. Boven de rivieren komt de gemiddelde lengte dan vooral hoger uit in Noord- en Zuid-Holland, en in Flevoland. In die provincies wonen dan ook relatief veel mensen met een (niet-westerse) migratieachtergrond.

maandag 25 november 2019

Nederlanders tevreden over zorgverleners

Volwassenen zijn over het algemeen tevreden over hun zorgverleners. Zorgverleners krijgen rapportcijfers rond de 8, waarbij de fysio- of oefentherapeut en tandarts met respectievelijk een 8,1 en 8,0 de hoogste cijfers krijgen. De huisarts en de psycholoog, psychiater of psychotherapeut krijgen een 7,8. Dit blijkt uit het onderzoek Belevingen 2018 van het CBS.

3 procent niet te spreken over fysiotherapeut en tandarts

Niet alle volwassenen die het afgelopen jaar een zorgverlener bezochten zijn hier tevreden over. Zo gaf 3 procent de fysio- of oefentherapeut een onvoldoende (rapportcijfer 5 of lager). De drie meest genoemde redenen hiervoor waren dat de behandeling te weinig of geen resultaat opleverde, dat deze te lang duurde, of dat de therapie niet op hen was afgestemd. Ook de tandarts kreeg van 3 procent een onvoldoende, vooral omdat men niet tevreden was over de behandeling of het resultaat daarvan.

5 procent gaf hun huisarts een onvoldoende. Zij vonden vooral dat de huisarts weinig empathie toonde, niet goed luisterde of hen niet serieus nam. De psycholoog, psychiater of psychotherapeut kreeg de meeste onvoldoendes (8 procent). De meest genoemde redenen voor ontevredenheid zijn dat klachten niet werden opgelost, of dat de zorgverlener te weinig expertise had.

8 op de 10 volwassenen bezocht tandarts

In de Gezondheidsenquête van 2018 gaven 7 op de 10 personen van 18 jaar of ouder aan de huisarts te hebben bezocht in de afgelopen twaalf maanden. De tandarts werd door 8 op de 10 volwassenen bezocht. Het bezoek aan de fysiotherapeut of oefentherapeut was lager (3 op de 10), en 1 op de 10 was bij een psycholoog, psychiater of psychotherapeut geweest.(cbs?

Kabinet gaat breed gesprek voeren over kwalificatie zzp

Voor welke opdracht mag een bedrijf een zzp’er inhuren en wanneer is iemand eigenlijk een werknemer? Over deze vraag loopt een lange discussie. Het kabinet gaat daarom de komende maanden in gesprek met werkgevers, werknemers, zzp’ers en betrokken organisaties. Dit brede gesprek moet het onderscheid helder maken. Ook moet hieruit duidelijk worden wat de maatschappelijke opvattingen zijn.

Dat kondigen minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, staatssecretaris Snel van Financiën en staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat aan in de vierde voortgangsbrief Werken als zelfstandige die aan de Tweede Kamer is gezonden. 

Het kabinet is bezig met nieuwe wet- en regelgeving rond het werken als zelfstandige. Een van de maatregelen is de ontwikkeling van een webmodule als extra, vrijwillig hulpmiddel in het verduidelijken van de regelgeving. Bedrijven die voor een opdracht een zzp’er willen inhuren kunnen deze webmodule straks vooraf invullen. Als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat een zzp’er de opdracht mag doen (er buiten dienstbetrekking mag worden gewerkt), krijgt een opdrachtgever een opdrachtgeversverklaring. Deze geeft vooraf zekerheid dat er geen naheffingen komen van de loonbelasting en de werknemersverzekeringen, mits de webmodule naar waarheid is ingevuld.

De ontwikkeling van de webmodule is inmiddels vergevorderd. De afgelopen periode is er een conceptvragenlijst ontwikkeld. Hiervoor is onder meer door een werkgroep gekeken naar jurisprudentie en (inter)nationaal vergelijkbare vragenlijsten. De conceptvragenlijst is besproken met organisaties van werkgevers, werknemers en zzp’ers. Ook is de conceptvragenlijst voorgelegd aan 50.000 opdrachtgevers om te achterhalen hoe er in de praktijk wordt gewerkt. Dit heeft geleid tot een databestand van praktijkcasussen. Ten slotte hebben experts aan de hand van de ingevulde vragenlijsten de eerste resultaten beoordeeld. 

Uit deze eerste ronde blijkt dat de webmodule nog moet worden aangepast. Niet alle vragen worden even goed begrepen. Ook wordt nog bekeken of een kortere vragenlijst mogelijk is. Er komt daarom nog een tweede testfase waarbij de vragen opnieuw naar toekomstige gebruikers worden gestuurd. 

Uit de testfase komt wel een voorlopig beeld van de te verwachten uitkomsten over de werking van de webmodule naar voren. In een substantieel aantal gevallen is het mogelijk vast te stellen dat een opdracht door een zzp’er mag worden uitgevoerd. Maar op basis van de eerste beoordeling blijkt ook dat in een groter aantal gevallen de omstandigheden wijzen op een dienstbetrekking. Bijvoorbeeld omdat de zzp’er op vrijwel dezelfde manier werkt als de werknemers. In een deel van de gevallen kan de webmodule geen uitsluitsel geven. Bijvoorbeeld omdat de vragenlijst geen rekening houdt met kenmerken die per sector weer anders zijn. Dit hoeft geen probleem te zijn. Opdrachtgevers kunnen op andere manieren de arbeidsrelatie helder krijgen. Bijvoorbeeld door met de belastingdienst te overleggen of de manier van werken aan te passen.

Het kabinet vindt het in deze fase verstandig om een breed gesprek te voeren over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Minister Koolmees: “De onderliggende vraag is: voor welke opdracht vinden we nu dat je een zzp’er kunt vragen? Deze discussie is eigenlijk nooit echt goed gevoerd. Er is altijd in techniek over gesproken (VAR/DBA), of in emotie. En met het uitgangspunt dat alle zzp’ers hetzelfde zijn. Maar de zzp’er bestaat niet. We gaan als kabinet daarom een breed gesprek voeren. Over de wetgeving en jurisprudentie en hoe dat uitpakt en met oog voor de veranderende samenleving.’’ 
Dit zal niet betekenen dat er altijd een voor iedereen wenselijke uitkomst komt. “We werken aan de nieuwe wet- en regelgeving omdat we ook echt zorgelijke trends zien, zoals de onbedoelde concurrentie tussen werknemers en zzp’ers, tussen MKB en zzp en zzp’ers onderling. We kunnen niet stilzitten.’’

In het eerste kwartaal van 2020 wil het kabinet de definitieve vragenlijst, de weging van de vragenlijst en de uitkomsten van de testfase naar de Tweede Kamer sturen. Naast de webmodule komt er ook andere wet- en regelgeving. Zo komt er voor zzp’ers een minimumtarief van 16 euro per uur. En kunnen zzp’ers die meer dan 75 euro per uur verdienen straks voor maximaal een jaar een zelfstandigenverklaring opstellen in overleg met de opdrachtgever. Het wetsvoorstel met beide maatregelen is momenteel in internetconsultatie.

Campagne helpt mensen die seksueel geweld meemaken sneller hulp te zoeken

1 op de 5 vrouwen (22%) en 1 op de 16 mannen (6%) in Nederland hebben weleens seksueel geweld meegemaakt. Dit zijn seksuele handelingen die iemand gedwongen heeft uitgevoerd (1). Dit heeft vaak grote impact. Als je seks tegen je wil hebt gehad, is het goed om zo snel mogelijk hulp te vragen. Zo zijn er binnen zeven dagen veel mogelijkheden op medisch, psychologisch en forensisch vlak. Daarom start het ministerie van Justitie en Veiligheid op de internationale dag tegen geweld tegen vrouwen de campagne ‘Wat kan mij helpen’ om mensen die seksueel geweld hebben meegemaakt te motiveren hulp te zoeken.

Wie seksueel geweld meemaakt, durft daar vaak niet over te praten. Mensen zijn bang niet geloofd te worden, vragen zich af of ze het er zelf naar hebben gemaakt of begrijpen niet waarom hun lichaam bevroor. Zo komt zeventig procent van de mensen bij ongewenste seks in een ‘freeze’ terecht: zij bevriezen letterlijk van angst. Over die ‘freezereactie’ voelen zij zich vaak schuldig. Dat komt doordat mensen het niet verwachten van zichzelf, terwijl het juist een natuurlijke reactie van het lichaam is. Hulp vragen helpt om met die ingrijpende seksuele ervaring om te kunnen gaan.

In de eerste zeven dagen zijn er op medisch, psychologisch en forensisch gebied belangrijke mogelijkheden. Zoals het voorkomen van een zwangerschap, een SOA of HIV-besmetting. Of psychische hulp om de kans op een posttraumatische stress stoornis te verkleinen. Dat is belangrijk, want uit onderzoek blijkt dat 47% van de mensen die verkracht zijn, drie maanden later aan de diagnose posttraumatische stressstoornis (PTSS) voldoet (2). In die eerste dagen kun je ook DNA-sporen van de pleger nog veilig laten stellen. Als je aangifte bij de politie wil doen, helpt dat bij de bewijsvoering.

Minister Dekker voor Rechtsbescherming:

“Slachtoffers van seksueel geweld schromen vaak om hulp te zoeken. Omdat ze zich niet realiseren dat wat hen is overkomen onacceptabel is of omdat ze zich schamen. Terwijl hulp juist kan helpen om je leven weer op te kunnen pakken. Ik hoop dat deze campagne vrouwen én mannen, die slachtoffer zijn van seksueel geweld ertoe aanzet om de stap naar hulp te zetten. En dat geldt niet alleen voor mensen die het net is overkomen, maar ook voor diegenen die klachten hebben door een ingrijpende seksuele ervaring langer geleden.”

‘Wat kan mij helpen’

Met de campagne ‘Wat kan mij helpen’ wil het ministerie van Justitie en Veiligheid mensen die tegen hun wil seks met een bekende hebben gehad, motiveren zo snel mogelijk professionele hulp te zoeken. De campagne is o.a. zichtbaar op billboards, in uitgaansgelegenheden, op scholen en online. Op de website watkanmijhelpen.nl kunnen mensen die een ongewenste, ingrijpende seksuele ervaring hebben gehad, bekijken wat anderen hebben meegemaakt, wat hun gevoelens en twijfels waren, waarom zij professionele hulp hebben gezocht en wat dat hen heeft opgeleverd. De verhalen helpen slachtoffers te beseffen dat het niet oké is wat er is gebeurd en dat professionele hulp kan helpen.

De campagne is in samenwerking met partners gemaakt, zoals VWS, Centrum Seksueel Geweld, Slachtofferhulp Nederland en de politie.  

woensdag 17 juli 2019

1,2 miljoen slachtoffers van digitale criminaliteit

Nederland - Aankoopfraude, stalking en identiteitsfraude. In 2018 waren ruim 1,2 miljoen mensen slachtoffer van deze en andere vormen van digitale criminaliteit. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek naar digitale veiligheid en criminaliteit van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De politie werkte actief mee aan het onderzoek onder 38.000 personen. ‘Voor een goede aanpak van digitale criminaliteit is een nauwkeurig beeld van wat er in de buitenwereld speelt onmisbaar’, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur Digitalisering en Cybercrime. ‘Daarbij gaat het niet alleen om het totaalbeeld aan incidenten, maar ook om de impact op slachtoffers en inzicht in het aangifte- en meldgedrag. Het helpt ons om te bepalen of we onze aandacht op de juiste dingen richten.’

Betere informatiepositie

‘Dit werkveld is relatief nieuw en ontwikkelt zich continu’, vertelt Van der Plas. ‘De inzichten die dit onderzoek oplevert, zijn een waardevolle aanvulling op onze informatiepositie. Die is voor een belangrijk deel gebaseerd op de aangiftes die worden gedaan. En dat doet lang niet iedereen, blijkt ook uit dit onderzoek. Het onderstreept dat we ons dus moeten blijven richten op het verlagen van de drempel en het verruimen van de mogelijkheden om aangifte te doen’, vervolgt hij. ‘Dat doen we bijvoorbeeld door internetaangifte voor veelvoorkomende vormen van digitale criminaliteit mogelijk te maken. Daar wordt nu hard aan gewerkt.’

Meer dan opsporen alleen

Het is voor het eerst dat het complexe thema van slachtofferschap van digitale criminaliteit onder burgers in brede zin is onderzocht. Zo is er ook gekeken naar de kennis van internetgebruikers op het gebied van hun digitale veiligheid en de maatregelen die zij zelf kunnen treffen. Ook op dat gebied valt er nog wel wat te winnen. ‘De aanpak van digitale criminaliteit gaat verder dan opsporen alleen’, legt Theo van der Plas uit. ‘Andere interventies – zoals het verstoren van de criminele praktijken of preventie – zijn soms minstens zo effectief. Informatie over de omvang van fenomenen of de werkwijze van criminelen is nodig om maatregelen te kunnen nemen of anderen – zoals de internetgebruiker zelf – daartoe in staat te stellen. Een goed voorbeeld is de samenwerking met Marktplaats en de banken, in de strijd tegen phishing. Met elkaar moeten we het ook online veilig houden.’

vrijdag 5 juli 2019

Speekseltest toont veel drugsgebruik aan in verkeer

Nederland - Sinds de invoering van de speekseltest in 2017 ontdekt de politie steeds vaker drugsgebruik in het verkeer. Inmiddels laten zo’n 800 speekseltesten per maand een positief resultaat zien. In 85 tot 90 procent van de gevallen wordt door bloedonderzoek vastgesteld dat de verkeersdeelnemer inderdaad drugs heeft gebruikt.

Per 1 juli 2017 is de wet Verbeteren aanpak drugs in het verkeer (DIV) van kracht. De politie mag sindsdien bij een vermoeden van drugsgebruik een speekseltest afnemen bij een verkeersdeelnemer. Is die speekseltest positief, dan volgt een bloedafname. Het Nederlands Forensisch Instituut of een ander forensisch laboratorium onderzoekt de concentratie van de drugs. Zo wordt duidelijk of de persoon meer drugs heeft gebruikt dan is toegestaan. Heeft iemand teveel drugs gebruikt in het verkeer? Dan kan het Openbaar Ministerie de automobilist vervolgen en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)  maatregelen nemen, zoals het rijbewijs inhouden.

Druk

‘Ik kom drugs in het verkeer regelmatig tegen, zegt een motoragent van het team Verkeer uit Den Haag. ‘Je merkt het aan hun rijgedrag. Ze rijden slingerend over hun rijstrook of blijven bijvoorbeeld opvallend rustig achter een vrachtwagen hangen. Als ik een automobilist staande houd ruik ik soms direct een wietlucht uit de auto komen. Als iemand cocaïne heeft gebruikt, dan is vaak sprake van heel druk en opstandig gedrag.’

Speekseltest

Veel mensen realiseren zich niet dat drugs veel langer in het bloed blijven dan ze zelf denken. ‘Als ik op dinsdag iemand staande houd en een speekseltest doe, kan die positief uitslaan terwijl de bestuurder aangeeft in het weekend een pilletje te hebben genomen.’

donderdag 27 juni 2019

Hitteplan niet meer actief

Het hitteplan is sinds gisteravond niet meer actief. Vanaf de nacht van woensdag 26 op donderdag 27 juni zijn de nachttemperaturen lager en de komende dagen wordt het ook overdag op de meeste plaatsen minder warm. In het weekend kan het op sommige plaatsen nog tropisch warm worden. Maar dat lijkt niet lang te duren. Na het weekend lijkt het weer af te koelen. Het KNMI Koninklijk Meteorologisch Instituut  enRIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  blijven alert op nieuwe warmteperiodes.

Het hitteplan werd zondag 23 juni geactiveerd voorde ProvinciesDrenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Flevoland, Noord-Brabant en Limburg. Aanhoudend warm weer vormt een gezondheidsrisico voor sommige groepen mensen zoals ouderen, zieken en mensen in zorginstellingen. Het is belangrijk dan extra alert te zijn op bijvoorbeeld uitdroging.

Conceptwetsvoorstel maatregelen huurmarkt

Het tweede conceptwetsvoorstel waarin minister Ollongren (BZK) diverse maatregelen op de huurmarkt voorstelt, is vandaag op internet gepubliceerd en staat open voor reacties. Met de maatregelen wil het kabinet de slagingskansen op de huurmarkt verbeteren, tijdelijke huurkorting mogelijk maken en waar nodig hoge (midden)inkomens een meer reële huurprijs laten betalen die beter past bij de kwaliteit van de woning.

In het wetsvoorstel komen verschillende zaken samen: de uitkomst van de evaluatie van de herziening van de Woningwet in 2015, een aangenomen Kamermotie over hoge inkomens in de sociale huursector en onderdelen uit het Sociaal Huurakkoord van Aedes en de Woonbond. De beperkte huursomstijging uit het Sociaal Huurakkoord is al eerder uitgewerkt in een conceptwetsvoorstel en ligt voor advies bij de Raad van State.

Inkomensgrens

De inkomensgrens voor de sociale huur van woningcorporaties – nu 38.035 euro – wil de minister afhankelijk maken van de huishoudsamenstelling. Bij gelijke inkomens houden bijvoorbeeld gezinnen na aftrek van de vaste lasten minder over voor woonkosten dan een eenpersoonshuishouden. Voor gezinnen met een laag middeninkomen is een huurwoning in de vrije sector (meer dan 720 euro) moeilijk betaalbaar. Met de hogere voorgestelde inkomensgrens van 42.000 euro komen zij wel in aanmerking voor een sociale huurwoning van een woningcorporatie. Voor eenpersoonshuishoudens gaat de inkomensgrens licht omlaag naar 35.000 euro.

Inkomensafhankelijke huurverhoging

Hoge (midden)inkomens betalen eerder een huur die aansluit bij de kwaliteit van de woning. Zo dragen zij bij aan de betaalbaarheid van de huur voor de laagste inkomens. Voor inkomens boven 42.436 euro is in het huidige systeem een hogere huurverhoging mogelijk. Het voorstel is om deze inkomensgrens te verhogen (naar 45.000 euro voor eenpersoonshuishoudens en 52.000 voor meerpersoonshuishoudens) en bij deze inkomensafhankelijke huurverhoging grotere huursprongen mogelijk te maken. Afhankelijk van de huishoudsamenstelling en de inkomenscategorie kan de huur met maximaal 50 of 100 euro per maand stijgen. Het plafond van de huurstijgingen is de liberalisatiegrens (2019: 720,42 euro) of de maximale huur op basis van het puntensysteem.

Tijdelijke huurkorting

Voor verhuurders wordt het gemakkelijker om een tijdelijke huurkorting te geven. Zij kunnen na een korting van maximaal 3 jaar, de huur weer verhogen naar het oude niveau met daarbovenop maximaal 3 opgeschorte huurverhogingen. Verhuurders krijgen verder de mogelijkheid om zeer lage huren sneller te verhogen. Daarmee kunnen zij sneller de prijs-kwaliteitverhouding verbeteren.

Duizenden leerlingen, instructeurs en bedrijven voor tonnen het schip in door rijschool Aalbregt

Sinds gistermorgen bekend werd dat de rijschool van Ferry Aalbregt waarschijnlijk failliet is, is er een storm van verontwaardiging en woede ontstaan. Duizenden leerlingen in meerdere gemeenten zijn hun geld kwijt. Het gaat om enorme bedragen. Vele leerlingen geven aan grote bedragen van 1000, 2000 en 4000 euro kwijt te zijn. Ook schijnen er naar schatting 100 ZZP instructeurs te zijn die geen geld meer hebben ontvangen voor verleende diensten. Verder zijn er ook bedrijven waaronder het CBR dat geen examengelden zou hebben ontvangen en andere bedrijven die voor 75.000 euro of meer het schip in gaan. Het is nog niet te overzien om hoeveel verdwenen geld het precies gaat. Uitgaande van de vele berichten op social media zou het om vele tonnen euro's gaan. Een kleine optelsom van door gedupeerde genoemde bedragen kwam al uit op ruim een kwart miljoen euro.
De politie wordt platgebeld maar wimpelt de gedupeerde af met de mededeling dat het om een faillissement gaat. Meerdere gedupeerden hebben contact gezocht met advocaten. Gedupeerden proberen zich te verenigen via een Facebook groep en Whattsapp groepen. Omdat er nog veel onduidelijk is blijft er voor de gedupeerde niets anders over dan afwachten. De rijschool houder blijft behoudens een mededeling op de site van de rijschool stil. Hij geeft aan ondergedoken te zitten ivm met bedreigingen en hij zou een kogelbrief hebben ontvangen. Hij ontkende in het buitenland te verblijven.

Op de Facebook pagina voor gedupeerden bieden diverse rijscholen een auto aan zodat gedupeerden toch examen kunnen doen bij het CBR. Het CBR heeft aangegeven dat examens door kunnen gaan indien gedupeerden zelf een auto regelen. Er zijn echter ook rijscholen die tegen een verlaagd tarief hun hulp aanbieden.

woensdag 26 juni 2019

Kabinet wil dat meer Nederlanders zich gehoord en vertegenwoordigd voelen in de politiek

Door een modernisering van het kiesstelsel wil het kabinet ervoor zorgen dat meer Nederlanders zich gehoord en vertegenwoordigd voelen in de politiek. Ook wil het kabinet meer jongeren bij de politiek betrekken door het opzetten van een jongerenparlement. Daarnaast komt er een Wet op de Politieke Partijen (WPP). Deze voorstellen zijn onderdeel van een pakket maatregelen dat minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) vandaag presenteert.

‘Net als de staatscommissie ziet het kabinet de noodzaak om het parlementaire stelsel toekomstbestendig te maken. Het kabinet maakt werk van het vernieuwen van de democratie. Zo willen we een betere vertegenwoordiging van alle Nederlanders en zal al deze kabinetsperiode de parlementaire democratie worden versterkt’, aldus Ollongren.

‘Lage drempels, hoge dijken’
Het kabinetsstandpunt is een reactie op het in december gepresenteerde rapport ‘Lage drempels, hoge dijken’ van de staatscommissie parlementair stelsel onder leiding van Johan Remkes. Daarin staat dat niet alle burgers in Nederland zich voldoende gehoord en vertegenwoordigd voelen in het huidige parlementaire stelsel. De staatscommissie maakt zich ook zorgen over de kwetsbaarheid van onze democratische rechtsstaat. In het rapport staan voorstellen om het huidige parlementaire stelsel te vernieuwen. Het kabinet neemt een deel van de adviezen over of is er al mee aan de slag gegaan. Over een aantal aanbevelingen volgt later dit jaar nog een standpunt van het kabinet.

Vernieuwing met o.a. nieuw kiesstelsel, jongerenparlement en een Wet op de Politieke Partijen.

Door een modernisering van het kiesstelsel wil het kabinet ervoor zorgen dat meer Nederlanders zich gehoord en vertegenwoordigd voelen in de politiek. Ook wil het kabinet meer jongeren bij de politiek betrekken door het opzetten van een jongerenparlement. Daarnaast komt er een Wet op de Politieke Partijen (WPP). Deze voorstellen zijn onderdeel van een pakket maatregelen dat minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) vandaag presenteert.

‘Net als de staatscommissie ziet het kabinet de noodzaak om het parlementaire stelsel toekomstbestendig te maken. Het kabinet maakt werk van het vernieuwen van de democratie. Zo willen we een betere vertegenwoordiging van alle Nederlanders en zal al deze kabinetsperiode de parlementaire democratie worden versterkt’, aldus Ollongren.

‘Lage drempels, hoge dijken’
Het kabinetsstandpunt is een reactie op het in december gepresenteerde rapport ‘Lage drempels, hoge dijken’ van de staatscommissie parlementair stelsel onder leiding van Johan Remkes. Daarin staat dat niet alle burgers in Nederland zich voldoende gehoord en vertegenwoordigd voelen in het huidige parlementaire stelsel. De staatscommissie maakt zich ook zorgen over de kwetsbaarheid van onze democratische rechtsstaat. In het rapport staan voorstellen om het huidige parlementaire stelsel te vernieuwen. Het kabinet neemt een deel van de adviezen over of is er al mee aan de slag gegaan. Over een aantal aanbevelingen volgt later dit jaar nog een standpunt van het kabinet.

Nieuw kiesstelsel
Net als de staatscommissie ziet het kabinet dat niet iedereen in Nederland zich goed vertegenwoordigd voelt in ons parlementaire stelsel. Daarom kiest het kabinet ervoor om het kiesstelsel te vernieuwen. Mensen krijgen meer invloed op wie er in de Tweede Kamer komt. Met als doel dat het parlementaire stelsel een betere vertegenwoordiging van heel Nederland is. Het kiesstelsel dat eerder door het Burgerforum is voorgesteld, biedt daarvoor goede mogelijkheden. Bij het stemmen kan de kiezer een stem uitbrengen op de partij, en zo een stem uitbrengen op de hele kandidatenlijst, of op één kandidaat van die partij. In dit kiesstelsel heeft de stem op een individuele kandidaat van een partij meer gewicht. De kans is daarmee groter dat een kandidaat die zich regionaal, op een bepaald onderwerp of voor een bepaalde doelgroep profileert, gekozen zal worden. In de verdere uitwerking kijkt het kabinet naar mogelijkheden om de regionale factor in het kiesstelsel nog verder te vergroten.

Eerste Kamer
Om de rol van de Eerste Kamer in de democratische rechtsstaat te ondersteunen komt het kabinet met twee voorstellen. De eerste is een verbetering van de herzieningsprocedure van de Grondwet. Door een gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer, wordt de tweede lezing straks in één vergadering afgehandeld.
Het kabinet gaat nog een stap verder dan de aanbevelingen van de staatscommissie door terug te keren naar de wijze van de verkiezing van de Eerste Kamer van voor de grondwetsherziening van 1983. De leden van de Eerste Kamer worden dan voor zes jaar verkozen, waarbij om de drie jaar de helft van de leden aftreedt. Met deze wijziging wil het kabinet meer recht doen aan de rol van de Eerste Kamer in ons parlementaire stelsel.

Jongerenparlement
Het kabinet vindt het belangrijk om meer jongeren te betrekken bij de politiek. Vorige week woensdag is een succesvolle start gemaakt met een eerste congres over een te vormen jongerenparlement. Op initiatief van de minister van BZK is een grote groep jongeren met elkaar in debat gegaan over hoe het jongerenparlement het beste kan werken en zoveel mogelijk jongeren met uiteenlopende achtergronden kan bereiken. Het ministerie wil via het jongerenparlement de stem van jongeren meer in de politiek laten doorklinken. Ook bekijkt het kabinet of de kiesgerechtigde leeftijd kan worden verlaagd van 18 naar 16 jaar.

Wet op de Politieke Partijen
Op dit moment werkt het ministerie van BZK al aan de Wet op de Politieke Partijen (WPP) waarin onder andere nieuwe regels zullen worden opgenomen voor digitale campagnevoering en microtargeting en meer transparantie over financiering van politieke partijen. Met deze wet onderstreept het kabinet de belangrijke positie van politieke partijen voor het goed functioneren van de democratie.

5 mei
Anders dan de staatscommissie, wil het kabinet vasthouden aan de naam Bevrijdingsdag voor 5 mei. Op die dag staan we stil bij de bevrijding van dictatuur en nazisme en vieren we onze vrijheid. Het kabinet doet een oproep aan de sociale partners om 5 mei voor iedereen in Nederland een vaste vrije dag te maken.

Nader standpunt
Het kabinet zal vormen van directe democratie, zoals het correctief bindend referendum, nader verkennen. De invoering van een terugzendrecht voor de Eerste Kamer en de constitutionele toetsing vragen om een verdere afweging. Het voorstel voor een gekozen formateur neemt het kabinet niet over.

Enorme hoeveelheid methamfetamine ter waarde van honderden miljoenen aangetroffen in bedrijfspand Rotterdam

Rotterdam / Utrecht / Driebergen - Vorige week trof de Landelijke Recherche na een onderzoek een zeer grote hoeveelheid methamfetamine aan in een pand met een verborgen ruimte.

Pand met verborgen ruimte

Na uitvoerig rechercheonderzoek ging de politie naar binnen bij een bedrijfspand in Rotterdam. In het pand troffen agenten niet direct iets opvallends aan. Ze constateerden wel dat de binnenmaat van de bovenverdieping van het pand kleiner was dan de buitenmaat. Bij nader onderzoek bleek dat er over de breedte van het pand een (voorzet) muur gemetseld was met daarachter een verborgen ruimte. In deze ruimte lag een groot aantal tassen met daarin methamfetamine verpakt.

Deze hoeveelheid werd gewogen en kwam uit op 2500 kilo.De uiteindelijke straatwaarde is honderden miljoenen euro’s. Deze hoeveelheid is in Nederland en zelfs in Europa nog niet eerder aangetroffen. De lading is intussen vernietigd (oven).

Chemicaliën

Na deze enorme vondst ging de politie verder met het onderzoek en kwam uit bij een loods in Utrecht.  In totaal werd hier 17.500 liter aan chemicaliën aangetroffen geschikt voor het wassen van cocaïne en de productie van synthetische drugs. In het pand trof de politie uitgeholde stenen waarin de eerder aangetroffen verdovende middelen vermoedelijk gesmokkeld werden. Het rechercheonderzoek is nog in volle gang.

Vanaf vandaag koelere nachten

Warme nachten in juni zijn zeldzaam. In de lange meetreeks van De Bilt is het in juni bijvoorbeeld nog nooit tot een minimumtemperatuur van 20 graden of hoger gekomen in de eerste maand van de meteorologische zomer. In juli en augustus lukte dit al wel, 6 keer in de hele meetreeks om precies te zijn. De verwachting is dat dit ook dit jaar niet gaat lukken.

Vandaag in de loop van de dag komt met een noordenwind koelere lucht vanaf de Noordzee ons land binnen. Daarmee worden ook de nachten weer een stuk koeler. Komende nacht liggen de minima in het midden van het land alweer ruim onder 20 graden. Recordwaarden worden dan niet meer verwacht. Ook in de rest van de maand is de kans klein dat de kersverse records opnieuw worden gebroken.


dinsdag 25 juni 2019

NVWA: Opnieuw verboden gebruik van sulfiet in vlees

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft opnieuw verboden gebruik van sulfiet in vlees aangetoond. 50 Procent van de 42 geïnspecteerde vleesverwerkende bedrijven (voornamelijk slagerijen) waarvan bekend was dat ze sulfiet hadden afgenomen van een leverancier in additieven, bleek sulfiet toe te voegen aan vlees. Sulfiet kleurt het vlees mooi rood, maar mag volgens de additievenwetgeving niet aan vlees worden toegevoegd. Alle bedrijven die deze overtreding hebben begaan, hebben een boete gekregen.

Inspectieresultaten

De NVWA voerde dit jaar in een risicogerichte actie bij 42 vleesverwerkende bedrijven (voornamelijk slagerijen), controle uit op het gebruik van het additief sulfiet in rundergehakt, hamburgers, saucijzen, tartaar, poulet en andere vleesbereidingen. De NVWA selecteerde de slagerijen op basis van afnemerslijsten die zij opvroeg bij bedrijven die het additief sulfiet verhandelen. 6 Slagers gaven al direct bij de inspectie toe dat zij sulfiet gebruikten.
De NVWA nam per bedrijf 1 of meer monsters die werden geanalyseerd in het NVWA-laboratorium. Bij de 42 bedrijven zijn in totaal 134 monsters genomen van rundergehakt en gehaktachtige vleesbereidingen. In 52 van de genomen monsters, afkomstig van 21 afzonderlijke bedrijven, is de aanwezigheid van sulfiet aangetoond. Er werden gehaltes aangetroffen tot 4.000 mg/kg sulfiet.
Ook in 2018 bleek al bij een soortgelijke gerichte actie dat 13 van de 21 slagerijen het verboden sulfiet gebruikten in vlees. Ook toen betrof het een gerichte controle bij slagerijen die sulfiet hadden aangekocht.

Sulfiet

Sulfiet is één van de 14 allergenen die volgens de etiketteringsregels duidelijk moeten worden vermeld als ze aan een levensmiddel zijn toegevoegd (bij meer dan 10 mg per 100 gram). Ook bij de verkoop van onverpakte levensmiddelen (bijvoorbeeld via de toonbank), moet de consument deze informatie krijgen. Geen enkel bedrijf dat sulfiet gebruikte, verstrekte deze informatie aan de consument. Consumenten die overgevoelig zijn voor sulfiet kunnen milde, maar ook heftige reacties zoals hartkloppingen en huiduitslag krijgen als zij levensmiddelen met toegevoegd sulfiet eten.

Maatregelen

Alle bedrijven die sulfiet in vlees gebruikten hebben een bestuurlijke boete gekregen, zowel voor het illegaal gebruik van sulfiet als voor het niet vermelden van een allergene stof. Het vlees waarvan bij de inspectie al duidelijk werd dat er sulfiet aan was toegevoegd, is direct uit de verkoop gehaald en mag alleen als dierlijk bijproduct worden gebruikt.
De NVWA roept de branchevereniging Koninklijke Slagers Nederland (KNS) en de Vereniging van Keurslagers op om haar leden aan te spreken op het niet toegestane gebruik van sulfiet.

Gemeenten betalen eerste 6 maanden huur, zorgverzekering en rekeningen voor gas, water, licht van nieuwkomers

In het nieuwe inburgeringsstelsel zorgen gemeenten ervoor dat nieuwkomers zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en aan het werk gaan. Meedoen is immers de beste weg naar een succesvolle inburgering. Daarbij zullen maatwerk en snelheid centraal staan. Dat schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer.
Voor een goede start van de inburgering kunnen gemeenten straks, conform het regeerakkoord, al op het asielzoekerscentrum beginnen met het inburgeringstraject. Ook gaan gemeenten de eerste zes maanden de huur, zorgverzekering en rekeningen voor gas, water en licht vanuit de bijstand betalen.
Uit onderzoek van de Inspectie SZW blijkt dat statushouders de eerste maanden vaak nog niet financieel zelfredzaam zijn. Deze begeleiding moet zorgen voor rust en stabiliteit bij het begin van de inburgering. Hier staat tegenover dat inburgeraars die zich onvoldoende inzetten, vaker en sneller dan in het huidige stelsel te maken krijgen met sancties, zoals een boete.
Het kabinet wil dat statushouders snel een persoonlijk inburgeringsaanbod op maat krijgen. Gemeenten worden daartoe wettelijk verplicht. Op basis van een brede intake spreken gemeenten met de inburgeraar af welke inburgeringsroute wordt afgelegd. Dat wordt vastgelegd in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Het blijft de verantwoordelijkheid van nieuwkomers om binnen de termijn van drie jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht.
In het nieuwe stelsel combineren inburgeraars taallessen met (vrijwilligers)werk of stage.
De norm voor het taalniveau gaat in de nieuwe situatie omhoog, van A2 naar B1. Jonge inburgeraars (tot 28 jaar) kunnen een andere route volgen: zij krijgen intensieve taallessen en volgen tegelijkertijd vakken als rekenen, Engels en studievaardigheden.
Het doel is dat zij in gemiddeld anderhalf jaar de inburgering afronden en instromen in het vervolgonderwijs. Tot slot is er een kleine groep inburgeraars voor wie deze twee routes allebei niet haalbaar zijn. Zij gaan in het nieuwe stelsel meer tijd besteden aan het leren van de taal, zelfredzaamheid en participatie in de samenleving. Ook zij zullen in het nieuwe stelsel hun inburgering afsluiten met een certificaat. In het nieuwe stelsel worden geen ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanningen meer verleend.
Naast de taaltrajecten gaan alle inburgeraars meer tijd besteden aan het actief kennismaken met de lokale arbeidsmarkt. Daarnaast zullen ze meer en vaker in de praktijk in aanraking komen met Nederlandse kernwaarden zoals gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.
Ook voor gezinsmigranten gaan er zaken veranderen. Om hen beter bij de samenleving te betrekken en hen beter te ondersteunen, worden zij in de nieuwe situatie actiever begeleid door gemeenten. Wel blijven gezinsmigranten zelf hun taallessen en –examens betalen, waar nodig met een lening van DUO.
Het nieuwe inburgeringsstelsel kan alleen een succes worden als het goed uitvoerbaar is. Gemeenten zullen daarom geoormerkt geld krijgen van het Rijk. Daar is eerder structureel €70 miljoen voor uitgetrokken. Gemeenten die zorgen voor een succesvolle inburgering worden financieel beloond. Minister Koolmees hoopt snel weer met de VNG om de tafel te zitten over de financiën van het nieuwe inburgeringsstelsel.
Op verzoek van de Tweede Kamer kijkt de minister naar de mogelijkheid om Turkse nieuwkomers inburgeringsplichtig te maken.
Hij schrijft in een Kamerbrief daarover hoopvol te zijn.
Het kabinet streeft ernaar om het wetsvoorstel na de zomer naar de Raad van State te sturen en daarna naar de Tweede Kamer. De wet moet 1 januari 2021 ingaan.

Minder zelfdodingen in 2018

In 2018 daalde het aantal zelfdodingen met bijna 5 procent tot 1 829, waarvan 1 176 mannen en 653 vrouwen. Het aantal mannen dat een einde aan hun leven maakt, is al jaren ongeveer twee keer zo hoog als het aantal vrouwen. Onder mannen waren er echter 10 procent minder zelfdodingen dan een jaar eerder, onder vrouwen nam het aantal iets toe. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.
In 2018 maakten 1 829 inwoners van Nederland een einde aan hun leven, 88 minder dan in 2017. Het aantal zelfdodingen onder mensen van 10 tot 20 jaar nam af, van 81 in 2017 tot 51 in 2018. Onder personen van 20 tot 40 jaar en onder vrouwen is het aantal zelfdodingen iets toegenomen.

Met 10,6 zelfdodingen per 100 duizend inwoners is het zelfdodingscijfer in 2018 terug op het niveau van 2012. Begin jaren tachtig was het zelfdodingscijfer het hoogst (14,5 per 100 duizend mensen) en in 2007 het laagst, namelijk 8,4 per 100 duizend inwoners.

Afname zelfdodingen bij jongeren en mannen van 40 tot 60 jaar

Onder jongeren tot 20 jaar nam het aantal zelfdodingen af, van 81 in 2017 tot 51 in 2018. Daarmee is het aantal zelfdodingen onder jongeren na een stijging in 2017 terug op het niveau van 2016 en de jaren daarvoor. Onder 20- tot 40-jarigen steeg het aantal zelfdodingen van 400 in 2017 tot 464 in 2018.

In 2018 was het aantal zelfdodingen van mensen tussen 40 en 60 jaar 12 procent lager dan in 2017. In deze leeftijdsgroep nam alleen het aantal zelfdodingen onder mannen af, met 20 procent van 581 in 2017 naar 469 in 2018.

Heb jij hulp nodig? 
Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl.

maandag 24 juni 2019

Update: 0900-8844 en 112 weer volledig bereikbaar

Nederland - De storing waardoor 112 en 0900 8844 niet bereikbaar waren, is verholpen. Beide nummers zijn weer bereikbaar.

Update: 112 komt weer langzaam op gang

Update: 112 komt weer langzaam op gang. Tot we zeker weten dat het netwerk weer stabiel is, blijft 088-6628240 bereikbaar voor spoedgevallen.

Storing op 0900-8844 en 112. Alternatieve nummers beschikbaar

Nederland - Door een technische storing zijn 0900-8844 en 112 niet bereikbaar. Er wordt hard gewerkt om de storing te verhelpen. Momenteel zijn er alternatieve telefoonnummers beschikbaar. Voor 112 bel: 088-66 28 240 en voor 0900-8844 bel: 088-96 59 630

Hebt u acuut hulp nodig? Ga dan naar het dichtstbijzijnde politiebureau of brandweerkazerne. Vanwege de storing is er meer politie op straat aanwezig. Hebt u direct medische hulp nodig ga dan zelf naar het ziekenhuis.. Via de (lokale) social media accounts  houden we op de hoogte van verdere ontwikkelingen.


Nummers NL-Alert

Via NL-Alert worden er in sommige regio’s een lokale vervangende nummers gecommuniceerd. Landelijk blijven deze telefoonnummer actief. Voor 112 bel: 088-6628240 en voor 0900-8844 bel: 088-96 59 630

Vanaf maandagmiddag kans op smog door ozon

Vanaf maandagmiddag 24 juni 2019 is er vooral in het oosten van Nederland lokaal kans op smog door ozon. Op dinsdag is er in heel Nederland kans op smog. Naar verwachting is de luchtkwaliteit dan "slecht". Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  adviseert mensen die gevoelig zijn voor smog om binnen te blijven en om zware lichamelijke inspanning te beperken.

Dit advies geldt voornamelijk in de namiddag en vroege avond, omdat de lucht dan het meest verontreinigd is. Smog door ozon kan leiden tot een toename van luchtwegklachten, zoals hoesten en kortademigheid, verergering van astmaklachten en afname van de longfunctie. Ook kan irritatie aan ogen, neus en keel voorkomen.
Mensen met luchtwegaandoeningen, kinderen en ouderen zijn relatief vaak gevoelig voor smog. Raadpleeg bij klachten de huisarts of GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst .

Ozonverwachting vanaf woensdag

Op woensdag 26 juni is er ten zuidoosten van de lijn Arnhem – Eindhoven nog een kleine kans op smog. Op donderdag 27 juni verbetert de luchtkwaliteit in heel Nederland aanzienlijk.

Smog door ozon

Smog door ozon ontstaat bij ophoping van luchtvervuiling op zonnige dagen. Dit komt in het voorjaar en in de zomer voor als er weinig (veelal zuidoostelijke) wind staat. De vervuilende stoffen, zoals stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen, worden onder invloed van zonlicht omgezet in ozon. Dit wordt ook wel zomersmog genoemd. In de andere seizoenen is de kracht van de zon te klein om hoge ozonconcentraties te laten ontstaan.

Europese informatie- en alarmdrempel

In Europa zijn voor ozon een informatie- en een alarmdrempel vastgesteld. De EU European Union  -informatiedrempel is 180 microgram ozon per kubieke meter lucht. Bij (dreigende) overschrijding van deze waarde kunnen mensen die gevoelig zijn voor smog, klachten krijgen.

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu brengt dan een waarschuwing uit. De luchtkwaliteit is dan "slecht " volgens de Nederlandse Luchtkwaliteitsindex.
De EU-alarmdrempel is 240 microgram ozon per kubieke meter lucht. De luchtkwaliteit is dan zeer slecht" volgens de Nederlandse luchtkwaliteitsindex. Wanneer deze waarde overschreden wordt, kan iedereen klachten krijgen. Als dit dreigt te gebeuren, zet het RIVM de waarschuwing om in een alarm.
Activatie hitteplan en hoge zonkracht.

Het RIVM heeft afgelopen zondag samen met het KNMI Koninklijk Meteorologisch Instituut  het hitteplan geactiveerd en geldt er een advies vanwege de hoge zonkracht. Informatie over het hitteplan staat op rivm Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu .nl/hitte en de actuele zonkracht op rivm.nl/zonkracht

Zzp’ers gaan vanaf 2021 minimaal 16 euro per uur verdienen

Zzp’ers gaan vanaf 2021 minimaal 16 euro per uur verdienen. Het kabinet wil met dit minimumtarief tegengaan dat mensen werken voor een bedrag waar ze niet van kunnen rondkomen.

De zzp’ers die meer dan 75 euro per uur verdienen, krijgen daarnaast de mogelijkheid om een zelfstandigenverklaring te gebruiken. Hiermee kunnen ze vooraf afspreken dat ze als zelfstandige het werk uitvoeren. Als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen en hiernaar ook handelen in de praktijk, is de kans op naheffingen uitgesloten. Dit schrijven minister Koolmees van Sociale Zaken en werkgelegenheid, staatssecretaris Snel van Financiën en Keijzer van Economische Zaken en Klimaat vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. 
Wie voltijd werkt, moet van die inkomsten kunnen leven. Maar dat geldt momenteel niet voor een deel van de zzp’ers: 8,6 procent van de zzp-huishoudens had in 2017 een inkomen onder het bestaansminimum tegenover 1,6 procent van de werknemers. Het kabinet wil voorkomen dat een dergelijke groep werkende armen ontstaat. Ook maken lage tarieven het voor zzp’ers onmogelijk om te sparen voor werkloosheid en om zich te verzekeren voor ziekte en arbeidsongeschiktheid.
Er komt daarom een minimumtarief van 16 euro per uur. Dit tarief gaat voor alle zzp’ers gelden, zowel voor de mensen met zakelijke als particuliere klanten. Ook komen er geen andere criteria zoals de duur van een opdracht. Waar een zzp’er werkt, of voor hoelang, bepaalt immers niet of een inkomen genoeg is om van te leven. Ook maakt dit het minimumtarief minder complex. Het minimumtarief gaat gelden voor alle uren die een zzp’er aan een opdracht besteedt. Er is rekening mee gehouden dat zzp’ers gemiddeld een derde van hun tijd moeten besteden aan overige werkzaamheden, zoals administratie. Het tarief is exclusief directe kosten die een zzp’er voor een klus maakt. Kosten voor materiaal komen dus bovenop de 16 euro.
De uitwerking van de maatregel voor de onderkant van de zzp-markt is anders dan in het regeerakkoord was afgesproken. Iedereen met een laag tarief zou een dienstverband krijgen. Maar deze afspraak blijkt niet goed te passen in de Europese wetgeving. Met een minimumtarief verwachten de betrokken bewindspersonen ook voldoende bescherming te bereiken voor de zzp’ers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt.

Hoge tarieven

Bij zzp’ers met een tarief boven de 75 euro gaat het kabinet ervan uit dat ze kunnen sparen voor werkloosheid en pensioen en dat ze zich kunnen verzekeren. Het kabinet wil hen meer ruimte geven om te ondernemen. Zij kunnen daarom straks kiezen voor een zelfstandigenverklaring. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als ondernemer zelfstandige werken. Om de zelfstandigenverklaring te kunnen gebruiken, mag een opdracht niet langer dan een jaar duren. Ook is een inschrijving in de Kamer van Koophandel nodig. Als zzp’ers aan deze voorwaarden voldoen, lopen ze geen risico op naheffingen zoals de loonheffing. Ook krijgen ze zoveel mogelijk zekerheid over arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioen en cao-bepalingen. Dat laatste gaat verder dan wat in het regeerakkoord afgesproken was, maar het kabinet vindt dit nodig om deze zzp’ers en hun opdrachtgevers zoveel mogelijkheid helderheid te geven.
Bovenstaande maatregelen zijn beide onderdeel van de nieuwe wet- en regelgeving die zzp’ers meer duidelijkheid moet geven. Het kabinet wil echte ondernemers meer ruimte geven en tegelijkertijd schijnzelfstandigheid tegengaan. Deze wetgeving is complex, maar vordert gestaag. Het streven is de wetgeving per 2021 in werking te laten treden. Om alle zzp’ers en hun opdrachtgevers meer duidelijkheid te geven over de vraag of een opdracht als zzp’er uitgevoerd mag worden, onderzoekt het kabinet in hoeverre een webmodule die zekerheid kan geven. Momenteel wordt deze webmodule getest met behulp van toekomstige gebruikers, na de zomer zal het kabinet de Tweede Kamer informeren over de resultaten.

Handhaving

Het kabinet heeft een handhavingsmoratorium ingesteld in afwachting van de nieuwe wetgeving voor het inhuren van zelfstandigen, dat wordt verlengd tot 1 januari 2021. De Belastingdienst en Inspectie SZW zitten in de tussentijd niet stil. De mogelijkheden tot handhaven worden aangescherpt: vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers hun werkwijze binnen een redelijke termijn niet aanpassen na aanwijzingen van de Belastingdienst. Ook komen er extra mensen beschikbaar om meer toezicht te houden. Ook de Inspectie SZW heeft meer capaciteit gekregen toezicht te houden op de arbeidswetgeving, via verschillende programma’s. Daarnaast werken de Belastingdienst en Inspectie SZW intensiever samen zodat signalen van schijnzelfstandigheid sneller worden opgepakt.

NOS NIEUWS

OMROEP WEST

RTL Nieuws